Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatscourant 2002, 166 pagina 7Besluiten van algemene strekking

Wijziging Tijdelijke woonzorgstimuleringsregeling

Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer tot wijziging van de Tijdelijke woonzorgstimuleringsregeling (bijstelling subsidieplafonds, aanwijzen thema's en doel-groepen, en blokkeren pro forma-aanvragen)

28 augustus 2002

Nr. MJZ2002068611

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op artikel 2, eerste lid, van het Invoeringsbesluit Wet stedelijke vernieuwing;

Besluit:

Artikel I

De Tijdelijke woonzorgstimuleringsregeling1 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1, tweede lid, wordt `tweede lid,,' vervangen door: tweede lid,.

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt `30 %' vervangen door `50 %' en wordt `€ 22 689,01' vervangen door: € 34.000.

2. In het tweede lid, wordt `€ 453 780, 22' vervangen door: € 453.800.

3. In het derde lid wordt `€ 113 445,05' vervangen door: € 113.450.

4. In het vierde en vijfde lid wordt `€ 453.781' vervangen door: € 453.800.

C

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt onder lettering van de onderdelen e en f als f en g, een onderdeel ingevoegd, luidende:

e. bij bouwactiviteiten tekeningen met herkenbare maatvoering;

2. In het tweede lid, onder f (nieuw), wordt na `project' ingevoegd: indien de subsidie is bedoeld voor een project waarbij een instelling als bedoeld in artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is betrokken.

3. In het derde lid wordt na `artikel 2' ingevoegd: , eerste lid.

4. In het vierde lid wordt `f' vervangen door: g.

5. In het zesde lid wordt lettering van de onderdelen d, e en f als e, f en g, een onderdeel ingevoegd, luidende:

d. bij bouwactiviteiten tekeningen met herkenbare maatvoering;

6. In het zesde lid, onderdeel e (nieuw), wordt na `zorgkantoor' ingevoegd: indien de subsidie is bedoeld voor een project waarbij een instelling als bedoeld in artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is betrokken.

D

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 6, eerste lid, wordt na de eerste volzin een volzin ingevoegd, luidende:

In het tendersysteem kan worden bepaald dat aanvragen die betrekking hebben op in dat tendersysteem genoemde thema's of doelgroepen met voorrang in aanmerking komen voor subsidie.

2. Het vierde lid vervalt.

E

In artikel 7, tweede lid, wordt na `toelaten' ingevoegd: , met dien verstande dat, wanneer de subsidieaanvrager krachtens artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht de gelegenheid heeft gehad de aanvraag aan te vullen, de dag waarop de aangevulde aanvraag is ontvangen als datum van ontvangst van de subsidieaanvraag geldt.

F

Artikel 8, tweede lid, komt te luiden:

2. Subsidieaanvragen voor de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, en tweede lid, worden ingediend voor 1 oktober. De minister beslist binnen vier maanden na indiening van de subsidieaanvraag.

G

In artikel 9 wordt `tweede lid, tweede lid,' vervangen door `tweede lid,', wordt `onder d en f' vervangen door `onder d en g' en wordt `onder c en f' vervangen door: onder c en g.

H

In artikel 12, tweede lid, onderdeel c, wordt `onder d' vervangen door: onder bc of d.

I

Aan het slot van artikel 14, onderdeel b, wordt `, of' vervangen door een puntkomma.

J

Artikel 16, tweede lid, komt te luiden:

2. Deze regeling blijft van toepassing op:

a. subsidieverlening die plaatsvindt na 1 oktober 2003, na een subsidieaanvraag op grond van deze regeling gedaan voor die datum, en de daarop volgende subsidievaststelling, en

b. subsidievaststelling die plaatsvindt na 1 oktober 2003 en strekt ter uitvoering van een subsidieverlening op grond van deze regeling voor die datum.

Artikel II

Een aanvraag tot vaststelling van een subsidie voor de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder bc, die strekt ter uitvoering van een subsidieverlening op grond van artikel 2, eerste lid, onder bc, voor 1 september 2002, wordt afgedaan op grond van de Tijdelijke woonzorg-stimuleringsregeling zoals zij luidde op 31 augustus 2002.

Artikel III

1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 september 2002.

2. Artikel I, onderdeel D, onder 2, werkt terug tot en met 6 februari 2002.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 28 augustus 2002.
De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,H.G.J. Kamp.

1 Stcrt. 2000, 175; laatstelijk gewijzigd bij regeling van 31 januari 2002 (Stcrt. 24).

Toelichting

Sinds 17 oktober 2001 kunnen er, op grond van artikel 2, tweede lid, van de Tijdelijke woonzorgstimuleringsregeling (hierna: de regeling) subsidieaanvragen worden ingediend ten behoeve van zorginfrastructuren. Voor subsidieaanvragen ten behoeve van zorginfrastructuren geldt dezelfde procedure als voor subsidieaanvragen ten behoeve van kennisverzameling en kennisoverdracht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van de regeling.

