5 maart 2002
WJZ 02011524
Directie Wetgeving en Juridische Zaken
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
Gezien de schriftelijke instemming van de directeur van de Nederlandse
Financierings Maatschappij voor Ontwikkelingslanden N.V. d.d. 28 februari
2002;
Besluit:
Artikel 1
1. Aan de directeur van de Nederlandse Financierings Maatschappij voor
Ontwikkelingslanden N.V. (FMO) onder wie de uitvoering van de Subsidieregeling
technische assistentie in opkomende markten ressorteert wordt mandaat verleend
tot het nemen van besluiten ter uitvoering van de Subsidieregeling technische
assistentie in opkomende markten, alsmede machtiging tot het afdoen van alle
daarop betrekking hebbende stukken.
2. Aan de directeur van FMO onder wie de uitvoering van de Subsidieregeling
technische assistentie in opkomende markten ressorteert wordt mandaat verleend
tot het nemen van beslissingen op bezwaar tegen besluiten als bedoeld in het
eerste lid, voorzover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door
deze functionaris zelf in mandaat is genomen.
3. De directeur van de FMO onder wie de uitvoering van de Subsidieregeling
technische assistentie in opkomende markten ressorteert wordt gemachtigd,
met recht van substitutie, namens de Staatssecretaris van Economische Zaken
verweer te voeren bij de behandeling door de bestuursrechter van beroepschriften
ter zake van besluiten als bedoeld in het tweede lid.
Artikel 2
1. De directeur van FMO onder wie de uitvoering van de Subsidieregeling
technische assistentie in opkomende markten ressorteert kan van het aan hem
verleende mandaat ondermandaat verlenen aan een of meer onder hem ressorterende
functionarissen.
2. Ondermandaat tot het beslissen op een bezwaarschrift wordt niet verleend
aan degene die het besluit waartegen het bezwaar zich richt krachtens het
in het eerste lid bedoelde ondermandaat heeft genomen.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening
van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit
is betrokken binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd
bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, directie Wetgeving
en Juridische Zaken, postbus 20101, 2500 EC 's-Gravenhage. Dit besluit is
verzonden op de in de aanhef van deze brief vermelde datum.