Besluit toezichthouders Subsidieregeling breedband Kenniswijk
10 september 2002
DGTP/02/03204
De Minister van Economische Zaken,
Gelet op artikel 6 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat;
Besluit:
Artikel 1
Met het toezicht op de naleving van artikel 10 van de Subsidieregeling
breedband Kenniswijk zijn belast de medewerkers van het agentschap LASER van
het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij voor zover zij binnen
LASER belast zijn met het toezicht op de uitvoering van die regeling.
Artikel 2
De toezichthouders beschikken niet over de bevoegdheden, bedoeld in artikel
5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening
van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Artikel 4
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit toezichthouders Subsidieregeling
breedband Kenniswijk.
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
's-Gravenhage, 10 september 2002.
De Minister van Economische
Zaken,H.Ph.J.B. Heinsbroek.
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit
is betrokken binnen 6 weken na de dag van dagtekening van deze Staatscourant
een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken,
directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20101, 2500 EC 's-Gravenhage.
Toelichting
De medewerkers van het agentschap van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer
en Visserij, LASER, zijn belast met de uitvoering van de Subsidieregeling
breedband Kenniswijk (hierna: de regeling). Zij zijn, voor zover zij binnen
LASER inspectie- en toezichttaken verrichten, krachtens dit besluit tevens
belast met het toezicht op de naleving door de subsidie-ontvangers van de
aan de subsidie verbonden verplichtingen. Die verplichtingen zijn geregeld
in artikel 10 van de regeling.
Een subsidieaanvrager moet, om in aanmerking te komen voor een subsidie,
in de Kenniswijk wonen en voor niet meer dan voor één aansluiting
in zijn woning subsidie vragen, alsmede voor 31 december 2004 een aansluiting
als bedoeld in artikel 3 van de regeling tot stand brengen.
De aansluiting dient ten minste een jaar in stand te blijven. De in onderhavig
besluit aangewezen toezichthouders zullen hierop toezien.
De toezichthouders beschikken niet over de bevoegdheden om vervoermiddelen
te onderzoeken, zoals die zijn neergelegd in artikel 5:19 van de Algemene
wet bestuursrecht. Voor het toezicht op de naleving van de aan de subsidie
verbonden verplichtingen is het onderzoeken van vervoermiddelen niet nodig.
De Minister van Economische Zaken,
H.Ph.J.B. Heinsbroek.