Selectielijst neerslag handelingen Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op het beleidsterrein `Medische beroepen en opleidingen' over de periode 1945-1990

3 december 2001

R&B/OSA/2001/3897

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 5, tweede lid, onder b, van de Archiefwet 1995;

De Raad voor Cultuur gehoord (advies van de Raad voor Cultuur van 21 december 1995, nr. 450);

Besluiten:

Artikel 1

De bij dit besluit gevoegde `selectielijst voor de neerslag van de handelingen van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de onder hem ressorterende actoren op het beleidsterrein `Medische beroepen en opleidingen' over de periode 1945-1990' en de daarbij behorende toelichting worden vastgesteld.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

Den Haag, 3 december 2001.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,namens deze,
de Algemene Rijksarchivaris,
M.W. van Boven.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,namens deze,
het hoofd van de afdeling Documentatie, Archief en Bibliotheek,
B.R. Klaverstijn.

Een belanghebbende kan tegen dit besluit beroep instellen bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan hij zijn woonplaats heeft. Voordat hij beroep instelt, moet hij binnen zes weken na de inwerkingtreding van dit besluit bij de Staatssecretaris een bezwaarschrift indienen. Dit bezwaarschrift moet worden gestuurd naar CFI/FJZ, ter attentie van het secretariaat van de Commissie voor de bezwaarschriften, Postbus 606, 2700 ML Zoetermeer.

Basis-Selectiedocument Medische Beroepen en Opleidingen 1945-1990

Verslag van het ingevolge artikel 2, eerste lid van het besluit algemene richtlijnen vaststelling vernietigingslijsten archiefbescheiden gevoerde driehoeksoverleg tussen het ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport (VWS) en de rijksarchiefdienst met betrekking tot de lijst, zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het archiefbesluit, van `te bewaren' en `te vernietigen' archiefbescheiden op het, onder het ministerie van VWS ressorterende, beleidsterrein medische beroepen en opleidingen.

Inleiding

De voorliggende concept-selectielijst voor het beleidsterrein `medische beroepen en opleidingen' binnen het taakgebied `volksgezondheid' is een vernietigingslijst zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Archiefbesluit. De lijst vervangt geen bestaande vernietigingslijst(en). Voor zover bekend zijn geen machtigingen verleend voor incidentele vernietiging ex artikel 3 en 4 van het Archiefbesluit 1968 (Stb. 200).

De selectielijst is totstandgekomen na afronding van het institutioneel onderzoek, dat bij het voormalige ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) heeft plaatsgevonden op grond het convenant tussen de secretaris-generaal van het ministerie van WVC en de algemene rijksarchivaris, ondertekend te 's-Gravenhage op 3 oktober 1991.

Produkt van het institutioneel onderzoek is het rapport `Kwakzalverij is nooit uit te roeien: “Mundus vult decipi”. Een onderzoek naar instituties en wet- en regelgeving op het terrein van de medische beroepen en opleidingen, 1940-1990' (PIVOT-rapport nummer 2) dat in 1992 gereed is gekomen.

`Kwakzalverij is nooit uit te roeien: “Mundus vult decipi”' is het eerste voltooide Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) en is tevens het eerste beleidsterrein op het taakgebied Volksgezondheid waarvoor een Basis Selectie Document (BSD) is gemaakt.

Doelstelling van de overheid met betrekking tot het taakgebied Volksgezondheid en het beleidsterrein medische beroepen en opleidingen

Het taakgebied Volksgezondheid kan, analoog aan de organisatie-structuur van het directoraat-generaal van de Volksgezondheid in 1990, verdeeld worden in vier beleidsterreinen:

1. gezondheidsbescherming;

2. structuur en financiering;

3. algemene gezondheidszorg;

4. medische beroepen en opleidingen.

Ten aanzien van het taakgebied Volksgezondheid heeft de centrale overheid in de periode 1940-1990 vooral een besturingsrol. Dat wil zeggen: de overheid geeft richting aan en beheerst de structuren en processen op het gebied van de volksgezondheid. De zorgverlenersrol, de andere rol van de overheid op het terrein van de volksgezondheid, is voor een belangrijk gedeelte in handen van het particulier initiatief. Deze rol kan worden gezien als het geheel van activiteiten op het gebeid van de dienstverlening, ondersteuning en zorg aan individuen, speciale categorieën en collectiviteiten. De zorgverlening is hierbij te zien als het object van besturing.

In 1983 is in de Grondwet opgenomen dat de overheid een inspanningsverplichting ten aanzien van de volksgezondheid heeft, en maatregelen ter bevordering van de volksgezondheid moet treffen.

De beleidsdoelstelling op het terrein medische beroepen en opleidingen is het creëren, vanuit de verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid, van een officieel gelegaliseerde groep van medische beroepsbeoefenaren, die voldoet aan zekere opleidingseisen, waardoor de kwaliteit van de beroepsuitoefening tot op zekere hoogte is gewaarborgd.

