De Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW),
Gelet op artikel 25, tweede lid, van de Erkenningsregeling APK, nr. CDJZ/WBI/2000-82,
Stcrt. 2000, nr. 35;
Besluit:
Artikel 1
1. Voorwaarde voor deelname aan het examen keurmeester periodieke keuring
lichte voertuigen is het bezit van:
a. een resultatenlijst waarop is vermeld dat men geslaagd is voor het
examen leerlingwezen voortgezette opleiding onderstellen personenautomobielen,
die ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen (Stb. 1966, 215)
is afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding
VAM, of
b. het diploma Leerlingwezen voortgezette opleiding (Eerste Monteur) personenautomobielen,
dat ingevolge artikel 19 van de Wet op het leerlingwezen (Stb. 1966, 215)
is afgegeven door de centrale examencommissie van de Stichting Beroepsopleiding
VAM, of
c. het diploma eerste monteur automobielen, afgegeven door de Stichting
VAM vóór 1971, of
d. het diploma eerste autotechnicus dan wel het diploma eerste bedrijfsautotechnicus,
afgegeven door het ROC, ondergoedkeuring van de exameninstelling ten behoeve
van externe legitimering, ingevolge de artikelen 7.4.2, 7.4.3, 7.4.4 en 7.4.7
van de Wet Educatie Beroepsonderwijs (WEB), of
e. het nog geldige diploma keurmeester zware (bedrijfs)voertuigen, afgegeven
door de Stichting VAM dan wel de daarbij behorende nog geldige bevoegdheidspas,
of
f. een certificaat dat wordt afgegeven door de Stichting VAM na het met
goed gevolg hebben afgelegd van de intredetoets, of
g. een door de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer (RDW) afgegeven
verklaring.
2. Degene die in het bezit is van de in het eerste lid, onder a tot en
met g genoemde resultatenlijst, diploma's, certificaat of verklaring kan zich
voor deelname aan het examen keurmeester periodieke keuring lichte voertuigen
rechtstreeks wenden tot de Stichting VAM.
Artikel 2
1. De in artikel 1, eerste lid, onder g genoemde verklaring wordt slechts
afgegeven indien de aanvrager blijk heeft gegeven van voldoende theoretische
en praktische kennis.
2. Degene die een verklaring aanvraagt geeft blijk van de in het eerste
lid bedoelde kennis door het overleggen van één van de navolgende
diploma's:
a. diploma middelbaar bedrijfstechnicus voor de motorvoertuigenbranche,
afgegeven door de Stichting Beroepsopleidingen VAM, of
b. diploma A of B van het Instituut voor de Autohandel B.V., of
c. diploma HTS werktuigbouwkunde, of
d. diploma MTS werktuigbouwkunde, of
e. diploma keurmeester lichte voertuigen of het diploma keurmeester zware
(bedrijfs)voertuigen of de daarbij behorende bevoegdheidspas die door het
verstrijken van de tijd hun geldigheid hebben verloren, of
f. een buitenlands diploma dat tenminste gelijkwaardig is aan één
van de in dit artikel onder a tot en met e, of g tot en met i genoemde diploma's,
of
g. diploma HTS autotechniek, of
h. diploma MTS autotechniek, of
i. diploma commercieel bedrijfsleider /ondernemer kleinbedrijf (niveau
4), met differentiatie Personenautotechniek en / of Bedrijfsautotechniek.
3. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 2, tweede
lid , onder a tot en met f, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift
te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaande
aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 4 jaar ervaring is
opgedaan in het onderhouden en repareren van de voertuigen waarvoor het examen
wordt aangevraagd.
4. Indien een diploma wordt overgelegd zoals genoemd in artikel 2, tweed
lid onder g tot en met i, dient tevens een werkgeversverklaring of getuigschrift
te worden overgelegd waaruit blijkt dat in de periode van 6 jaar, direct voorafgaande
aan het tijdstip van de aanvraag, gedurende ten minste 2 jaar ervaring is
opgedaan in het onderhouden en repareren van voertuigen waarvoor het examen
wordt aangevraagd.
5. Onder de in artikel 2,derde en vierde lid, genoemde praktijkervaring
wordt niet verstaan de tijd die de aanvrager werkt tijdens:
a. de avonduren, of
b. vakantieperiodes, of
c. een dagopleiding.
Relevante stageperiodes worden meegerekend voor de genoemde praktijkervaring,
indien de aanvrager een stageverklaring overlegt.
Artikel 3
1. De in artikel 1, eerste lid, onder g, genoemde verklaring moet volgens
een door de Algemeen Directeur van de Dienst Wegverkeer vastgesteld aanvraagformulier
worden ingediend bij de Dienst Wegverkeer.
2. De in artikel 1, eerste lid, onder g, genoemde verklaring wordt op
aanvraag en tegen betaling, op de door de Dienst Wegverkeer vastgestelde wijze,
van het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde tarief verleend aan de aanvrager
die aan de in deze regeling genoemde eisen voldoet.
Artikel 4
1. De bekendmaking Vaststelling voorwaarden deelname examen keurmeester
lichte voertuigen van 21 februari 2000, Stcrt. 2000, nr. 45 wordt ingetrokken.
2. Deze bekendmaking treedt in werking met ingang van de tweede dag na
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.