Aanpassingsverordening Vestigingsrichtlijn

Ontwerp-verordening tot wijziging van:

I. Stageverordening 1988

II. Verordening op de financiële bijdrage

III. Verordening op de Permanente Opleiding 2000

III a. Besluit zwangerschap en bevalling en advocaten in het buitenland

IV. Verordening op de beroepsaansprakelijkheid 1991

V. Samenwerkingsverordening 1993

VI. Boekhoudverordening 1998

VII. Verordening op de praktijkrechtspersoon

VIII. Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking

IX. Verordening op de publiciteit

Het College van Afgevaardigden van de Nederlandse Orde van Advocaten,

Overwegende dat het noodzakelijk is de verordeningen van de Nederlandse Orde van Advocaten aan te passen aan de gewijzigde artikelen van de Advocatenwet in verband met de implementatie van de Europese richtlijn 98/5 EG van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (Vestigingsrichtlijn);

Gelet op artikel 28 van de Advocatenwet;

Gelet op het advies van de Overlegcommissie Gedragsregels;

Gelet op de adviezen van de Raden van Toezicht;

Gezien het ontwerp van de Algemene Raad met bijbehorende toelichting;

Stelt de navolgende verordening vast:

Aanpassingsverordening Vestigingsrichtlijn

Artikel 1

I. Stageverordening 1988

De Stageverordening 1988 wordt als volgt gewijzigd:

a. In artikel 1 aanhef sub b. wordt de zinsnede `en/of procureur' vervangen door: de procureur daaronder begrepen, daarna wordt toegevoegd:, alsmede de advocaat die is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de wet, indien deze in de lidstaat van herkomst een verklaring heeft verworven waaruit blijkt dat de stage aldaar is afgerond;

Artikel 1 aanhef sub b luidt daarmee als volgt:

b. De advocaat: de in Nederland ingeschreven advocaat, de procureur daaronder begrepen, alsmede de advocaat, die is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de wet, indien deze in de lidstaat van herkomst een verklaring heeft verworven waaruit blijkt dat de stage aldaar is afgerond;'

b. Aan artikel 4, derde lid wordt na `geweest' toegevoegd: , dan wel een advocaat die overeenkomstig artikel 2a van de wet is ingeschreven en die ten minste vier jaren in Nederland ingeschreven is geweest;

Artikel 4, derde lid luidt daarmee als volgt:

`3. Patroon kan slechts zijn een advocaat die gedurende ten minste zeven jaren als zodanig in Nederland ingeschreven is geweest, dan wel een advocaat die overeenkomstig artikel 2a van de wet is ingeschreven en die ten minste vier jaren in Nederland ingeschreven is geweest;'

c. In artikel 4, vierde lid wordt het woord `eerste' gewijzigd in: derde. Tevens wordt toegevoegd na ` zeven jaren': respectievelijk vier jaren, en na ` vijf jaren':

respectievelijk twee jaren.

Artikel 4, vierde lid luidt daarmee als volgt:

`4. De Raad is bevoegd in bijzondere gevallen de in het derde lid bedoelde termijn van zeven jaren, respectievelijk vier jaren te verkorten, doch niet tot minder dan vijf jaren respectievelijk twee jaren.'

Artikel 2

II. Verordening op de financiële bijdrage

De verordening op de financiële bijdrage wordt als volgt gewijzigd:

a. In de preambule worden de woorden `leden van de orde' vervangen door `advocaten'.

De preambule luidt daarmee als volgt:

`Overwegende,

dat het gewenst is, regelen te stellen voor de inning van de bedragen, die advocaten moeten bijdragen ter dekking van de door de Orde te maken kosten;'

b. - In artikel 2 wordt in de eerste volzin de zinsnede `lid van de Orde' gewijzigd in: advocaat.

- In artikel 2 wordt aan de laatste volzin na het laatste woord `inschrijving' toegevoegd: en de inschrijving als bedoeld in artikel 16 h van de Advocatenwet.

De eerste volzin van artikel 2 luidt daarmee als volgt:

`Het bedrag dat een advocaat ter dekking van de door de Orde te maken kosten moet bijdragen is ten volle verschuldigd op de 1e april.'

De laatste volzin van artikel 2 luidt daarmee als volgt:

`Onder inschrijving in de zin van dit artikel wordt mede verstaan voorwaardelijke inschrijving en de inschrijving als bedoeld in artikel 16 h van de Advocatenwet'.

- In artikel 3 wordt na het woord `tableau' ingevoegd: dan wel doorhaling van de inschrijving als bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.