Actoren

Uit het rapport `Kwakzalverij is nooit uit te roeien: “Mundus vult decipi”' blijkt dat de minister waaronder Volksgezondheid ressorteert niet de enige is die handelingen verricht op het beleidsterrein medische beroepen en opleidingen in de periode 1940-1990. Daarnaast komen in het BSD tal van adviescommissies voor.

De minister van VWS verzoekt goedkeuring voor de voorgestelde waarderingen van de handelingen van de minister waaronder Volksgezondheid ressorteert en van de volgende actoren die onder de minister als zorgdrager gerekend kunnen worden:

• De Minister waaronder Volksgezondheid ressorteert;

• Commissie Buitenlandse Geneeskundigen;

• Commissie Buitenlandse Verloskundigen;

• Commissie Buitenlandse Tandartsen;

• Commissie Buitenlandse Apothekers;

• Commissie Buitenlandse Apothekers-Assistenten;

• Centrale Commissie Opleiding Diploma A-Verpleegkundige;

• Permanent Adviesorgaan voor de B-Opleiding;

• Permanent Adviesorgaan voor de Z-Opleiding

• Commissie van Advies voor het Beroep van Logopedist;

• Commissie van Advies Methoden Mensendieck en Cesar;

• Commissie van Advies voor het Beroep van Dietist;

• Commissie van Advies voor het Beroep van Chiropedist;

• Commissie van Advies voor het Beroep van Orthoptist;

• Commissie van Advies voor het Beroep van Radiologisch Laborant;

• Commissie van Advies voor het Beroep van Mondhygienist;

• Commissie van Advies voor het Beroep van Ergotherapeut;

• Adviescommissie Oefentherapeuten-Cesar;

• Adviescommissie Dietisten;

• Adviescommissie Mondhygienisten;

• Adviescommissie Orthoptisten;

• Adviescommissie Radiologisch en Radiotherapeutisch Laboranten;

• College van Advies inzake het Beroep van Fysiotherapeut;

• Adviescommissie Oefentherapeuten-Mensendieck;

• Adviescommissie Ergotherapeuten;

• Adviescommissie Logopedisten;

• Adviescommissie Podotherapeuten;

• Raad voor de Buitengewone Geneeskundige en Farmaceutische Voorziening.

Met de secretarissen van de adviescommissies is geen afzonderlijk driehoeksoverleg gevoerd. Dit heeft plaatsgevonden met vertegenwoordigers van de zorgdrager waaronder de commissies ressorteren.

Na vaststelling van het BSD en publicatie in de Staatscourant strekt de werking van het selectiedocument zich uit over de neerslag van de handelingen gevormd in de periode 1945-1990.1

Procedure

Onder verantwoordelijkheid van medewerkers van het ministerie van WVC is, in samenwerking met PIVOT/Bronverwerving en Toezicht i.o., het onderhavige BSD vervaardigd en in concept gereedgekomen in maart 1994. In april is het driehoeksoverleg gestart. Dit heeft, mede als gevolg van het in februari gereedgekomen archiefrapport, geleid tot aanpassing van het genoemde concept. Het bleek dat het RIO niet alle handelingen op het beleidsterrein medische beroepen en opleidingen omvatte, waarna nieuwe handelingen zijn geformuleerd. Tevens is in het BSD een aantal handelingen gesplitst (door middel van decimalen) om een verschillende waardering van deelhandelingen mogelijk te maken. Hierdoor komen in het BSD meer handelingen voor dan in het RIO.

Het formele driehoeksoverleg is gevoerd tussen de hieronder vermelde personen:

Namens het directoraat-generaal van de Volksgezondheid:

- prof. dr. B. Sangster, directeur-generaal;

- D.C. Kaasjager, arts, directeur van de directie Preventie, Algemene Gezondheidszorg en Opleidingen (PAO).

Namens de Centrale Directie Bedrijfsvoering en Facilitaire Ondersteuning:

- J. de Jong, hoofd van de afdeling Documentaire Informatievoorziening (DIV).

Namens de Rijksarchiefdienst:

- drs. F. van der Doe, medewerker van de afdeling Bronverwerving en Toezicht van het Algemeen Rijksarchief.

In het BSD zijn bij de met `B' (= bewaren) gewaardeerde handelingen de in de toelichting op het BSD genoemde selectiecriteria vermeld. Bij de met `V' (= vernietigen) gewaardeerde handelingen zijn nog geen vernietigingstermijnen aangegeven. Deze zullen nog door de zorgdrager worden aangegeven voordat definitieve vaststelling van het BSD en publicatie daarvan in de Staatscourant zal plaatsvinden.2

Het driehoeksoverleg is begin december 1994 formeel afgerond door aanbieding van het BSD door het hoofd van de afdeling Documentaire Informatievoorziening van het ministerie van VWS (brief nr. CDBFO/DIV 941588, d.d. 13 december 1994) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, voor deze de algemene rijksarchivaris.

