Vervolg frequentie-uitgifte voor gebruik commerciële radio-omroep

4 augustus 2003

DGTP/03/03655

De Minister van Economische Zaken, handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, besluit op grond van de artikelen 3.3, vijfde lid, en 3.3a, eerste lid, van de Telecommunicatiewet en de artikelen 3, eerste en derde lid, en 5 van het Frequentiebesluit het volgende:

§1. Inleiding

Bij brief van de Minister van Economische Zaken van 26 mei 2003 (II, 2002-2003, 24 095, nr. 137) is de Tweede Kamer op de hoogte gesteld van de uitkomsten van de vergelijkende toets voor de verdeling van frequentieruimte voor commerciële radio-omroep. Door middel van de vergelijkende toets is de voor commerciële radio-omroep beschikbare frequentieruimte vrijwel volledig verdeeld. Een beperkt aantal kavels is niettemin overgebleven. In de brief van 12 februari 2003 (II, 2002-2003, 24 095, nr. 119, p. 5) aan de Tweede Kamer heeft het vorige kabinet aangegeven dat indien het probleem van niet verdeelde frequenties zich voordoet een praktische oplossing gevonden moet worden. Hoe die oplossing er uitziet werd afhankelijk gesteld van de mate waarin het probleem zich voordoet en de mogelijkheden die geldende wettelijke bepalingen bieden, ook wat betreft het te hanteren verdelingsmechanisme. Bij brief van 17 juni 2003 hebben de Minister van Economische Zaken en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen de Tweede Kamer een voorstel gedaan voor verdeling van de overgebleven kavels (Kamerstukken II, 2002/2003, 24 095, nr. 139).

§2. Toepassing vergelijkende toets en aanwijzing frequentieruimte waarop die vergelijkende toets betrekking heeft

Zoals hierboven reeds is aangegeven, zijn de vergunningen voor commerciële radio-omroep op 26 mei 2003 verleend door middel van een vergelijkende toets. Artikel 3.3, zevende lid, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat nadat op grond van een op basis van het vijfde en zesde lid gemaakte keuze een vergunning voor een bepaalde bestemming is verleend, zolang er in die bestemming nog houders van een vergunning voor het gebruik van frequentieruimte zijn, bij elke volgende uitgifte van frequentieruimte voor die bestemming een vergelijkbare procedure wordt toegepast, tenzij dit ten gevolge van gewijzigde omstandigheden betreffende het gebruik van die frequentieruimte niet langer leidt tot een optimaal gebruik van frequentieruimte.

Het voorgaande betekent dat, nu niet is gebleken dat tengevolge van gewijzigde omstandigheden betreffende het gebruik van die frequenties het hanteren van dezelfde procedure niet langer leidt tot een optimaal gebruik van frequentieruimte, de overgebleven kavels wederom door middel van een vergelijkende toets zullen worden uitgegeven. Op grond van artikel 3.3, achtste lid, van de Telecommunicatiewet, geschiedt de uitvoering van deze procedure door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, in overeenstemming met de Minister van Economische Zaken. Daarbij zullen de door de overheid te waarborgen belangen zo goed mogelijk worden gewaarborgd.

Bij de vorige vergelijkende toets is een commissie van drie onafhankelijke deskundigen ingesteld. Met de instelling van een onafhankelijke commissie kon de door de Tweede Kamer gewenste objectiviteit en inbreng van externe deskundigheid worden bereikt en werd een zorgvuldige uitvoering van een vergelijkende toets mogelijk geacht. Om bij de uitgifte van de onverdeeld gebleven frequentiekavels zoveel mogelijk aan te sluiten bij de verdelingssystematiek zoals die voor de vorige vergelijkende toets gold, zal daarom wederom een commissie van drie onafhankelijke deskundigen worden ingesteld. Op grond van de adviezen van de commissie zal besluitvorming over de vergunningverlening plaatsvinden.

§3. Kabinetsstandpunt van 17 juni

Om de verdeling van de in het kader van zero base beschikbare frequentieruimte thans in één keer af te ronden, is het Kabinet voornemens op korte termijn alle resterende frequenties gelijktijdig in één verdelingsronde ter beschikking stellen. Door het vorige kabinet is aan de Tweede Kamer gemeld dat het zoeken naar een praktische oplossing voor de resterende frequenties tevens in relatie dient te worden bezien met het gegeven dat de praktijk leert dat ook na de zero-base-implementatie te verwachten is dat er nog extra frequenties beschikbaar kunnen komen (II, 2002-2002, 24 095, nr. 119, p. 5). Nieuwe frequenties die door middel van aanvullend onderzoek voor de commerciële radio-omroep beschikbaar kunnen komen, zijn binnenkort niet te verwachten. Het gaat in dat geval ook niet om nieuwe frequenties die van zodanige betekenis zijn dat het gerechtvaardigd is om uitgifte van de thans beschikbare frequenties uit te stellen totdat ook deze nieuwe frequenties daarbij betrokken kunnen worden.