Artikel 3 luidt daarmee als volgt:

`Bij schrapping van het tableau dan wel doorhaling van de inschrijving als bedoeld in artikel 16 h van de Advocatenwet wordt teruggave onderscheidenlijk ontheffing over het lopende Ordejaar verleend naar rato van het aantal gehele kalendermaanden dat de advocaat in bedoeld jaar niet ingeschreven zal zijn geweest.'

d. In artikel 5 wordt na het woord `begrepen' ingevoegd: , alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.

Artikel 5 luidt daarmee als volgt:

`Waar in deze verordening van de advocaat wordt gesproken is de procureur daaronder begrepen, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.'

Artikel 3

III. Verordening op de Permanente Opleiding 2000

De Verordening op de Permanente Opleiding wordt als volgt gewijzigd:

a. Aan artikel 1 aanhef sub a wordt na het woord `begrepen' toegevoegd: , alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.

Daarmee luidt artikel 1 aanhef sub a als volgt:

`a. Advocaat: De in Nederland ingeschreven advocaat, de procureur daaronder begrepen, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.'

b. Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd: et woord `uitsluitend' vervalt, na `geweest' wordt toegevoegd: alsmede op de advocaat die is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de Advocatenwet en op de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.

Artikel 2 luidt daarmee als volgt:

`Deze verordening is van toepassing op de advocaat die in het bezit is van de verklaring als bedoeld in artikel 10, tweede lid van de Stageverordening 1988 of die in totaal langer dan 48 maanden als advocaat ingeschreven is geweest, alsmede op de advocaat die is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de Advocatenwet en op de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.'

Artikel 4

III.a. Besluit zwangerschap en bevalling en advocaten in het buitenland

In het bepaalde onder 2 wordt in de eerste volzin na `Minister van Justitie' ingevoegd het woord `uitsluitend'.

De eerste volzin van het bepaalde onder 2 luidt daarmee als volgt:

`De Algemene Raad verleent gedurende maximaal drie jaar ontheffing voor het behalen van zes opleidingspunten per kalenderjaar aan advocaten die op grond van artikel 12 lid 4 Advocatenwet met toestemming van de Minister van Justitie uitsluitend kantoor houden buiten Nederland.'

Artikel 5

IV. Verordening op de beroepsaansprakelijkheid 1991

In artikel 1 aanhef sub a wordt de zinsnede `en/of procureur' vervangen door `de procureur daaronder begrepen' en daarna wordt toegevoegd: , alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.

Artikel 1 aanhef sub a luidt daarmee als volgt:

`a. Advocaat: de in Nederland ingeschreven advocaat, de procureur daaronder begrepen, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.'

Artikel 6

V. Samenwerkingsverordening 1993

Aan artikel 1 aanhef sub a wordt na het woord `begrepen' toegevoegd:, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.

Artikel 1 aanhef sub a luidt daarmee als volgt:

`a. Advocaat: de in Nederland ingeschreven advocaat, de procureur daaronder begrepen, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet, voor zover de artikelen van deze verordeningen niet anders bepalen.'

Artikel 7

VI. Boekhoudverordening 1998

VII. Verordening op de praktijkrechtspersoon

VIII. Verordening op de praktijkuitoefening in dienstbetrekking

In deze verordeningen wordt in artikel 1 aanhef sub a het woord `een' vervangen door `de' en na het woord `begrepen' toegevoegd:, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.

Artikel 1 aanhef sub a van de verordeningen VI tot en met VIII luidt daarmee als volgt:

`a. Advocaat: de in Nederland ingeschreven advocaat, de procureur daaronder begrepen, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.'

Artikel 8

IX. Verordening op de publiciteit

In artikel 13 wordt na `procureur' toegevoegd:, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet.

Artikel 13 luidt daarmee als volgt:

`In deze verordening wordt onder advocaat mede begrepen de procureur, alsmede de advocaat bedoeld in artikel 16h van de Advocatenwet, en waar mogelijk, samenwerkende advocaten.'

Artikel 9

Deze verordening kan worden aangehaald als de Aanpassingsverordening Vestigingsrichtlijn.

De wijzigingen, zoals opgenomen in de Aanpassingsverordening Vestigingsrichtlijn, worden geïmplementeerd in de wet- en regelgeving van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Zij treedt in werking op een door de Algemene Raad nader te bepalen tijdstip.

Nota van toelichting

In het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 14 maart 1998 is gepubliceerd Richtlijn 98/5 EG van het Europese Parlement en de Raad van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (nader te noemen de Richtlijn). De Richtlijn biedt enerzijds aan advocaten de mogelijkheid om permanent onder hun oorspronkelijke beroepstitel in een andere lidstaat dan waar de beroepskwalificatie is verworven, werkzaam te zijn, anderzijds wordt deze advocaat in staat gesteld om op basis van zijn beroepservaring tot de advocatuur in de lidstaat van ontvangst toe te treden.

