Wijziging Pensioenreglement ABP en FPU-reglement

15 februari 2002

AB2002/U57707

DG Management en Personeelsbeleid

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op artikel 4, zesde lid, van de Wet privatisering ABP, en artikel 2, derde lid, van de Wet Kaderregeling vut overheidspersoneel;

Gezien het verzoek van de Stichting Pensioenfonds ABP van 31 januari 2002, gedaan mede namens sociale partners in de Raad voor het Overheidspersoneelsbeleid, tot plaatsing in de Staatscourant,

Maakt het volgende bekend:

Artikel I

Wijziging van de pensioenaanspraken van overheidswerknemers, gewezen overheidswerknemers en hun nagelaten betrekkingen, alsmede hun daarmee samenhangende verplichtingen in overeenstemming met artikel 4, derde lid, van de Wet privatisering ABP, en wijziging van de aanspraken op grond van het FPU-reglement basisuitkering en aanvullende uitkering, in verband met aanpassing van de fpu-regeling ingeval van samenloop van een WAO, een invaliditeitspensioen en een fpu-uitkering.

A

In het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP worden onderstaande artikelleden opgenomen:

Artikel 5a.3, lid 6

Het flexibel pensioen van de deelnemer die tevens recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en een invaliditeitspensioen wordt verminderd indien en voor zover de toepassing van artikel 10, lid 3.1 tot en met 3.3 van het fpu-reglement basisuitkering en aanvullende uitkering leidt tot een vermindering.

Artikel 5a.3, lid 7

Het bedrag waarmee het flexibel pensioen krachtens het vorige lid wordt verminderd, wordt aangemerkt als niet opgenomen aanspraken op flexibel pensioen, bedoeld in artikel 5a.7.

B

In het FPU-reglement basisuitkering en aanvullende uitkering van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel worden onderstaande artikelleden opgenomen:

Artikel 10, lid 3.1 tot en met lid 3.3

3.1. In afwijking van de voorgaande leden wordt de uitkering van de belanghebbende die na 9 januari 2002 voor het eerst recht op een uitkering verkrijgt, met ingang van 1 april 2002 dan wel de daarna gelegen ingangsdatum van de uitkering verminderd

a. indien die belanghebbende tevens recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering en een invaliditeitspensioen en

b. voor zover de som van de uitkering, de arbeidsongeschiktheidsuitkering en het invaliditeitspensioenpensioen een hierna te noemen bedrag (grensbedrag) overschrijdt.

3.2. Het onder 3.1., onder b. bedoelde grensbedrag is gelijk aan het met toepassing van de leden 2.4.1. tot en met 2.6. bepaalde grensbedrag, met dien verstande dat het grensbedrag overeenkomstig het bepaalde in de volgende leden wordt aangepast naar gelang het tijdstip waarop de belanghebbende vrijwillig vervroegd uittreedt.

3.2.1 Indien het tijdstip van vervroegde uittreding van de werknemer die uiterlijk op 1 april 1947 is geboren, is gelegen vóór dan wel na de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 61 jaar bereikt, wordt het grensbedrag in dezelfde mate verlaagd respectievelijk verhoogd als waarmee de aanvullende uitkering krachtens het bepaalde in artikel 4, lid 6. en lid 7.1. alsmede artikel 5, lid 1.1. tot en met lid 1.4., lid 4.2. en lid 5.4. wordt aangepast.

3.2.2 Indien het tijdstip van vervroegde uittreding van de werknemer die na 1 april 1947 is geboren, is gelegen vóór dan wel na de eerste dag van de maand volgend op die waarin hij de leeftijd van 62 jaar bereikt, wordt het grensbedrag in dezelfde mate verlaagd respectievelijk verhoogd als waarmee de aanvullende uitkering krachtens het bepaalde in artikel 4, lid 6. en lid 7.1 wordt aangepast.

3.2.3 Ten aanzien van de werknemer, bedoeld in artikel 5, lid 7.1.1., wordt het grensbedrag in dezelfde mate verhoogd als waarmee de aanvullende uitkering krachtens het bepaalde in artikel 5, lid 7.1.1. en lid 7.1.4. wordt aangepast.

3.3. Het bedrag van de overschrijding, bedoeld in lid 3.1. wordt op de basisuitkering, de aanvullende uitkering, de verhoging van de aanvullende uitkering alsmede - met inachtneming van het bepaalde in artikel 5a.3, lid 6 van het Pensioenreglement - op het flexibel pensioen in mindering gebracht in de mate waarin die uitkeringscomponenten zich verhouden tot het bedrag van de uitkering.

Artikel II

Wijziging van de pensioenaanspraken van overheidswerknemers, gewezen overheidswerknemers en hun nagelaten betrekkingen, alsmede hun daarmee samenhangende verplichtingen in overeenstemming met artikel 4, derde lid, van de Wet privatisering ABP, en wijziging van de aanspraken op grond van het FPU-reglement basisuitkering en aanvullende uitkering, in verband met het opheffen van de maximering van de deeltijdfactor.

A

In het pensioenreglement van de Stichting Pensioenfonds ABP worden onderstaande artikelleden opgenomen, c.q. gewijzigd:

Artikel 1.1, onderdeel i, onder 1°

een dienstverhouding met meer of minder uren dan bij betrokken werkgever in een gelijksoortige dienstverhouding als normwerktijd gebruikelijk is.

Artikel 1.1, onderdeel ff.

normwerktijd: de omvang van de werktijd zoals die bij de betrokken werkgever voor de desbetreffende soort van dienstverhouding gebruikelijk was direct voorafgaande aan de uitbreiding van het gangbare aantal uren en in de arbeidsvoorwaarden was gedefinieerd.

Artikel 1.2, eerste lid, onderdeel b.

de noemer gelijk is aan het salaris dat in een soortgelijke betrekking bij de betrokken werkgever bij een normwerktijd zou gelden.

Artikel 19.5 komt te luiden:

Dit reglement met bijlagen, in werking getreden op 1 januari 1996 is gewijzigd met ingang van 1 januari 2002.

B

In het FPU-reglement basisuitkering en aanvullende uitkering van de Stichting fonds vrijwillig vervroegd uittreden overheidspersoneel wordt onderstaand artikellid opgenomen, respectievelijk vervalt een artikellid:

Artikel 2, lid 4, onderdeel 1

Indien gedurende enig tijdvak in de termijn van 10 jaren die direct voorafgaat aan het tijdstip van vervroegde uittreding, een deeltijdfactor geldt, wordt de met toepassing van de voorgaande leden vastgestelde basisuitkering vermenigvuldigd met de gemiddelde deeltijdfactor welke geldt gedurende genoemde termijn van tien jaren.

Artikel 2, lid 4, onderdeel 3,vervalt

Artikel III

A

De wijzigingen, bedoeld in artikel I treden in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin deze worden geplaatst en werken terug tot en met 9 januari 2002.

B

De wijzigingen, bedoeld in artikel II treden in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin deze worden geplaatst en werken terug tot en met 1 januari 2002, met dien verstande dat die bepalingen voor de overheidswerknemers werkzaam in de sector Politie terugwerken tot en met 1 juni 2001.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,voor deze,
de directeur-generaal Management en Personeelsbeleid,
M.J. van Rijn.

Naar boven