Ontheffing medegebruik militair luchtvaartterrein
ANWB Medical Air Assistance BV
17 januari 2002
Nr. B 2001054974
Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten Stafgroep Juridische Zaken
De Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Verkeer en Waterstaat;
Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet,
Besluiten:
Artikel 1
1. Op grond van een algemeen maatschappelijk belang wordt aan gezagvoerders
van de hefschroefvliegtuigen van ANWB, Medical Air Assistance BV te Voorschoten,
voorzien van de registraties PH-KHD, PH-KHE en D-HHBG, ontheffing verleend
van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet
met betrekking tot het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Leeuwarden,
Twenthe, Volkel, Gilze-Rijen, Soesterberg, Eindhoven, Woensdrecht, Valkenburg
en de Kooy op dagen en tijden dat deze luchtvaartterreinen zijn opengesteld
zoals gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands
(MILAIP) of notice to airman (NOTAM).
2. De ontheffing in het eerste lid wordt verleend voor alle operationeel
noodzakelijke humanitaire reddingsvluchten, niet zijnde trainingsvluchten.
3. Voor de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen en Soesterberg wordt
tevens ontheffing verleend voor dag en avond-trainingsvluchten, op dagen en
tijden dat deze luchtvaart-terreinen zijn opengesteld zoals gepubliceerd in
de Military Aeronautical Information Publication Netherlands (MILAIP) of notice
to airman (NOTAM). Dergelijke vluchten kunnen alleen worden uitgevoerd indien
minimaal 24 uur voorafgaand aan de vlucht een verzoek daartoe wordt ingediend
bij het coördinatiecentrum van het betreffende luchtvaartterrein.
4. Van de militaire platformvoorzieningen van de militaire luchtvaartterreinen
Eindhoven, Twenthe en De Kooy kan slechts gebruik worden gemaakt op dagen
en tijden dat deze luchtvaartterreinen zijn opengesteld zoals gepubliceerd
in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands (MILAIP) of
notice to airman (NOTAM), wanneer géén gebruik kan worden gemaakt
van de platformvoorzieningen van het civiele gedeelte van de luchthavens aldaar.
Artikel 2
Van deze ontheffing mag slechts gebruik worden gemaakt nadat de vereiste
privaatrechtelijke vergunning is verleend en met inachtneming van de daarbij
gestelde voorwaarden.
Artikel 3
Aan deze ontheffing zijn verbonden de Algemene en Bijzondere Voorwaarden
betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden,
zoals vastgesteld in de ministeriële beschikking van 08 mei 1967, nr.
202.620/11k, nadien gewijzigd.
Artikel 4
Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 januari 2002 en vervalt
met ingang van 1 januari 2005.
's-Gravenhage, 17 januari 2002.
De Staatssecretaris van Defensie,voor deze,
hoofd Stafgroep Juridische Zaken van de Staf Bevelhebber
der Luchtstrijdkrachten,
S. van Groningen, commodore.
De Minister
van Verkeer en Waterstaat,voor deze,
de manager Unit Infrastructuur,
D.C.
Esveld.
Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden, op grond van de Algemene wet
bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt,
een bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Defensie, t.a.v. de
Commissie Advisering Bezwaarschriften Defensie, postbus 20701, 2500 ES 's-Gravenhage.
Toelichting
In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens
de Luchtvaartwet bepaalde, verstaan onder `Onze Minister' voor wat betreft
de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht betreft,
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. Voor wat de militaire luchtvaart
betreft wordt onder `Onze Minister' de Minister van Defensie verstaan. Op
een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen
zal de Minister van Defensie moeten beoordelen of hij het militaire luchtvaartterrein
wil openstellen. De Minister van Verkeer en Waterstaat zal moeten beoordelen
of het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen
voldoet aan de voor de burgerluchtvaart geldende veiligheidseisen.
De Ministers van Verkeer en Waterstaat en Defensie zijn overeengekomen
gezamenlijk een regeling te ontwikkelen waarin ieders verantwoordelijkheid
tot uiting komt. Het project Burgermedegebruik Militaire Luchtvaartterreinen
(BML) voorziet hierin. Binnen afzienbare tijd zal de regeling gereed zijn.
Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries.
Dit beleid is op dit moment volop in ontwikkeling. Voorzover dit beleid in
het kader van de herziening van de Luchtvaartwet, de in procedure gebrachte
structuurschema's militaire terreinen 2 en Regionale en Kleine Luchtvaart
en de in ontwikkeling zijnde regeling burgermedegebruik militaire luchtvaartterreinen
zodanig zal worden gewijzigd dat dit rechtstreeks van invloed is op dit besluit,
zal door middel van een wijzigingsbesluit tot aanpassing worden overgegaan,
of wordt een soortgelijke ontheffing ziet voor een nieuwe periode afgegeven.
Onderhavig besluit geeft enkel ontheffing van het verbod tot gebruik van
een militair luchtvaartterrein. Indien en voorzover commerciële vluchten
worden uitgevoerd dient hiervoor een separate ontheffing te worden aangevraagd.
Een aanvraag voor een dergelijke ontheffing kan geschieden via: Sita: HAGRLXH;
Fax: ++31204054719; AFTN telex: EHGVYAYX.