Een eerste ronde van subsidieaanvragen ten behoeve van zorginfrastructuren is eind 2001 afgerond en heeft aanleiding gegeven tot enige wijzigingen omtrent de procedure van de aanvraag. Deze wijzigingen gelden daarmee ook voor de subsidieaanvragen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, van de regeling.

Artikel I, onderdeel B

Onder 1

De maximale bijdrage in de noodzakelijke kosten van voorbereiding van een project is verhoogd. Tot nu toe was dit maximaal 30 % van de kosten met een maximum van € 22 689,01. Met deze wijziging is dat gesteld op maximaal 50 % van de kosten met een maximum van € 34.000. Deze verhoging is bedoeld om projecten van niet-professionele initiatiefnemers te stimuleren. Die initiatiefnemers zullen wellicht meer moeite hebben om de financiering van hun project rond te krijgen en hebben dus baat bij een hogere bijdrage op grond van de regeling.

Onder 2 en 3

De in artikel 3, tweede tot en met vijfde lid, genoemde bedragen zijn afgerond op een veelvoud van € 50.

Artikel I, onderdeel C

Onder 1 en 5

Wanneer subsidie wordt aangevraagd ten behoeve van voorgenomen bouwactiviteiten is het wenselijk dat bij de aanvraag tekeningen worden overgelegd met betrekking tot die voorgenomen bouwactiviteiten. Dit onderdeel strekt hiertoe.

Onder 2 en 6

Het zorgkantoor heeft een functie ten aanzien van instellingen als bedoeld in artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere ziektekosten. Deze wijziging beoogt ondubbelzinnig duidelijk te maken dat het advies van het zorgkantoor alleen vereist is als de subsidie is bedoeld voor een project waarbij een instelling als bedoeld in artikel 8 van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten is betrokken.

Artikel I, onderdeel D, onder 1

Het is wenselijk gebleken dat de subsidies die op basis van deze regeling kunnen worden verstrekt, gericht kunnen worden ingezet ten behoeve van nader te bepalen thema's of doelgroepen. Omdat die thema's of doelgroepen niet noodzakelijkerwijs gedurende de verdere looptijd van deze regeling gelijk blijven, schept deze wijziging de mogelijkheid om in het tendersysteem die thema's of doelgroepen aan te wijzen.

Artikel I, onderdeel F

Op grond van de begroting is er jaarlijks geld beschikbaar voor subsidieaanvragen op grond van deze regeling. Omdat de begroting dit budget per kalenderjaar toekent moeten subsidieverleningen ook binnen dat jaar gebeuren. Daarom is er een indieningstermijn opgenomen. Op aanvragen die uiterlijk op 1 oktober 2002 respectievelijk 2003 zijn ingediend kan redelijkerwijs nog in het lopende begrotingsjaar worden beslist.

Deze datum geldt niet voor de aanvragen op grond van artikel 2, eerste lid, onder a en bc. Voor die aanvragen geldt, op grond van artikel 8, eerste lid, een bij de bekendmaking van de tender vastgestelde indieningstermijn.

Artikel I, onderdeel H

Bij de aanvraag tot vaststelling van subsidie op grond van artikel 2, eerste lid, onder d, en tweede lid, gold al de verplichting tot overlegging van een accountantsverklaring, indien het subsidiebedrag meer dan € 50.000 bedraagt. In de uitvoeringspraktijk is het wenselijk gebleken om de accountantsverklaring ook verplicht te stellen voor aanvragen tot vaststelling van subsidie op grond van artikel 2, eerste lid, onder bc. Deze bepaling strekt er toe die verplichting op te nemen.

Artikel I, onderdeel I

Artikel I, onderdeel M, onder 1, van de Regeling van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 12 oktober 2001 tot wijziging van de Tijdelijke woonzorgstimuleringsregeling (Stcrt. 199) beoogde deze wijziging van artikel 14, onderdeel b, door te voeren. De opgenomen wijzigingsbepaling bleef onbedoeld zonder effect. Met deze bepaling is de bedoelde wijziging alsnog doorgevoerd.

Artikel I, onderdeel J

Subsidieaanvragen voor de kosten, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder d, kunnen uiterlijk op 1 oktober 2003 worden ingediend. Omdat de subsidieverlening na die subsidieaanvragen uiterlijk 4 maanden daarna plaatsvindt, zijn ook die subsidieverleningen en de daarop volgende subsidievaststellingen onder deze overgangsbepaling gebracht.

Artikel II

Deze regeling stelt de accountantsverklaring verplicht voor aanvragen tot vaststelling van subdidie op grond van artikel 2, eerste lid, onder bc. Omdat deze verplichting niet gold bij het aanvragen van subsidie in de eerste en tweede tender bepaalt dit artikel dat aanvragen om vaststelling van subsidie op grond van artikel 2, eerste lid, onder bc, gedaan voor inwerkingtreding van deze regeling worden afgehandeld op voet van de regeling zoals die toen gold. De accountantsverklaring is dus niet verplicht voor aanvragen tot subsidievaststelling op grond van artikel 2, eerste lid, onder bc, voor zover die aanvragen strekken ter uitvoering van subsidieverleningen gedaan voor 1 september 2002.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

H.G.J. Kamp.