Toelichting bij het Basis Selectiedocument ten aanzien van actoren en handelingen op het beleidsterrein medische beroepen en opleidingen, 1945-1990

(1) Inleiding

Het PIVOT-rapport `Kwakzalverij is nooit uit te roeien: “Mundus vult decipi”. Een onderzoek naar instituties en wet- en regelgeving op het terrein van de medische beroepen en opleidingen, 1940-1990' is in 1992 gereed gekomen. Het rapport is het resultaat van institutioneel onderzoek bij het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur en omvat de periode 1940-1990. In het Rapport Institutioneel Onderzoek (RIO) is de doelstelling van de overheid op het beleidsterrein medische beroepen en opleidingen beschreven: het creëren, vanuit de verantwoordelijkheid voor de volksgezondheid, van een officieel gelegaliseerde groep van medische beroepsbeoefenaren, die voldoet aan zekere opleidingseisen, waardoor de kwaliteit van de beroepsuitoefening tot op zekere hoogte is gewaarborgd.

Op basis van het RIO is het onderhavige Basis Selectie Document (BSD) vervaardigd. Het BSD maakt het mogelijk het handelen van de rijksoverheid op het beleidsterrein te beoordelen en omvat de resultaten met de afwegingen, van het selectieproces.

De selectielijst, zoals bedoeld in artikel 3 van het Archiefbesluit 1968 (Stb. 200) en het Besluit algemene richtlijnen vaststelling vernietigingslijsten archiefbescheiden (KB van 19 mei 1972, no. 7, Stcrt. 109) volgt hierna.3

(2) Ontwikkelingen

Op dit beleidsterrein kunnen de navolgende hoofdlijnen worden beschreven.

Vanaf 1865 is aan academisch opgeleide artsen een monopolie verleend voor het verrichten van medische handelingen. In samenhang hiermee worden bevoegdheden omschreven van apothekers en vroedvrouwen/verloskundigen. De opkomst van nieuwe beroepen heeft aanvullende wetgeving noodzakelijk gemaakt. Vanaf 1876 komen er regelingen voor de tandheelkunde, aanvankelijk tandmeesters, vanaf 1913 tandartsen, die vanaf 1947 een academisch opleiding krijgen. Er geldt een algemeen verbod tot uitoefening van de geneeskunst door anderen dan degenen aan wie de bevoegdheid uitdrukkelijk is toegekend. Er ontstaat een stelsel van beroepsbescherming.

In 1921 wordt het beroep van verpleegkundige bij de wet geregeld. Voor de paramedische beroepen komt in 1963 een raamwet tot stand. Daarna is aandacht gevraagd over een aantal nieuwe beroepen, zoals dat van psychotherapeut en klinisch psycholoog. In het kader van de totstandkoming van de vrije markt binnen de Europese gemeenschap zijn richtlijnen tot stand gekomen, die van invloed zijn op de toelating van buitenlands gediplomeerden.

Vanaf 1865 regelt de overheid, dat zij toezicht uitoefent door inspecteurs van het staatstoezicht tot de krachtens de wet toegelaten medische beroepsbeoefenaren. Vanaf 1930 biedt medisch tuchtrecht een bijdrage aan de handhaving van het kwaliteitsniveau inzake de beroepsuitoefening. Inspecteurs van de volksgezondheid spelen bij het indienen van klachten een centrale rol. Tevens richt dit toezicht zich op de bestrijding en juridische vervolging van allen, die onbevoegd de geneeskunst uitoefenen.

Vanaf 1986 is gewerkt aan een integrale herziening van de hele wetgeving. De nieuwe wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg is in 1993 in het Staatsblad gepubliceerd (Wet BIG, Stb. 1993, 655). In deze wet is het algemeen verbod van beroepsuitoefening op het gehele gebied van de geneeskunde, zonder wettelijk verleende bevoegdheid, ingetrokken. Dit is vervangen door in de wet nader bepaalde en omschreven medische handelingen, die slechts door nader bepaalde medische beroepsbeoefenaren mogen worden verricht (de zogenaamde `voorbehouden' handelingen). De beroepstitels zijn wettelijk beschermd door inschrijving in een register. Tevens is de tuchtrechtspraak aangepast.