Bij de uitgifte van de onverdeeld gebleven frequentieruimte zal worden aangesloten bij de verdelingssystematiek zoals die voor de vorige vergelijkende toets gold.

Dit houdt in dat daar waar de vorige vergelijkende toets is gestopt ten aanzien van de onverdeeld gebleven kavels, de uitgifte van die kavels door middel van een aanvullende vergelijkende toets worden uitgegeven om de eerdere verdeling tot een definitief einde te brengen. Gegeven de uitkomsten van de vorige vergelijkende toets dient bij een aanvullende verdeling tevens rekening te worden gehouden met de uitgangspunten die aan de vorige vergelijkende toets ten grondslag lagen. Die uitgangspunten zijn door het vorige kabinet onder meer in de brief van 1 november 2002 aan de Tweede Kamer (II, 2002-2003, 24 095, nr. 108) beschreven. In deze brief werden de volgende te waarborgen belangen genoemd:

- de verscheidenheid of variatie van het aanbod;

- voldoende zorg voor het programma;

- het naleven van het programmaformat waarop de frequentie is verkregen;

- het te goeder trouw en integer handelen door de vergunninghouder;

- de pluraliteit van aanbieders.

Aan het waarborgen van het eerstgenoemde belang van verscheidenheid of variatie in het aanbod is bij de afgelopen toets nadere invulling gegeven door een vijftal kavels voor landelijke commerciële radio-omroep voor uiteenlopende categorieën programma's te bestemmen. Het betreft de clausulering van kavels voor een nieuwszender, een Nederlandse muziekzender, een kavel voor niet-recente muziek, een kavel voor recente muziek en een kavel voor klassieke of jazzmuziek. Tegen de verwachting in is kavel A8 niet alleen als geclausuleerde kavel voor klassieke of jazzmuziek, maar tevens als ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep onverdeeld gebleven. Deze omstandigheid biedt ruimte om met inachtneming van de uitgangspunten van de vorige vergelijkende toets en de invulling die daaraan is gegeven, kavel A8 nogmaals te bestemmen voor klassieke of jazzmuziek. Het opnieuw bestemmen van kavel A8 als geclausuleerd kavel doet immers het meest recht aan het belang van verscheidenheid of variatie in het aanbod. Daarbij geldt dat de bestemming kan wijzigen in ongeclausuleerd.

§4. Beschikbare frequentieruimte ten behoeve van commerciële radio-omroep

Voor het gebruik van frequentieruimte is op grond van artikel 3.3, eerste lid, van de Telecommunicatiewet een vergunning vereist van de Minister van Economische Zaken.

Een vergunning geeft het recht om bepaalde radiofrequenties te gebruiken ten behoeve van commerciële radio-omroep. De frequentieruimte in de 87.5-100 MHz-band en de 100-108 MHz-band is in het Nationaal Frequentieplan1 bestemd voor publieke en commerciële radio-omroep.

Binnen de hierboven genoemde bestemmingen wordt conform artikel 3.5 van de Telecommunicatiewet bij dit besluit de nadere bestemming commerciële radio-omroep aangewezen als zijnde de frequentieruimte waarop de vergelijkende toets betrekking heeft. Voor de feitelijke uitvoering van deze vergelijkende toets worden binnen deze nadere bestemming met het oog op het doelmatig gebruik van de frequentieruimte vier categorieën onderscheiden. Het betreft frequentieruimte bestemd voor geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep, voor ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep, voor niet-landelijke commerciële radio-omroep en frequentieruimte bestemd voor commerciële radio-omroep via middengolffrequenties.

Er is één vergunning beschikbaar voor het gebruik van de FM-frequentieruimte voor geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep. Voorts zijn er drie vergunningen voor niet-landelijke FM commerciële radio-omroep en drie vergunningen voor commerciële radio-omroep via middengolffrequenties beschikbaar. Bij aanvang van de vergelijkende toets is er derhalve nog geen vergunning beschikbaar voor het het gebruik van de FM-frequentieruimte voor ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep. De Minister van Economische Zaken kan echter, in overeenstemming met de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, besluiten dat, overeenkomstig de eerder gebruikte verdelingssystematiek, de bestemming van kavel A8 bij gebrek aan belangstelling of indien geen van de aanvragers zich daarvoor heeft gekwalificeerd wijzigt van geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep in ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep.

De vergunning wordt direct na afloop van de vergelijkende toets verleend. Ten behoeve van de vergelijkende toets procedure is de frequentieruimte verdeeld in kavels2.

