De Minister van Economische Zaken,
Overwegende, dat Wintershall Noordzee B.V. en Veba Oil & Gas Netherlands
B.V. houders zijn van de bij beschikking van de Minister van Economische Zaken
van 16 oktober 1996, nr. E/EOG/MW/96042166 (Stcrt. 1996, 209), verleende winningsvergunning
als bedoeld in artikel 2 van de Mijnwet continentaal plat voor een deel van
blok L5 van het continentaal plat;
Overwegende, dat bovenbedoelde vergunning ingevolge artikel 17, eerste
lid, van de Mijnwet continentaal plat van kracht is geworden op 3 december
1996;
Overwegende, dat het bepaalde in de artikelen 3.4 tot en met 3.22 van
het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 (Stb. 212)
als voorschrift aan deze vergunning is verbonden;
Gelezen het verzoek van vergunninghouder van 30 november 2000 om wijziging
van bovenbedoelde vergunning in die zin dat de aan de vergunning verbonden
voorschriften ten aanzien van het door de vergunninghouder verschuldigd zijn
van cijns, zoals die zijn neergelegd in de artikelen 3.4 tot en met 3.12 van
het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 (Stb. 212),
komen te vervallen, voorzover die voorschriften betrekking hebben op de over
het kalenderjaar 2001 en latere jaren verschuldigde cijns;
Gelezen het verzoek van vergunninghouder van 30 november 2000 om wijziging
van bovenbedoelde vergunning in die zin dat de aan de vergunning verbonden
voorschriften ten aanzien van de vaststelling van het door de vergunninghouder
verschuldigde winstaandeel zoals die zijn neergelegd in de artikelen 3.13
tot en met 3.22 van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal
plat 1996 (Stb. 212), worden vervangen door de voorschriften zoals die zijn
neergelegd in de artikelen 12 tot en met 21 van artikel III van het koninklijk
besluit van 27 januari 1967 (Stb. 24), voorzover die voorschriften betrekking
hebben op het over het boekjaar 2001 en latere jaren verschuldigde winstaandeel;
Gelet op de beleidsregels van de Minister van Economische Zaken vastgesteld
bij het besluit van 29 juni 2000/WJZ 00041153 (Stcrt. 2000, nr. 124);
Besluit:
Artikel I
Voor de heffing van cijns en staatswinstaandeel over de kalender- respectievelijk
de boekjaren 2001 en volgende wordt de bij beschikking van de Minister van
Economische Zaken van 16 oktober 1996, nr. E/EOG/MW/96042166 (Stcrt. 1996,
209), verleende winningsvergunning voor een deel van blok L5 van het continentaal
plat gewijzigd als volgt:
A
De aan de vergunning verbonden voorschriften, welke voorschriften zijn
opgenomen in de artikelen 3.4 tot en met 3.12 van het Besluit vergunningen
koolwaterstoffen continentaal plat 1996 (Stb. 212), komen te vervallen.
B
De aan de vergunning verbonden voorschriften, welke voorschriften zijn
opgenomen in de artikelen 3.13 tot en met 3.22 van het Besluit vergunningen
koolwaterstoffen continentaal plat 1996 (Stb. 212), worden vervangen door
de voorschriften die zijn opgenomen in de in artikel III van het koninklijk
besluit van 27 januari 1967 (Stb. 24) vermelde artikelen 12 tot en met 21,
zoals dat besluit luidde na wijziging bij koninklijk besluit van 11 juni 1974
(Stb. 378).
C
Aan het voorschrift, dat inhoudelijk gelijk is aan artikel III, onder
artikel 12, van het koninklijk besluit van 27 januari 1967 (Stb. 24), zoals
dat besluit luidde na wijziging bij koninklijk besluit van 11 juni 1974 (Stb.
378), wordt aan het slot van het eerste lid een zin toegevoegd luidende: `In
afwijking van de eerste volzin kan de afschrijving van aanschaffings- of voortbrengingskosten
van bedrijfsmiddelen willekeurig geschieden, voorzover die wijze van afschrijven
in het kader van de belastingheffing is toegestaan op grond van artikel 3.31,
3.33 of 3.34 van de Wet inkomstenbelasting 2001.'
D
Het aan de vergunning verbonden voorschrift, welk voorschrift is opgenomen
in artikel 3.28 van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal
plat 1996 (Stb. 212), zal luiden als volgt: `Overtreding van artikel 2.6,
3.2, 3.3, 3.25 of 3.26, alsmede van het in artikel III van het koninklijk
besluit van 27 januari 1967 (Stb. 24) vermelde artikel 16, 17, 18, 20 of 21,
zoals dat besluit luidde na wijziging bij koninklijk besluit van 11 juni 1974
(Stb. 378), is een grond voor het intrekken van de vergunning.'
E
Het aan de vergunning verbonden voorschrift, welk voorschrift is opgenomen
in artikel 3.23 van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal
plat 1996 (Stb. 212), zal worden gewijzigd als volgt: `artikel 3.13, eerste
lid' wordt vervangen door `het in artikel III van het koninklijk besluit van
27 januari 1967 (Stb 24) vermelde artikel 12, eerste lid'.
Artikel II
Deze beschikking treedt in werking met ingang van de eerste dag na de
bekendmaking van de beschikking en werkt terug tot en met 1 januari 2001.
Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager.
Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
Daarin zal tevens mededeling worden gedaan van het tijdstip waarop zij van
kracht is geworden.
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit
is betrokken binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd
bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving
en Juridische Zaken, Postbus 20101, 2500 EC 's-Gravenhage. Dit besluit is
verzonden op de in de aanhef vermelde datum.