(3) Hoofdlijnen van de selectiebeslissingen

De selectie richt zich op de administratieve neerslag van het handelen door overheidsorganen die vallen onder de werking van de artikelen 5, 13 en 37 van de Archiefwet 1962 (van 19 juli 1962, Stb. 313).4 De hoofddoelstelling van de selectie is een onderscheid te maken tussen te bewaren en te vernietigen gegevens, die de neerslag zijn van het handelen van bedoelde organen. De te bewaren gegevens moeten een `reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen ten opzichte van haar omgeving' mogelijk maken. Zoals de minister van WVC bij de behandeling van de nieuwe Archiefwet in de Tweede Kamer op 13 april 1994 heeft gemeld, is het onderhavige BSD opgesteld tegen de achtergrond van de selectiedoelstelling van de Rijksarchiefdienst/PIVOT, die luidt: het mogelijk maken van de reconstructie van het overheidshandelen op hoofdlijnen. Door het Convent van rijksarchivarissen is deze doelstelling vertaald als het selecteren van handelingen van de overheid om bronnen voor de kennis van de Nederlandse samenleving en cultuur veilig te stellen voor blijvende bewaring.

De kern van de selectiebeslissing heeft betrekking op het overbrengen van archiefbestanden naar de Rijksarchiefdienst (= bewaren = `B') of het niet-overbrengen (= vernietigen = `V'). Ten aanzien van de B-beslissing moet vervolgens worden bepaald binnen welke termijn de archiefbestanden dienen te zijn overgebracht. Voor de termijn van overbrenging is de Archiefwet richtinggevend.

Ten aanzien van het niet-overbrengen, moet in overleg met de beleidsambtenaren een termijn van vernietiging/bewaring worden vastgesteld. Die termijn wordt bepaald door juridische en administratieve belangen. Indien de bewaartermijn voor deze archiefbestanden is verstreken komen deze voor vernietiging in aanmerking. In het BSD zijn bij de met `V' gewaardeerde handelingen nog geen vernietigingstermijnen aangegeven. Deze zullen nog door de zorgdrager worden aangegeven voordat definitieve vaststelling van het BSD en publicatie daarvan in de Staatscourant zal plaatsvinden.5

In hoofdzaak dient de selectiebeslissing op twee punten te worden vastgesteld, namelijk ten aanzien van de actoren, zoals die in het RIO zijn beschreven en voor de handelingen, die door deze actoren worden verricht en eveneens zijn omschreven.

Uitgangspunt bij beide beslissingen vormt het acquisitiecriterium van de Rijksarchiefdienst: het archiefbestand dient de mogelijkheid te verschaffen tot reconstructie van het overheidsbeleid op hoofdlijnen. Het overheidsbeleid op hoofdlijnen op het terrein van de medische beroepen en opleidingen is omschreven in (1) en nader toegelicht onder (2).

(4) Selectiecriteria ten aanzien van de actoren6

Allereerst zal een selectie plaatsvinden van de actoren, die op dit beleidsterrein werkzaam zijn. Het RIO beschrijft als actoren (p. 16-20): de minister, het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, adviescommissies, de medische tuchtcolleges, de Gezondheidsraad en de Nationale Raad voor de Volksgezondheid. Daarna bepaalt het rapport, dat de minister en commissies en raden relevante actoren zijn op dit beleidsterrein, waarvoor de handelingen nader worden omschreven (p. 21).

Ten aanzien van de actoren worden de navolgende selectiebeslissingen voorgesteld:

1. Ten aanzien van actoren die zijn ingesteld bij wet, zullen afzonderlijke rapporten van institutioneel onderzoek worden geschreven, die een nadere analyse geven van taken en handelingen. Zoals in het rapport aangekondigd heeft dit betrekking op: het Staatstoezicht op de Volksgezondheid, de Gezondheidsraad en de Nationale Raad voor de Volksgezondheid en de colleges belast met medische tuchtrechtspraak. Ten aanzien van deze actoren worden in dit BSD dan ook geen beslissingen voorgesteld.

In het BSD van het Staatstoezicht voor de Volksgezondheid zal een selectiebeslissing worden voorgelegd ten aanzien van de archiefbestanden, die omvatten de handhaving van wettelijke regels door inspecteurs van het Staatstoezicht ten aanzien van personen, die onbevoegd de geneeskunst uitoefenen, omdat dit inzicht verschaft in de wijze, waarop de overheid het artsenmonopolie handhaaft. In dat kader zullen ook selectiebeslissingen moeten worden voorgelegd voor de handhaving van de kwaliteit van de beroepsbeoefenaren door de inspecteurs onder meer met behulp van het medisch tuchtrecht.

2. Ten aanzien van de Raad voor de buitengewone geneeskundige en farmaceutische voorziening (RIO, p. 39) wordt een selectiebeslissing uitgesteld, totdat het beleidsterrein van volksgezondheid in bijzondere omstandigheden (rampenbestrijding, civiele verdediging etc.) tot stand is gekomen.

3. Ten aanzien van actoren, die bij Algemene Maatregel van Bestuur, Koninklijk Besluit of Ministerieel Besluit zijn ingesteld worden in dit BSD selectiebeslissingen voorgesteld voor de handelingen.

(Dit heeft betrekking op de commissies buitenlandse geneeskundigen, voor de adviescommissies paramedische beroepen en voor commissies op het terrein van de opleidingen voor verpleegkundigen).

