23 juli 2003
Nr. VVA.2003/2167
Directie Voedings- en Veterinaire Aangelegenheden
De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
Overwegende dat als gevolg van branden bij een boerderij aan de Jelle
Heidemaweg te Hoornsterzwaag en een boerderij aan de Bosweg te Geleen, waarbij
asbest is vrijgekomen, kadavers zijn verontreinigd met asbest;
dat deze kadavers niet bij Rendac Son B.V. verwerkt kunnen worden;
dat dit materiaal zo spoedig mogelijk vernietigd dient te worden;
dat met het oog op de humane en diergezondheid het van belang is toestemming
te verlenen aan Rendac Son B.V. een gedeelte van haar werkzaamheden tijdelijk
over te dragen aan een andere onderneming;
dat daarom een ontheffing van de verplichting tot verwerking van gespecificeerd
hoog-risicomateriaal geboden is;
Gelet op artikel 10, vierde lid, en artikel 12, tweede lid, in samenhang
met artikel 13, eerste lid, van de Destructiewet;
Besluit:
Toestemming te verlenen aan:
De besloten vennootschap Rendac Son B.V.
Postbus 9
5690 AA Son
hierna te noemen: Rendac Son,
tot het overdragen van haar werkzaamheden als hieronder omschreven aan:
N.V. Afvalverwerking Rijnmond,
Divisie AVR-Chemie,
voor haar vestiging in Rozenburg,
hierna te noemen: AVR.
Alsmede
ontheffing te verlenen van de plicht, bedoeld in artikel 12, tweede lid
van de Destructiewet aan Rendac Son, tot verwerking van hieronder omschreven
gespecificeerd hoog-ricisomateriaal overeenkomstig bij of krachtens de Destructiewet
gegeven regelen.
Bovenstaande onder de volgende voorwaarden:
1. De beschikking heeft betrekking op de verwerking van met asbest verontreinigde
kadavers van schapen/lammeren (6 stuks); afkomstig van een boerderij aan de
Bosweg en vleeskuikens (ca. 25000 stuks); afkomstig van een boerderij aan
de Jelle Heidemaweg te Hoornsterzwaag.
2. Het materiaal wordt onschadelijk gemaakt door directe verbranding door
AVR te Rozenburg. Verbranding dient derhalve te geschieden volgens Richtlijn
2000/76/EG.
3. Rendac Son BV is belast met het transport van het gespecificeerd hoog-risicomateriaal
richting naar de AVR. Het transport geschiedt overeenkomstig de bij of krachtens
de Destructiewet en de Verordening 2002/1774 EG vastgestelde bepalingen.
4. Rendac Son BV dient een administratie bij te houden waaruit blijkt
wanneer, hoeveel en welk materiaal ter verbranding is afgevoerd naar de AVR.
5. Deze beschikking geldt onverminderd de overige eisen gesteld bij of
krachtens de Destructiewet en de geldende nationale en Europese regelgeving,
in het bijzonder de Wet Milieubeheer en de Verordening 2002/1774/EG.
De beschikking wordt verleend voor een termijn tot 15 augustus 2003. Zij
wordt ingetrokken indien de noodzaak voor de beschikking zoals verwoord in
de overwegingen bij deze beschikking naar het oordeel van de minister ophoudt
te bestaan.
De beschikking kan worden ingetrokken indien niet is voldaan aan de gestelde
voorschriften.
Op grond van artikel 20.3, eerste lid, in samenhang met artikel 20.1,
eerste lid, van de Wet milieubeheer treedt een besluit op grond van de Destructiewet
in werking met ingang van de dag na de dag waarop de termijn verloopt voor
het indienen van een bezwaarschrift, tenzij wordt besloten tot onmiddellijke
inwerkingtreding op grond van artikel 20.5 Wet milieubeheer.
Gelet op de noodzaak van het tijdig en veilig verwijderen, verwerken en
vernietigen van gespecificeerd hoog-risicomateriaal met het oog op de humane
en diergezondheid, treedt deze ontheffing in werking met ingang van 23 juli
2003.
Dit besluit wordt bekendgemaakt door publicatie in de Staatscourant.
Een belanghebbende kan binnen zes weken na bekendmaking van dit besluit
bezwaar maken bij de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het
bezwaarschrift wordt gezonden aan het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,
t.a.v. de Afdeling Rechtsbescherming, Postbus 20401, 2500 EK te Den Haag.