Aan het verwerven van kavels zijn beperkingen gesteld. Deze beperkingen gelden zowel voor partijen die bij de vorige vergelijkende toets geen kavels hebben verworven als voor partijen die daarin bij de vorige vergelijkende toets wel in zijn geslaagd. Met inachtneming van de uitgangspunten van de vorige vergelijkende toets staat het iedere partij vrij, derhalve ook een partij die reeds eerder heeft meegedaan, bij de komende verdeling een aanvraag voor een vergunning in te dienen. Een aanvrager, waaronder begrepen een partij die bij de vorige vergelijkende toets een landelijke kavel heeft verworven, kan maximaal twee kavels voor landelijk FM verwerven, te weten één ongeclausuleerde kavel tezamen met één geclausuleerde kavel. Een aanvrager, waaronder begrepen een partij die bij de vorige vergelijkende toets een of meerdere niet-landelijke kavels heeft verworven, kan kavels voor niet-landelijke radio-omroep verwerven tot en met een totaal demografisch bereik van ten hoogste 30 procent. Daarbij geldt dat een combinatie van kavels niet mogelijk is, indien het demografisch bereik van de kleinste kavel voor 35 procent of meer valt binnen het demografisch bereik van de andere kavel, dan wel, indien dit percentage lager is dan 35 procent, meer dan 100.000 inwoners binnen het demografisch bereik van beide kavels vallen.

De vergunningen worden uiterlijk op 30 november 2003 verleend. Het gebruiksrecht gaat in op 1 december 2003. De vergunningen gelden tot 1 september 2011. Aan de vergunning zijn voorschriften en beperkingen verbonden, die in de vergunning staan beschreven.

Om deel te kunnen nemen aan de vergelijkende toets moet een aanvraagdocument worden opgevraagd en een aanvraag worden ingediend. De regels inzake de aanvraag van de vergunning worden neergelegd in de Regeling vervolg verdeling frequenties commerciële radio-omroep 2003.

§5. Onherroepelijke keuze landelijk/niet landelijk

Wie een vergunning aanvraagt voor landelijke commerciële radio-omroep kan niet tevens een vergunning aanvragen voor niet-landelijke commerciële radio-omroep, en omgekeerd. Wie een vergunning wil aanvragen dient derhalve bij de aanvraag een keuze te maken tussen landelijke commerciële radio-omroep en niet-landelijke commerciële radio-omroep. Het voorgaande houdt tevens in dat partijen die reeds een vergunning voor landelijke commerciële radio-omroep hebben verworven niet tevens bij de nieuwe verlening een vergunning voor niet-landelijke commerciële radio-omroep kunnen aanvragen, en omgekeerd. Het is wel mogelijk een vergunning te verwerven voor landelijke commerciële radio-omroep dan wel niet-landelijke commerciële radio-omroep via FM in combinatie met een vergunning voor commerciële radio-omroep via middengolffrequenties.

§6. Financieel instrument

In de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 20033 is bepaald dat de vergunninghouders voor landelijke commerciële radio-omroep voor het gebruik van frequentieruimte voor commerciële radio een eenmalig bedrag verschuldigd zijn. De Telecommunicatiewet dient als basis voor deze regeling. Op grond van artikel 3.3a van de wet4 kan worden bepaald dat de verkrijger of houder van een vergunning, de houder van een vergunning van wie de vergunning wordt of is verlengd hieronder begrepen, voor het gebruik van commerciële frequentieruimte een eenmalig bedrag verschuldigd is.

Artikel 3.3a, achtste lid, onder a, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat indien op grond van het eerste lid bij ministeriële regeling is bepaald dat voor het gebruik van een bepaalde bestemming een eenmalig of periodiek bedrag verschuldigd is, zolang er in die bestemming nog houders van vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte zijn, houders van vergunningen van wie de vergunning is verlengd uitgezonderd, bij elke volgende uitgifte van frequentieruimte met die bestemming op een vergelijkbare wijze voor het gebruik van de frequentieruimte een bedrag verschuldigd zal zijn, tenzij dit ten gevolge van gewijzigde omstandigheden betreffende het gebruik van die frequentieruimte niet langer leidt tot een optimaal gebruik van frequentieruimte.

Het voorgaande betekent dat, nu niet is gebleken dat tengevolge van gewijzigde omstandigheden betreffende het gebruik van die frequenties het hanteren van dezelfde procedure niet langer leidt tot een optimaal gebruik van frequentieruimte, voor de landelijk kavel A8 een eenmalig bedrag verschuldigd is. Het eenmalig bedrag is berekend op basis van de verwachte omzet binnen het demografische bereik van deze etherfrequentie. Daarbij zal rekening worden gehouden met het feit dat het gebruiksrecht van de uit te geven vergunning voor kavel A8 ingaat op een later tijdstip dan de reeds verleende vergunningen.

