De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
Gelet op artikel 33, eerste en tweede lid, van de Wet milieugevaarlijke
stoffen juncto artikel 3 van het Besluit PAK-houdende coatings Wet milieugevaarlijke
stoffen;
Overwegende dat de Stichting INST, per adres Koninklijke Marine, Afdeling
MarTech, Postbus 20702, 2500 ES Den Haag (hierna: de Stichting), bij brief
van 1 maart 2002 opnieuw heeft verzocht om ontheffing van het verbod een PAK-houdende
coating (koolteer) toe te passen ten behoeve van het schip `de Schorpioen',
liggende in Den Helder en deel uitmakend van de collectie van het Marinemuseum;
Overwegende dat op 28 mei 2001, kenmerk: KVI 2001050189, aan de Stichting
overeenkomstig artikel 33 van de Wet milieugevaarlijke stoffen onder beperkingen
en voorschriften ontheffing is verleend van artikel 3 van het Besluit PAK-houdende
coatings Wet milieugevaarlijke stoffen, voor het in 2001 toepassen van een
PAK-houdende coating (koolteer) op de romp van het schip `de Schorpioen';
Overwegende dat de Stichting door onvoorziene omstandigheden in 2001 niet
in de gelegenheid is geweest de PAK-houdende coating (koolteer) op de romp
van het schip `de Schorpioen' aan te brengen;
Overwegende dat de gronden die hebben geleid tot de beschikking van 28
mei 2001, inhoudende verlening van ontheffing onder de beperkingen en voorschriften,
dat:
1. de toepassing van het koolteer in 2001 slechts wordt toegepast voor
het uitwendig behandelen van de romp van `de Schorpioen' door scheepswerf
Visser te Den Helder;
2. de aan te schaffen hoeveelheid koolteer ten hoogste 560 liter is;
3. de na de behandeling resterende hoeveelheid koolteer wordt opgeslagen
in het Marinemuseum te Den Helder en niet zonder nadere toestemming van de
minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer wordt
gebruikt;
4. het Scheikundige Laboratorium van de Koninklijke Marine onderzoek verricht
naar de optimale en tegelijkertijd milieuverantwoorde wijze van langdurig
conserveren, welk onderzoek uiterlijk op 1 januari 2004 dient te zijn afgerond;
5. het onderzoek, bedoeld onder 4, wordt begeleid door een begeleidingscommissie
waarvan een vertegenwoordiger van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke
Ordening en Milieubeheer, directoraat-generaal Milieubeheer, Directie Klimaatverandering
en Industrie, deel uitmaakt, en
6. het eindrapport van het onderzoek, bedoeld onder 4, de instemming behoeft
van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
nog steeds gelden;
Overwegende dat de ontwerpbeschikking op het verzoek van de Stichting
om ontheffing ingevolge artikel 3:19, tweede lid, onderdeel c, van de Algemene
wet bestuursrecht bekend is gemaakt in de Staatscourant van 10 april 2002,
nr. 69, en in de Helderse Courant van 5 april 2002;
Overwegende dat naar aanleiding van de bekendmaking van de ontwerpbeschikking
op het verzoek van de Stichting om ontheffing geen reacties zijn ontvangen
tegen dat ontwerp;
Overwegende dat de kwaliteit van het staal dat is gebruikt voor de vervaardiging
van `de Schorpioen', bijzonder gevoelig is voor roestvorming;
Overwegende dat de alternatieven voor koolteer voor de toegepaste kwaliteit
van het staal waarvan `de Schorpioen' is vervaardigd, geen doeltreffende bescherming
bieden tegen de bij dat staal snel optredende vorming van roest;
Overwegende dat `de Schorpioen' als historisch exemplaar wordt bewaard;
Besluit:
Aan de Stichting INST, per adres Koninklijke Marine, Afdeling MarTech,
Postbus 20702, 2500 ES Den Haag, ontheffing te verlenen van het verbod koolteer
toe te passen ten behoeve van het schip `de Schorpioen', liggende in Den Helder
en deel uitmakend van de collectie van het Marinemuseum onder de beperkingen
en voorschriften, zoals opgenomen in de beschikking van 28 mei 2001, kenmerk:
KVI 2001050189, zij het dat de koolteer voor 1 november 2002 op de romp van
`de Schorpioen' moet zijn aangebracht.