Vergunning gebruik frequentieruimte
Enertel N.V.
17 oktober 2002
EZT/893884
Beschikking van de Minister van Economische Zaken, houdende verlening
van een vergunning aan Enertel N.V. voor het gebruik van frequentieruimte
voor het tot stand brengen van vaste verbindingen ten behoeve van derden met
behulp van de single point-multipoint techniek
De Minister van Economische Zaken,
Gelezen de aanvraag van Enertel N.V.;
Gelet op artikel 3.3, tweede lid, juncto 20.7, tweede lid, van de Telecommunicatiewet
juncto artikel 21 van de Vergunningenwet kabelgebonden telecommunicatie-infrastructuur;
Besluit:
Artikel 1
In deze beschikking wordt verstaan onder:
a. AgentschapTelecom: Agentschap Telecom van het ministerie
van Economische Zaken;
b. vaste verbinding: een mogelijkheid voor het directe transport
van signalen tussen twee netwerkaansluitpunten, waarvan de totstandkoming
niet door de gebruiker via een netwerkaansluitpunt kan worden beïnvloed;
c. grensgebied: de strook Nederlands grondgebied ter breedte
van 15 kilometer, gelegen aan de landsgrens;
d. frequentie-efficiëntie: de minimale hoeveelheid overgedragen
data per eenheid van tijd en per eenheid van frequentie;
e. guard-band: de zich aan weerszijden van de toegekende frequentieruimte
bevindende frequentieruimte, welke dient ter voorkoming van interferentie.
Artikel 2
Aan Enertel N.V., hierna te noemen: de vergunninghouder, wordt een vergunning
verleend voor het gebruik van de in bijlage A genoemde frequentieruimte.
Artikel 3
Aan de vergunning worden de volgende voorschriften en beperkingen verbonden:
a. de vergunninghouder gebruikt de in bijlage A genoemde frequentieruimte
slechts voor het tot stand brengen van vaste verbindingen ten behoeve van
derden met behulp van de single point-multipoint techniek. Bij de levering
van een vaste verbinding aan een derde mag de vergunninghouder die derde niet
via een eventuele zeggenschapsverhouding, via contractuele afspraken dan wel
via enige andere constructie verplichten over de vaste verbinding uitsluitend
telecommunicatiediensten van de vergunninghouder af te nemen of aan te bieden;
b. halfjaarlijks verstrekt de vergunninghouder vóór 1 april
en vóór 1 oktober over de daaraan voorafgaande periode aan de
afdeling Handhaving van het Agentschap Telecom een overzicht van de overeenkomsten
die met derden zijn gesloten in het kader van het gebruik van de in bijlage
A genoemde frequentieruimte, waarbij tevens een beschrijving van de eventuele
zeggenschapsverhoudingen met die derden wordt verstrekt;
c. de vergunninghouder levert binnen een jaar na vergunningverlening met
behulp van de in bijlage A genoemde frequentieruimte vaste verbindingen ten
behoeve van derden met behulp van de single point-multipoint techniek;
d. voor die geografische gebieden waar de vergunninghouder de in bijlage
A genoemde frequentieruimte nog niet binnen drie jaar na vergunningverlening
in gebruik heeft genomen kunnen de ongebruikte frequenties door de minister
van Economische Zaken worden ingetrokken;
e. de vergunninghouder houdt een actueel overzicht van de in gebruik zijnde
basis- en gebruikersstations ter beschikking, waarin voor elk station de gegevens,
genoemd in bijlage B, worden opgenomen overeenkomstig het in deze bijlage
opgenomen model;
f. de vergunninghouder houdt zich in het grensgebied aan de multilaterale
voorkeursverdeling zoals opgenomen in bijlage A;
g. door de vergunninghouder worden de waarden voor PFD en EIRP zoals opgenomen
in bijlage C niet overschreden;
h. uit oogpunt van doelmatig gebruik van frequentieruimte past de vergunninghouder
zowel horizontale als verticale polarisatie toe en bereikt voor elke polarisatie
een frequentie-efficiëntie van ten minste 1 bit/s/Hz;
i. bij de planning van het netwerk houdt de vergunninghouder rekening
met de volgende voorziene guard bands voor het lage banddeel: 24815 MHz -
24829 MHz en 24885 MHz - 24899 MHz , en met de volgende voorziene guard bands
voor het hoge banddeel: 25823 MHz - 25837 MHz en 25893 MHz - 25907 MHz.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 17 oktober 2002 en geldt
tot en met 17 oktober 2012.
Deze beschikking zal in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Economische Zaken,namens deze:
B.T.
van Duyvenvoorde,
hoofd afdeling Vergunningverlening Agentschap Telecom.
Ingevolge het bepaalde in artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht
kunnen belanghebbenden tegen deze beschikking binnen zes weken na de dag waarop
zij is verzonden (17 oktober 2002) een bezwaarschrift indienen bij de afdeling
Juridische Zaken van het Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische
Zaken, Postbus 450, 9700 AL Groningen. Het bezwaarschrift dient ondertekend
te zijn en ten minste de naam en het adres van de indiener, de dagtekening,
een omschrijving van de beschikking waartegen het is gericht en de gronden
van het bezwaar te bevatten.
Bijlage A
De frequentieruimte, bedoeld in artikel 2, is:
24829 MHz - 24857 MHz zendfrequenties basisstations, gecombineerd met
25837 MHz - 25865 MHz zendfrequenties gebruikersstations
De multilaterale voorkeursverdeling, bedoeld in artikel 3, onder f, is:

B: het grensgebied met België en Duitsland;
C: het grensgebied met Duitsland;
D: het grensgebied met België.
Bijlage B
Het model, bedoeld in artikel 3, onder e, ziet er als volgt uit:

Bijlage C
De EIRP-waarde, bedoeld in artikel 3, onder g, is:
- 60 dBm voor een gebruikersstation;
- 45 dBm voor een basisstation.
De PFD-waarde, bedoeld in artikel 3, onder g, bedraagt in het grensgebied
voor:
- niet-voorkeursfrequenties -105 dB(W/MHz.m2) op de landsgrens;
- voorkeursfrequenties -105 dB(W/MHz.m2) op 15 kilometer over
de landsgrens.
De PFD wordt berekend volgens de ITU-R recommandatie P. 452-8. De berekening
wordt uitgevoerd op basis van de vrije ruimte propagatie, waarbij de atmosferische
demping 0,21 dB/km bedraagt.
NB Bovengenoemde EIRP- en PFD-waarden zullen uit oogpunt van
frequentiemanagement in overeenstemming worden gebracht met de technische
parameters die in de vergunningen voor het gebruik van frequentieruimte ten
behoeve van Wireless Local Loop zullen worden opgenomen.