Ten aanzien van de archiefbestanden van deze actoren wordt voorgesteld deze niet over te brengen, mits de uitgebrachte adviezen zich bevinden bij de minister, als actor en aldaar worden meegenomen in de selectiebeslissing per handeling.

4. Het RIO besteedt bondig aandacht aan een aantal tijdelijke commissies: de Staatscommissie Medische Beroepsuitoefening (1967-1973), de Commissie Onbevoegde Uitoefening van de Geneeskunst (1965-1969) en de Commissie Alternatieve Geneeswijzen (1977-1981). De rapporten van deze commissies hebben belangrijke invloed uitgeoefend op de tot standkoming van nieuwe wet- en regelgeving op het terrein van medische beroepen en opleidingen. Ten aanzien van de archiefbestanden van deze actoren wordt voorgesteld deze over te brengen naar de Rijksarchiefdienst.

5. Ten aanzien van actoren, bij Ministerieel Besluit ingesteld en met een tijdelijke karakter, wordt voorgesteld deze niet voor overbrenging in aanmerking te laten komen. Het motief voor dit voorstel is, dat het belang van de actoren in relatie tot het overheidsbeleid op hoofdlijnen op dit beleidsterrein niet zodanig is, dat overbrenging wordt gewettigd.

Deze selectiebeslissing heeft betrekking op actoren, die niet zijn genoemd in het rapport voor institutioneel onderzoek, maar wel in het archieftechnisch rapport van februari 1994. Hieruit bleek onder meer dat het RIO niet alle handelingen op het beleidsterrein medische beroepen en opleidingen omvatte, waardoor nieuwe handelingen moesten worden geformuleerd. Tevens is in het BSD een aantal handelingen gesplitst (door middel van decimalen) om een verschillende waardering van deelhandelingen mogelijk te maken. Hierdoor komen in het BSD meer handelingen voor dan in het RIO.

(5) Selectiecriteria ten aanzien van de handelingen van actoren7

Dit deel van de tekst wijkt af van de oorspronkelijke tekst uit 1994. Aanleiding is de wens om voor de verschillende selectielijsten binnen het ministerie zoveel mogelijk uit te gaan van dezelfde selectiecriteria, te weten de algemene criteria van de Rijksarchiefdienst.

In het oorspronkelijke document werden vijf verschillende selectiecriteria gebruikt. Er waren criteria geformuleerd voor zowel de voor overbrenging in aanmerking komende als voor de niet voor overbrenging in aanmerking komende archiefbescheiden. Anders gezegd: er waren zowel bewaar- (1) als vernietigingscriteria (4) ontwikkeld.

De tekst van het eerstgenoemde criterium luidde: `Voor overbrenging naar het Algemeen Rijksarchief komt de neerslag van de navolgende handelingen van de minister in aanmerking:

1. Archiefbestanden, die omvatten de totstandkoming van regels ten aanzien van medische beroepsbeoefenaren, die leiden tot de vestiging en handhaving van het wettelijke monopolie, de omschrijving van de bevoegdheid van bepaalde groepen medische beroepsbeoefenaren van nader omschreven medische handelingen en algemeen geformuleerde eisen ten aanzien van de opleidingen.

(Onder dit selectiecriterium zijn begrepen: alle voorbereiding en totstandkoming van wetten en Algemene Maatregelen van Bestuur en bepaalde groepen ministeriële regelingen, alle beleidsnota's aangeboden aan de Tweede Kamer en alle adviezen en rapporten van externe adviesorganen, cq commissies, die een rol spelen in de totstandkoming van bovengenoemde regels).

Voor overbrenging naar het Algemeen Rijksarchief van handelingen van de overige actoren (RIO, p. 17-20) komen alleen, die archiefbestanden in aanmerking, die gerelateerd kunnen worden aan het selectiecriterium onder punt 1.

Met inachtneming van de bepalingen van de Archiefwet wordt voorgesteld om alle archiefbestanden, die betrekking hebben op wetgeving op het terrein van medische beroepen en opleidingen, die wordt ingetrokken krachtens artikel 145 van de Wet BIG (Stb 1993, 655) zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding over te brengen naar de Rijksarchiefdienst.'

Bij de waardering van de handelingen van de verschillende actoren zijn nu -zoals gezegd- de algemene selectiecriteria van de Rijksarchiefdienst/PIVOT toegepast. Dit zijn zgn. bewaarcriteria. Anders gezegd: de neerslag van een handeling komt voor overbrenging in aanmerking (= bewaren) mits deze aan één van de selectiecriteria voldoet.

De gehanteerde algemene selectiecriteria zijn:

Algemeen selectiecriterium 1: Handelingen die betrekking hebben op voorbereiding en bepaling van beleid op hoofdlijnen. Toelichting: Hieronder wordt verstaan agendavorming, het analyseren van informatie, het formuleren van adviezen met het oog op toekomstig beleid, het ontwerpen van beleid of het plannen van dat beleid, alsmede het nemen van beslissingen over de inhoud van beleid en terugkoppeling van beleid. Dit omvat het kiezen en specificeren van de doeleinden en de instrumenten.