Implementatie van deze richtlijn heeft wijziging van de Advocatenwet tot gevolg gehad. De onderhavige verordening betreft de aanpassing van de diverse verordeningen van de Nederlandse Orde van Advocaten aan de gewijzigde Advocatenwet.

In het nieuwe artikel 2a van de Advocatenwet (zie onderstaand) is geregeld dat advocaten die aan de genoemde eisen voldoen, zich kunnen laten beëdigen en inschrijven conform artikel 1 Advocatenwet, zoals voorzien in artikel 10 van de Richtlijn. Met zijn inschrijving wordt deze advocaat lid van de Nederlandse Orde en zijn alle verordeningen zonder meer op hem van toepassing.

Voor de advocaat, die op grond van artikel 16h Advocatenwet (zie onderstaand) op een aparte lijst bij de Raad van Toezicht wordt geregistreerd teneinde onder zijn oorspronkelijke beroepstitel als advocaat werkzaam te kunnen zijn, zoals bedoeld in artikel 3 van de Richtlijn, is de nieuwe paragraaf 2b (artikel 16g t/m 16k) opgenomen in de Advocatenwet. Deze advocaat wordt niet ingeschreven bij de rechtbank zoals bedoeld in artikel 1 Advocatenwet.

Artikel 16k Advocatenwet (zie onderstaand), eerste lid bepaalt dat de in artikel 16h bedoelde advocaat voor alle werkzaamheden die hij in Nederland uitoefent aan dezelfde beroeps- en gedragsregels alsmede aan dezelfde voorwaarden is onderworpen als de advocaat die overeenkomstig artikel 1 is ingeschreven, met inbegrip van de verordeningen genoemd in artikel 28. Met de wijzigingen in de verordeningen is geëffectueerd dat deze thans ook van toepassing zijn op de in artikel 16h bedoelde advocaat.

In de Verordening op de praktijkrechtspersoon is in de definitie van praktijkvennootschap al tot uitdrukking gebracht dat ook naar buitenlands recht opgerichte vennootschappen toelaatbaar zijn. In de toelichting heeft de Algemene Raad er op gewezen dat het niet wenselijk en nodig is de eis te stellen dat de betrokken advocaat werkzaam moet zijn in het land naar het recht waarvan de buitenlandse vennootschap is opgericht.

In de Stageverordening wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat de advocaat die is ingeschreven overeenkomstig artikel 2a van de Advocatenwet, patroon zou willen worden. Voor deze advocaat geldt eveneens het vereiste van zeven jaar ervaring, maar door ten aanzien van deze advocaat slechts vier jaar inschrijving als Nederlands advocaat te eisen wordt recht gedaan aan het gegeven dat deze advocaat op het moment van inschrijving overeenkomstig artikel 2a van de Advocaten wet bij de rechtbank reeds drie jaar in Nederland werkzaam is geweest onder zijn oorspronkelijke beroepstitel, zoals bedoeld in artikel 16h Advocatenwet. Op die wijze telt deze relevante ervaring mee.

Voor de mogelijkheid tot verkorting van die termijn, zoals bedoeld in artikel 4, vierde lid geldt mutatis mutandis hetzelfde. Voorts wordt opgemerkt dat in de huidige tekst van lid 3 ten onrechte wordt gerefereerd aan het eerste lid. Dit moet zijn `derde lid'. Ofschoon deze wijziging niet voorvloeit uit de implementatie van de Vestigingsrichtlijn is deze correctie ten behoeve van de duidelijkheid toch doorgevoerd.

De Verordening op de financiële bijdrage wordt door de uitbreiding van het begrip advocaat ook van toepassing op de advocaat die onder zijn oorspronkelijke beroepstitel werkzaam is. Dit houdt in dat ook hoofdelijke omslag (landelijk) verschuldigd zal zijn.

De Verordening permanente opleiding wordt door enkele aanpassingen ook van toepassing op de advocaten bedoeld in artikel 2a en 16h Advocatenwet .

In enkele verordeningen zijn een dan wel twee kleine tekstuele wijzigingen doorgevoerd, die zijn ingegeven door de wens om de omschrijving van `advocaat' in alle verordeningen gelijk te laten luiden. Deze wijzigingen staan feitelijk los van de implementatie van de richtlijn.

Het is de bedoeling dat de in deze verordening opgenomen aanpassingen worden geïmplementeerd in de wet- en regelgeving van de Nederlandse Orde van Advocaten.

Alsdan is er na implementatie geen reden deze verordening op te nemen in het Vademecum van de Orde.

Bij besluit van de Algemene Raad van 19 augustus 2002 is de datum van inwerkingtreding van deze Verordening vastgesteld op 4 september 2002.

Naar boven