§7. Gelieerdheid

Aanvragers worden in verband met de beperkingen die gelden voor het verwerven van frequentieruimte door éénzelfde instelling getoetst op verbondenheid. Hetgeen betekent dat een aanvrager in het kader van de procedure van de vergelijkende toets voor nieuw uit te geven vergunningen getoetst zal worden op verbondenheid met zowel bestaande vergunninghouders als met andere aanvragers. Het toetsingskader dat voor die beoordeling wordt gebruikt, wordt in een afzonderlijke mededeling nader beschreven. Deze mededeling wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

§8. Start procedure vergunningverlening en beschikbaarheid aanvraagdocument

De procedure voor het verlenen van vergunningen voor het gebruik van de onverdeelde frequentieruimte ten behoeve van commerciële radio-omroep start op 15 augustus 2003.

Vanaf die datum is het hiervoor genoemde aanvraagdocument beschikbaar. In dat aanvraagdocument wordt onder meer een beschrijving gegeven van de vergunningen, de aanvraagprocedure, de van toepassing zijnde regelingen en het financieel instrument.

Het aanvraagdocument kan per aangetekende brief worden opgevraagd bij:

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

p/a mr. C.A. de Zeeuw, notaris

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn

Postbus 11756

2502 AT Den Haag

Nederland

of door aflevering van een schriftelijk verzoek op het volgende adres:

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

p/a mr. C.A. de Zeeuw, notaris

Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn

Koningin Julianaplein 30

Gebouw Babylon

Kantoren A, 5e verdieping

Den Haag

Nederland.

Voor de beschikbaarstelling van het aanvraagdocument is een bedrag verschuldigd van€ 175,-. Het bedrag kan worden voldaan door middel van contante betaling op het hierboven genoemde adres bij het afhalen van het aanvraagdocument of door middel van overboeking naar het volgende bankrekeningnummer:

Bankrekeningnummer: 22.81.75.720

t.n.v. Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn derdengelden notariaat

inzake procedure vergelijkende toets radiofrequenties

Nadat het bedrag is voldaan, kan het aanvraagdocument worden afgehaald op het hierboven genoemde adres. Het is ook mogelijk om het aanvraagdocument aangetekend toegezonden te krijgen indien daarom is verzocht in de brief waarbij dit document wordt opgevraagd.

§9. Bezwaarclausule

Belanghebbenden, die zich met dit besluit niet kunnen verenigen, kunnen binnen zes weken, aanvangende met ingang van de dag na die waarop dit besluit is bekendgemaakt, daartegen een bezwaarschrift indienen bij het Ministerie van Economische Zaken.

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan:

Ministerie van Economische Zaken

Directie Wetgeving en Juridische Zaken

Postbus 20101

ALP L/1410

2500 EC Den Haag

onder vermelding van `Bezwaarschrift'. Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en dient in ieder geval de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht, alsmede de gronden van het bezwaar te bevatten. Zo mogelijk dient een afschrift van het besluit en de overige op het bezwaar betrekking hebbende stukken te worden meegezonden.

De Minister van Economische Zaken,L.J. Brinkhorst.

Bijlage 1

De frequentieruimte voor het gebruik van frequentieruimte bestemd voor geclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep dan wel ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep

stcrt-2003-151-p21-SC60488-1.gif

Zie de cd-rom bij het aanvraagdocument voor detail informatie over deze kavel.

Bijlage 2

De frequentieruimte voor het gebruik van frequentieruimte bestemd voor niet-landelijke commerciële radio

stcrt-2003-151-p21-SC60488-2.gif

Zie de cd-rom bij het aanvraagdocument voor detail informatie over deze kavels.

Bijlage 3

De frequentieruimte voor het gebruik van frequentieruimte bestemd voor commerciële radio via middengolf

stcrt-2003-151-p21-SC60488-3.gif

1 Stcrt. 1999, nr. 112, laatstelijk gewijzigd bij besluit bij besluit van 17 juni 2002 (Stcrt. 2002, nr. 115).

2 De beschikbare kavels staan vermeld in bijlage 1 tot en met 3 van dit besluit.

3 Stcrt. 2003, nr. 40; gewijzigd bij besluit van 20 maart 2003 (Stcrt. 59).

4 Ingevoegd bij wet van 16 juli 2001 (Stb. 2001, 356).

5 Het betreft hier de locatie waarop de frequentie internationaal is gecoördineerd.

Informatie over de fysieke antenne-opstelplaats is - per middengolffrequentie - opgenomen op de cd-rom bij het aanvraagdocument.

Naar boven