Algemeen selectiecriterium 2: Handelingen die betrekking hebben op evaluatie van beleid op hoofdlijnen. Toelichting: Hieronder wordt verstaan het beschrijven en beoordelen van de inhoud, het proces of de effecten van beleid. Hieronder valt ook het toetsen van en het toezien op beleid. Hieruit worden niet per se consequenties getrokken zoals bij terugkoppeling van beleid.

Algemeen selectiecriterium 3: Handelingen die betrekking hebben op verantwoording van beleid op hoofdlijnen aan andere actoren. Toelichting: Hieronder valt tevens het uitbrengen van verslag over beleid op hoofdlijnen aan andere actoren of ter publicatie.

Algemeen selectiecriterium 4: Handelingen die betrekking hebben op (her)inrichting van organisaties belast met beleid op hoofdlijnen. Toelichting: Hieronder wordt verstaan het instellen, wijzigen of opheffen van organen, organisaties of onderdelen daarvan.

Algemeen selectiecriterium 5: Handelingen die bepalend zijn voor de wijze waarop beleidsuitvoering op hoofdlijnen plaatsvindt. Toelichting: Onder beleidsuitvoering wordt verstaan het toepassen van instrumenten om de gekozen doeleinden te bereiken.

Algemeen selectiecriterium 6: Handelingen die betrekking hebben op beleidsuitvoering op hoofdlijnen en direct zijn gerelateerd aan of direct voortvloeien uit voor het Koninkrijk der Nederlanden bijzondere tijdsomstandigheden en incidenten. Toelichting: Bijvoorbeeld in het geval de ministeriële verantwoordelijkheid is opgeheven en/of wanneer er sprake is van oorlogstoestand, staat van beleg of toepassing van noodwetgeving.

Daarnaast is nog een zevende selectiecriterium van toepassing. Ingevolge art. 5, onder e, van het Archiefbesluit 1995 kan neerslag van bepaalde, als te vernietigen gewaardeerde handelingen betreffende personen en/of gebeurtenissen van bijzonder cultureel of maatschappelijk belang, van vernietiging worden uitgezonderd.

Indien de neerslag van de handeling niet voor overbrenging in aanmerking komt, is de minimale bewaartermijn vermeld.

Overzicht van de met `B' (= bewaren) gewaardeerde handelingen (BSD-nrs.) per actor en per algemeen selectiecriterium:

De minister waaronder Volksgezondheid ressorteert: BSD-nrs. 1, 2, 3, 4, 9, 12, 19, 20, 31, 34, 50, 51, 60, 61, 67, 68, 69, 70, 81, 82, 93, 94 (algemeen selectiecriterium 1); BSD-nrs. 1, 6, 9, 12 (algemeen selectiecriterium 2); BSD-nrs. 5, 6, 7, 8 (algemeen selectiecriterium 3); BSD-nrs. 56, 74, 77, 86, 91 (algemeen selectiecriterium 4); BSD-nrs. 18, 29, 30, 32, 33, 46, 52, 62, 71, 83, 95, 106 (algemeen selectiecriterium 5);

Commissie buitenlandse geneeskundigen: -

Commissie buitenlandse verloskundigen: -

Commissie buitenlandse tandartsen: -

Commissie buitenlandse apothekers: -

Commissie buitenlandse apothekers-assistenten: -

Centrale commissie opleiding diploma A-verpleegkundige: -

Permanent adviesorgaan voor de B-opleiding: -

Permanent adviesorgaan voor de Z-opleiding: -

Commissie van advies voor het beroep van logopedist: BSD-nrs. 121 tot en met 128 (algemeen selectiecriterium 1);

Commissie van advies methoden Mensendieck en Cesar: BSD-nrs. 121 tot en met 128 (algemeen selectiecriterium 1);

Commissies van advies voor het beroep van diëtist: BSD-nrs. 121 tot en met 128 (algemeen selectiecriterium 1);

Commissie van advies voor het beroep chiropedist: BSD-nrs. 121 tot en met 128 (algemeen selectiecriterium 1);

Commissie van advies voor het beroep orthoptist: BSD-nrs. 121 tot en met 128 (algemeen selectiecriterium 1);

Commissie van advies voor het beroep radiologisch laborant: BSD-nrs. 121 tot en met 128 (algemeen selectiecriterium 1);

Commissie van advies voor het beroep mondhygiënist: BSD-nrs. 121 tot en met 128 (algemeen selectiecriterium 1);

Commissie van advies voor het beroep ergotherapeut: BSD-nrs. 121 tot en met 128 (algemeen selectiecriterium 1);

Adviescommissie oefentherapeuten-Cesar: BSD-nrs. 129 tot en met 138 (algemeen selectiecriterium 1);

Adviescommissie diëtisten: BSD-nrs. 129 tot en met 138 (algemeen selectiecriterium 1);

Adviescommissie mondhygiënisten: algemeen selectiecriterium 1: BSD-nrs. 129 tot en met 138

Adviescommissie orthoptisten: BSD-nrs. 129 tot en met 138 (algemeen selectiecriterium 1);

Adviescommissie radiologisch en radiotherapeutisch laboranten: BSD-nrs. 129 tot en met 138 (algemeen selectiecriterium 1);

College van advies inzake het beroep van fysiotherapeut: BSD-nrs. 129 tot en met 138 (algemeen selectiecriterium 1);

Adviescommissie oefentherapeuten-Mensendieck: BSD-nrs. 129 tot en met 138 (algemeen selectiecriterium 1);

Adviescommissie ergotherapeuten: BSD-nrs. 129 tot en met 138 (algemeen selectiecriterium 1);

Adviescommissie logopedisten: BSD-nrs. 129 tot en met 138 (algemeen selectiecriterium 1);

Adviescommissie podotherapeuten: BSD-nrs. 129 tot en met 138 (algemeen selectiecriterium 1);

Raad voor de buitengewone geneeskundige en farmaceutische voorziening: BSD-nrs. 139, 140 (algemeen selectiecriterium 1);

De bewaartermijnen van de neerslag van de met `V' (= vernietigen) gewaardeerde handelingen zijn vastgesteld in overleg met deskundigen van dit ministerie op dit terrein.

De toepassing van de bewaartermijnen is bij het ministerie waaronder Volksgezondheid ressorteert als volgt:

• een dossier wordt afgesloten (bijv. op 30 januari 1999),

• de bijbehorende bewaartermijn wordt hierbij opgeteld (bijv. 10 jaar),

• het dossier wordt bewaard tot en met 31 december 2009 (1999 + 10),

• de betrokken directeur wordt in de loop van dat jaar (in dit voorbeeld 2009) op de hoogte gesteld van de voorgenomen vernietiging van dit dossier,

• het dossier wordt vernietigd per 2 januari 2010, tenzij de betrokken directeur zwaarwichtige redenen heeft voor uitstel van vernietiging (administratief of juridisch belang).

(6) Tabel

Het BSD heeft de vorm van een tabel. Per actor worden de volgende gegevens opgenomen:

- Actor: naam van de actor.

- Taakgebied: Volksgezondheid en/of Welzijn.

- Beleidsterrein: het deel van een taakgebied dat in het RIO is onderzocht.

- BSD-nr.: elke handeling in het BSD heeft een uniek nummer.

- RIO-nr.: het nummer in deze kolom correspondeert met het nummer van de handeling in het eerdergenoemde RIO 'Verzekerd van zorg'. In een aantal gevallen zijn meerdere handelingen uit het RIO samengevoegd tot één handeling in het BSD; in een aantal andere gevallen is één handeling uit het RIO gesplitst in meerdere handelingen in het BSD. Tevens zijn er enkele handelingen in het BSD opgenomen die niet in het RIO zijn opgenomen. Deze handelingen zijn te herkennen aan de `nvt' (niet van toepassing) in de kolom `RIO-nr.'.

- Handeling: Hier staan de handelingen van de betreffende actor. Tevens staat hier de periode vermeld waarin deze handeling door de actor werd uitgevoerd. Indien de handeling reeds voor 1945 door de actor werd uitgevoerd, is toch als beginjaar 1945 vermeld; indien de handeling in de onderzochte periode niet is gestopt, is geen eindjaar aangegeven.

- B + Crit. / V + Termijn: Indien de neerslag van een handeling voor overbrenging naar de Rijksarchiefdienst in aanmerking komt, staat in deze kolom vermeld: B (= bewaren) in combinatie met het cijfer van het algemene selectiecriterium op basis waarvan dit voorstel wordt gedaan; indien de neerslag van de handeling niet voor overbrenging naar de RAD in aanmerking komt, staat hier vermeld: V (= vernietigen) in combinatie met de minimale bewaartermijn.

- Product/Opmerkingen: eventuele extra gegevens, zoals het nummer van het Staatsblad (Stb.) of de Staatscourant (Stcrt.) waarin een product is geplaatst.

(7) Aanvullingen en wijzigingen op het BSD `Medische beroepen en opleidingen' uit 1994

In december 1994 is het zgn. driehoeksoverleg inzake het basis selectie document voor het beleidsterrein 'medische beroepen en opleidingen' afgerond. Vervolgens is het concept-BSD op 13 december 1994 ter vaststelling aangeboden aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen.

