Wijziging Warenwetregeling Vrijstelling frisdranken met hoog cafeïnegehalte
13 juni 2003
VGB/VL 2385484
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Handelende in overeenstemming met de Ministers van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij, en van Economische Zaken;
Gelet op richtlijn nr. 2002/67/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen
van 18 juli 2002 betreffende de etikettering van levensmiddelen die kinine
en levensmiddelen die cafeïne bevatten (PbEG L 191), alsmede op artikel
8, eerste lid, onder c, artikel 13, onder a, en artikel 16, eerste en vierde
lid, van de Warenwet;
Besluit:
Artikel I
De Warenwetregeling Vrijstelling frisdranken met hoog cafeïnegehalte1 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1 komt te luiden:
1. Vrijstelling wordt verleend van artikel 5, tweede lid, onder b, van
het Warenwetbesluit Frisdranken, voor wat betreft het maximale gehalte aan
cafeïne van de daar bedoelde waren, onder de voorwaarde dat het cafeïnegehalte
van de waar niet hoger is dan 350 mg/l en dat
a. sprake is van drinkwaren op basis van koffie of thee, of drinkwaren
met koffie- of thee-extract, waarvan de aanduiding de term `koffie' of `thee'
bevat, of
b. bij het verhandelen van de waarop het etiket één van
de volgende vermeldingen wordt gebezigd:
1° `hoog cafeïnegehalte', tussen haakjes gevolgd door de in mg/100
ml uitgedrukte hoeveelheid cafeïne van de waar, in het zelfde gezichtsveld
als de aanduiding van de waar; of
2° `bevat 150-350 mg/l cafeïne; komt overeen met 2-4 koppen koffie'.
B
Artikel 2 komt te luiden:
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening
van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en vervalt met ingang van
1 juli 2004.
Artikel II
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2003.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.F.
Hoogervorst.
1 Stcrt. 1996, 162.
Toelichting
Artikel 5, tweede lid, onder b, van het Warenwetbesluit Frisdranken bepaalt
dat als limonade of als frisdrank aangeduide drinkwaar ten hoogste 150 mg/l
cafeïne bevat, voor zover sprake is dranken met planten- of vruchtenextracten.
De Warenwetregeling Vrijstelling frisdranken met hoog cafeïnegehalte
(verder te noemen: de vrijstellingsregeling) verleent vrijstelling van deze
bepaling onder de voorschriften dat:
a. het cafeïnegehalte van de waar niet hoger is dan 350 mg/l;
b. bij het verhandelen van de waar op het etiket de volgende vermelding
wordt gebezigd: `bevat 150-350 mg/l cafeïne; komt overeen met 2-4 koppen
koffie'.
Op 19 juli 2002 is gepubliceerd richtlijn nr. 2002/67/EG van de Commissie
van de Europese Gemeenschappen van 18 juli 2002 betreffende de etikettering
van levensmiddelen die kinine en levensmiddelen die cafeïne bevatten
(PbEG L 191), verder te noemen: richtlijn 2002/67/EG.
Richtlijn 2002/67/EG schrijft voor dat met ingang van 1 juli 2004 op het
etiket van een voor consumptie bestemde drank die in ongewijzigde staat of
na reconstitutie van het geconcentreerde of gedehydrateerde product meer dan
150 mg/l aan cafeïne bevat, ongeacht de herkomst ervan, de vermelding
`hoog cafeïnegehalte' dient te worden aangebracht, in het zelfde gezichtsveld
als de verkoopbenaming van de drank. Voorts dient de handel in producten die
voldoen aan dit voorschrift, reeds te worden toegestaan met ingang van 1 juli
2003.
Richtlijn 2002/67/EG zal worden geïmplementeerd door een wijziging
van het Warenwetbesluit Etikettering van levensmiddelen, verder te noemen:
WEL. Het is de bedoeling dat deze wijziging van het WEL in werking zal treden
met ingang van 1 juli 2004.
Richtlijn 2002/67/EG verplicht ertoe met ingang van 1 juli 2003 de handel
toe te staan in producten die voldoen aan de eerdergenoemde voorschriften.
Derhalve is wijziging van de vrijstellingsregeling noodzakelijk. Voor de periode
1 juli 2003 tot 1 juli 2004 voorziet de vrijstellingsregeling in een overgangsregeling,
en is het dientengevolge mogelijk hetzij de bij de vrijstellingsregeling voorgeschreven
vermelding, hetzij de bij richtlijn 2002/67/EG voorgeschreven vermelding te
gebruiken. De vrijstellingsregeling vervalt met ingang van 1 juli 2004.
Het huidige voorschrift van artikel 1, eerste lid, onder a, van de vrijstellingsregeling
(frisdranken bevatten niet meer dan 350 mg/l cafeïne) dient ter bescherming
van de volksgezondheid te worden gehandhaafd. Dat geldt ook voor de nog resterende
bepalingen in artikel 5, tweede lid, van het Warenwetbesluit Frisdranken.
Richtlijn 2002/67/EG verzet zich daar niet tegen.
Het Warenwetbesluit Frisdranken, evenals de Warenwetregeling Vrijstelling
Frisdranken met hoog cafeïnegehalte zijn destijds gemeld aan de Europese
Commissie (Notificatie van 5 september 1994, nr. TLX 001 IND- 94 0258NL NL-940901
respectievelijk Notificatie TLX001 IND 96 0050 NL- NL 960220) in het kader
van een notificatieprocedure op grond van richtlijn 83/189/EEG van de Raad
van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen
en technische voorschriften (PbEG L 109), thans gecodificeerd in richtlijn
98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 juni 1998 betreffende
een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften
(PbEG L 204).
Het is de bedoeling deze bepalingen met ingang van 1 juli 2004 over te
brengen naar het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen,
en per gelijke datum het Warenwetbesluit Frisdranken in te trekken.
Gezien het voorgaande zal de etikettering van frisdranken met meer dan
150 mg/l en ten hoogste 350 mg/l cafeïne dienen te geschieden:
- tot 1 juli 2003: met inachtneming van artikel 1, eerste lid, onder b,
van de huidige vrijstellingsregeling;
- vanaf 1 juli 2003 tot 1 juli 2004: met inachtneming van hetzij artikel
1, eerste lid, onder b, 1°, hetzij artikel 1, eerste lid, onder b, 2°,
van de vrijstellingsregeling;
- vanaf 1 juli 2004: met inachtneming van de ter zake bij het WEL gestelde
voorschriften.
Administratieve lasten
Aangezien deze regeling niet met zich meebrengt dat het bedrijfsleven
moet voldoen aan enige informatieverplichting, zal deze regeling niet leiden
tot enige administratieve lasten voor het bedrijfsleven. Derhalve heeft het
Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal) deze regeling niet geselecteerd
voor toetsing.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst.