Regeling waarschuwingssignalering ioniserende straling

28 februari 2002

A&G/W&B/2001/73922

Directie Arbeidsveiligheid en Gezondheid

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst, en de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer;

Gelet op de artikelen 20, vierde lid, 84, tweede lid, en 85, tweede lid, van het Besluit stralingsbescherming,

Besluiten:

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. besluit: Besluit stralingsbescherming;

b. gecontroleerde zone: een ruimte als bedoeld in artikel 83, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

c. bewaakte zone: een ruimte als bedoeld in artikel 83, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.

Artikel 2. Waarschuwingsbord

1. Het model voor het waarschuwingsbord of -teken, dat in de in artikel 20, eerste lid, van het besluit bedoelde situaties wordt aangebracht is het bord in bijlage XIA, onderdeel 2, bij de Arbeidsomstandighedenregeling, dat waarschuwt voor radioactieve stoffen en ioniserende straling.

2. Het in het eerste lid bedoelde waarschuwingsbord is minimaal 7,5 cm breed, tenzij dit in de situatie waarin het moet worden aangebracht niet redelijk is.

3. Voor de plaatsing van deze borden is artikel 8.11 van de Arbeidsomstandighedenregeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3. Tekst bij waarschuwingsbord

1. Onder of naast het in artikel 2, eerste lid, bedoelde waarschuwingsbord bevinden zich een of meerdere gele, rechthoekige borden met een zwarte rand met daarop in het zwart de tekst:

a. `RÖNTGENSTRALING', indien een toestel de oorzaak van de mogelijke blootstelling is;

b. `RADIOACTIEVE STOFFEN', indien radioactieve stoffen de oorzaak van de mogelijke blootstelling zijn;

c. `BEWAAKTE ZONE', indien het een bewaakte zone betreft;

d. `GECONTROLEERDE ZONE', indien het een gecontroleerde zone betreft.

2. De in het eerste lid, onder c en d, bedoelde teksten gaan vergezeld van een aanduiding van het mogelijk aanwezige dosisequivalenttempo in de zone, indien dit meer dan 10 µSv/uur bedraagt.

3. Artikel 2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste lid bedoelde borden.

Artikel 4. Waarschuwingssignalering op ingekapselde bronnen, toestellen en bronhouders

1. Op ingekapselde bronnen en toestellen worden het waarschuwingsbord of -teken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en een bord als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a of b, geplaatst.

2. Indien het ingekapselde bronnen betreft, is het eerste lid niet van toepassing op bij de inwerkingtreding van deze regeling reeds bestaande bronnen.

3. Artikel 2, tweede lid, en artikel 3, eerste lid, zijn niet van toepassing indien de afmeting van de ingekapselde bron daarvoor te klein is.

4. Het eerste lid is niet van toepassing indien de afmeting van de ingekapselde bron te klein is voor een met het blote oog herkenbaar waarschuwingsteken.

5. Op bronhouders worden het waarschuwingsbord of -teken, bedoeld in artikel 2, eerste lid, en een bord als bedoeld in artikel 3, eerste lid, geplaatst, wanneer daarin een radioactieve bron aanwezig is.

6. Op de borden, geplaatst op bronhouders, is artikel 2, tweede lid, is niet van toepassing, indien een bronhouder zodanige afmetingen heeft dat daarop een bord als bedoeld in artikel 2, eerste lid, met een afmeting als genoemd in artikel 2, tweede lid, tezamen met een bord als bedoeld in artikel 3, eerste lid, redelijkerwijs niet geplaatst kan worden.

Artikel 5. Verbodsbord gecontroleerde zone

1. Indien er geen feitelijke toegangsbeperking tot een gecontroleerde zone is, wordt onverminderd artikel 2, eerste lid, bij de ingang van deze zone het verbodsbord geplaatst overeenkomstig het model in bijlage XIA, onderdeel 1, van de Arbeidsomstandighedenregeling voor gebruik in de situatie van een verbod van toegang voor onbevoegden.

2. Onder of naast het in het eerste lid bedoelde verbodsbord bevindt zich een wit, rechthoekig bord met een zwarte rand met daarop in het zwart de tekst: `geen toegang voor onbevoegden'.

3. Artikel 2, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste en tweede lid bedoelde borden.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 maart 2002 met uitzondering van de artikelen 3, eerste lid, onder a, c, en d, 4, eerste lid, voorzover het toestellen betreft, en 5, die op 1 september 2002 in werking treden.

Artikel 7. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling waarschuwingssignalering ioniserende straling.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 28 februari 2002.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,J.F. Hoogervorst.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,J.P. Pronk.

Toelichting

Algemeen

Krachtens artikel 20, eerste en vierde lid, van het Besluit stralingsbescherming (hierna: het besluit) zijn de Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bevoegd modellen vast te stellen voor waarschuwingsborden en -tekens voor situaties waarin ten gevolge van handelingen of werkzaamheden de maximale jaarlijkse doses voor de bevolking of voor werknemers kunnen worden overschreden. Deze doses worden genoemd in de artikelen 49 (bevolking) en 76 (werknemers) van het besluit. De ondernemer, dat is degene onder wiens verantwoordelijkheid een handeling of werkzaamheid wordt verricht, is verplicht in dergelijke situaties op geschikte plaatsen waarschuwingsborden en -tekens aan te brengen. Volgens de artikelen 84 en 85 van het besluit dienen duidelijke waarschuwingsborden en -tekens en de risico's van ioniserende straling in ieder geval te zijn aangebracht bij gecontroleerde en bewaakte zones. De modellen voor de waarschuwingsborden en -tekens zijn in deze regeling vastgesteld.

Deze regeling is ook van toepassing op handelingen met kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen en op het vervoeren van splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen. Dit volgt uit het feit dat artikel 20 van het besluit met deze regeling in de artikelen 1b van het Besluit vervoer splijtstoffen, ertsen en radioactieve stoffen en 19 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen voor die besluiten van overeenkomstige toepassing zijn verklaard.

Op grond van artikel 101 van het besluit is artikel 20 van het besluit van overeenkomstige toepassing voor werkzaamheden. Deze regeling geldt daarom ook bij het verrichten van werkzaamheden in de zin van het besluit.

Door het intrekken van het Besluit stralenbescherming Kernenergiewet in artikel 125 van het Besluit stralingsbescherming is de Regeling waarschuwingssignalering radioactieve stoffen komen te vervallen.

Indien op bepaalde plaatsen regelmatig personen kunnen komen die het Nederlands niet machtig zijn, kan naast de in deze regeling opgenomen Nederlandse tekst ook de Engelse vertaling daarvan en eventueel de vertaling in een andere, relevante, taal worden aangebracht. Het betreft bijvoorbeeld vliegvelden, havens, schepen, boorplatforms of defensieterreinen.

Deze regeling heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten van het bedrijfsleven.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2 Waarschuwingsbord

Als waarschuwingsbord voor ioniserende straling is gekozen het waarschuwingsbord, dat is opgenomen in de bijlage XIA , onderdeel 2, bij de Arbeidsomstandighedenregeling. In die bijlage staat onder het bord gemeld, dat het waarschuwt voor radioactieve stoffen (zie figuur 1).

In deze regeling betreft het een bredere toepassing. Te zijner tijd zal de bijlage bij de Arbeidsomstandighedenregeling worden aangepast, zodat daarin ook verwezen wordt naar ioniserende straling. De bepalingen over het gebruik en de plaatsing van deze borden in de Arbeidsomstandighedenregeling (artikel 8.11 van die regeling) zijn uiteraard ook van toepassing voor de situaties waarvoor deze regeling geldt.

stcrt-2002-45-p23-SC33585-1.gif

Figuur 1:Het waarschuwingsbord voor ioniserende straling als bedoeld in artikel 2. Dit bord kenmerkt zich door een driehoekige vorm, een zwart pictogram op gele achtergrond en een zwarte rand, waarbij de gele kleur ten minste 50% van het oppervlak van het bord beslaat

Artikel 3. Tekst bij waarschuwingsbord

Wanneer meer dan een van de in artikel 3, het eerste lid, onder a tot en met d bedoelde situaties zich voordoen, worden onder het waarschuwingsbord één of meer borden met alle van toepassing zijnde teksten aangebracht. Te denken valt bijvoorbeeld aan een situatie waarin zowel radioactieve stoffen als toestellen oorzaak van de mogelijke straling zijn (zie figuur 2). Deze teksten zijn vooral van belang bij een calamiteit. Indien het slechts een toestel betreft is uitschakelen van de elektriciteit voldoende, bij radioactieve stoffen zullen meer beschermende maatregelen genomen moeten worden.

stcrt-2002-45-p23-SC33585-2.gif

Figuur 2:Het waarschuwingsbord met als voorbeeld het bord met de tekst `RADIOACTIEVE STOFFEN' en `RÖNTGENSTRALING' als bedoeld in artikel 3. De achtergrond is geel en de lijnen, figuur en tekst zijn zwart

Artikel 4. Waarschuwingssignalering op ingekapselde bronnen, toestellen en bronhouders

Het waarschuwingsbord met onderschriftbord moet in principe zowel op toestellen en ingekapselde bronnen als op bronhouders geplaatst worden (eerste en vijfde lid). Het doel hiervan is dat mensen bij de bron gewaarschuwd worden voor de gevaren.

Omdat het, gezien de dosis die daarbij wordt ontvangen niet goed mogelijk is om de waarschuwing aan te brengen op reeds bestaande ingekapselde bronnen, geldt deze bepaling niet voor reeds bestaande ingekapselde bronnen (tweede lid). Bij nieuwe bronnen echter moet het teken door de producent op de bron geplaatst worden voordat deze wordt geactiveerd en ingekapseld.

In de volgende situaties mag van de verplichting worden afgeweken:

1. Indien de afmeting van de ingekapselde bron te klein is, om ook zonder het onderschriftbord, het waarschuwingsbord met een breedte van 7,5 cm te plaatsten, mag een kleiner waarschuwingsbord worden gebruikt dan is voorgeschreven in artikel 2, tweede lid en behoeft het onderschriftbord niet te worden aangebracht (derde lid).

2. Wanneer de ingekapselde bron te klein is om een waarschuwingsbord herkenbaar aan te brengen, geldt de gehele verplichting van het eerste lid niet (vierde lid).

Ook voor een bronhouder geldt de verplichting voor het plaatsen van het waarschuwingsbord met onderbord, wanneer daarin een radioactieve bron is geplaatst (vijfde lid). Wanneer een bronhouder te klein is om te voldoen aan de minimale afmetingen, genoemd in artikel 2, tweede lid, dan hoeft aan het tweede lid van artikel twee niet te worden voldaan (zesde lid).

Wanneer een bron in een apparaat is geplaatst, zal zowel op de buitenkant van het apparaat als op de bron/bronhouder binnen in het apparaat een waarschuwing moeten worden geplaatst. Bij calamiteiten is dan direct duidelijk waar de bron zich bevindt en om wat voor een bron het gaat.

Onder `bron' wordt in artikel 1, eerste lid, van het besluit verstaan: toestel dan wel radioactieve stof. Indien deze regeling krachtens artikel 19 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen wordt toegepast op splijtstoffen of ertsen wordt volgens artikel 1, eerste lid, onder a, van dat besluit onder `bron' verstaan: splijtstof of erts.

Artikel 5. Verbodsbord gecontroleerde zone

In dit artikel wordt voorgeschreven dat, naast de eerder genoemde borden, ook in bepaalde gevallen een verbodsbord moet worden gebruikt. Het model van het bord is opgenomen in bijlage XIA, onderdeel 1, van de Arbeidsomstandighedenregeling. Dit bord met onderbord is weergegeven in figuur 3. Het bord is wit, de rand en streep van het bord zijn rood en het pictogram is zwart. De balk loopt in een hoek van 45° ten opzichte van de horizontale lijn over het pictogram. De rode kleur beslaat ten minste 35% van het oppervlak van het bord.

stcrt-2002-45-p23-SC33585-3.gif

Figuur 3:Verbodsbord betreden gecontroleerde zone

De volgende borden kunnen bij de ingang van een gecontroleerde zone worden geplaatst:

1. het driehoekige waarschuwingsbord (artikel 2, eerste lid) en daaronder of daarnaast

2. een rechthoekige bord, voorgeschreven in artikel 3, met naar gelang de situatie het opschrift RÖNTGENSTRALING en/of RADIOACTIEVE STOFFEN (artikel 3, eerste lid, onder a en/of b); en daaronder of daarnaast

3. een rechthoekige bord met het opschrift GECONTROLEERDE ZONE (artikel 3, eerste lid, onder d). Op dit bord wordt eventueel het dosisequivalenttempo aangegeven (artikel 3, tweede lid) en daaronder of daarnaast,

4. wanneer er geen fysieke toegangsbeperking is bijvoorbeeld door een (cijfer)slot of door permanente bewaking: het ronde verbodsbord waarvan het model is weergegeven in de bijlage XI A, onderdeel 1, van de Arbeidsomstandighedenregeling (artikel 5, eerste lid); en daarnaast of daaronder

5. een rechthoekige bord, omschreven in artikel 5, tweede en derde lid, met daarop de tekst GEEN TOEGANG VOOR ONBEVOEGDEN (artikel 5, tweede lid).

Artikel 6. Inwerkingtreding

De in de artikelen 3 en 5 bedoelde borden zijn nieuw, met uitzondering van de aanduiding `radioactieve stoffen'. Ten einde ondernemers in de gelegenheid te stellen deze borden tijdig aan te brengen, treden deze bepalingen zes maanden later in werking dan de overige bepalingen van deze regeling. Dit geldt dan ook voor de verplichting op toestellen het waarschuwingsbord met onderschriftbord röntgenstraling te plaatsen, waarop artikel 4, eerste lid, ook betrekking heeft.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.F. Hoogervorst.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.P. Pronk.

Naar boven