De Staatssecretaris van OC&W heeft het concept-BSD voor advies voorgelegd aan de Raad voor het Cultuurbeheer, de rechtsvoorganger van de huidige Raad voor Cultuur. In advies 450 gaf de Raad eind 1995 te kennen het concept-BSD in deze vorm af te wijzen. De bezwaren waren voor een groot deel principieel van aard en hadden merendeels betrekking op alle op dat moment reeds ingediende selectielijsten. Uiteindelijk schrijft de Staatssecretaris in augustus 1996: `De minister van VWS heeft meegedeeld dat zij voor de selectielijst Medische beroepen de vernietigingstermijn zal toevoegen, waarna de selectielijst kan worden vastgesteld.'8

In vergelijking met het BSD `Medische beroepen en opleidingen' uit 1994 is de nu voorliggende versie op een aantal punten aangepast aan de tijd. De wijzigen betreffen:

a. de lay-out van de voorpagina is aangepast en het lettertype van de tekst is gewijzigd, conform de huisstijl van VWS, in Univers 10 en Univers 45 Light 10 voor de in vet aangegeven tekstblokken;

b. de looptijd is teruggebracht van 1940-1990 naar 1945-1990;

c. de inhoudsopgave is aangepast;

d. de termen `GO' (= Goed Overbrengen) en `NO' (= Niet Overbrengen) zijn vervangen door `B' (= Bewaren) en `V' (= Vernietigen). De vervanging van de termen `GO' en `NO' vloeit voort uit de in de Archiefwet 1995 gebruikte terminologie: `bewaren' resp. `vernietigen';

e. de tekst van paragraaf 5 van de toelichting is gewijzigd en de paragrafen 6 en 7 zijn toegevoegd;

f. de kolommen `W' (= waardering) en `GO / NO' (= goed overbrengen / niet overbrengen) in de selectielijst zijn samengevoegd tot één kolom `B + crit. / V + termijn' (= bewaren + criterium / vernietigen + termijn);

g. de algemene selectiecriteria van de Rijksarchiefdienst zijn toegepast; dit leverde voor een aantal handelingen een aanpassing op van de waardering, te weten:

- van `V' naar `B 5': de huidige BSD-nummers 18, 29, 30 32, 33, 52, 62, 71, 83, 95 en 106;

- van `V' naar `B 4': de huidige BSD-nummers 74, 77, 86;

h. de algemene handelingen van de Rijksarchiefdienst zijn vooraan in de lijst toegevoegd (dit betekent dat alle handelingen zijn hernummerd);

i. de commissies met eenzelfde handeling zijn niet langer geclusterd opgenomen; elke commissie is nu - op verzoek van het ARA - apart opgenomen met een gelijkluidende handeling (handeling 113 tot en met 140) en last but not least:

j. de bewaartermijnen voor de op termijn te vernietigen neerslag van handelingen zijn vastgesteld.

Het formele overleg met betrekking tot de bewaartermijnen is in 2001 gevoerd tussen de hieronder vermelde personen:

Namens de directie Curatieve Somatische Zorg:

- dhr. drs. N.C. Oudendijk, directeur;

- mw. mr. J.G.H. Matze, beleidsmedewerker van de afdeling Beroepen en Opleidingen;

- dhr. G.C. Lut, informatiebeheerder van het Bureau Bedrijfsvoering en Management-ondersteuning.

Namens de directie Wetgeving en Juridische Zaken:

- mw. mr. Th.K. Miedema, senior-jurist van de afdeling Bovensectorale Wetgeving en Juridische Procedures.

Namens de Facilitaire Dienst:

- dhr. drs. L.B. Humbert, adviseur van de afdeling Stategische Productontwikkeling.

1 Op verzoek van het ARA is de looptijd in 2001 gewijzigd van `1940-1990' in `1945-1990'.

2 De termijnen zijn in 2001 vastgesteld en in dit BSD opgenomen.

3 Anno 2001 gebaseerd op artikel 5 van de Archiefwet 1995 (Stb. 539).

4 Zie noot 3.

5 Zie noot 2.

6 In 2001 zijn de algemene selectiecriteria van de Rijksarchiefdienst/PIVOT toegepast bij de waardering van de handelingen van de actoren.

7 Zie noot 6.

8 Bron: brief van de Staatssecretaris van OC&W, de heer A. Nuis, aan de voorzitter van de Raad van Cultuur, de heer J. Jessurun, kenmerk DGCZ/DCE-U-963223, d.d. 28 augustus 1996.

stcrt-2002-15-p20-SC32954-1.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-2.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-3.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-4.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-5.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-6.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-7.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-8.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-9.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-10.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-11.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-12.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-13.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-14.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-15.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-16.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-17.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-18.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-19.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-20.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-21.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-22.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-23.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-24.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-25.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-26.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-27.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-28.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-29.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-30.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-31.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-32.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-33.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-34.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-35.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-36.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-37.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-38.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-39.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-40.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-41.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-42.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-43.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-44.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-45.gifstcrt-2002-15-p20-SC32954-46.gif
Naar boven