Ontheffing medegebruik militair luchtvaartterrein

Eurocross International

17 januari 2002

Nr. B/2001054341

Staf van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten Stafgroep Juridische Zaken

De Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47),

Besluiten:

Artikel 1

1. Op grond van een algemeen maatschappelijk belang wordt aan gezagvoerders van luchtvaartuigen van Eurocross International, gevestigd te Noordwijk, ten behoeve van ambulance- en donorvluchten ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Leeuwarden, Twenthe, Volkel, Soesterberg, Gilze-Rijen, Eindhoven en Woensdrecht op dagen en tijden dat deze luchtvaartterreinen zijn opengesteld zoals gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands (MILAIP) of notice to airman (NOTAM).

2. Buiten de in lid 1 genoemde dagen en tijden kan medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Leeuwarden, Twenthe, Soesterberg en Volkel plaatsvinden ten behoeve van ambulance- en donorvluchten, indien levensbedreigende omstandigheden zulks eisen.

Artikel 2

Van deze ontheffing mag slechts gebruik worden gemaakt:

a. nadat de vereiste privaatrechtelijke vergunning is verleend en met inachtneming van de daarbij gestelde voorwaarden;

b. nadat de vereiste vergunning tot vervoer is verleend;

c. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich houdt aan de door Joint Aviation Authorities (JAA) gestelde Joint Aviation Requirements OPS (JAR-OPS);

d. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich te allen tijde houdt aan zowel de obstakel- als weerminima, zoals die zijn vermeld in:

(1) JAR-OPS;

(2) Militaire Aeronautical Information Publications (A.I.P.) Nederland;

(3) Burger A.I.P. Nederland.

e. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich te allen tijde houdt aan de door de nationale luchtvaartautoriteit (de verstrekker van het Air Operator Certificate) gestelde minima, indien deze minima strenger zijn dan de minima gesteld in de JAR-OPS of de minima gesteld in het vorige lid genoemde A.I.P.'s.

Artikel 3

Aan deze ontheffing zijn verbonden de Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, zoals vastgesteld in de ministeriele beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11k, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 1 januari 2002 en vervalt met ingang van 1 januari 2005.

's-Gravenhage, 17 januari 2002.
De Staatssecretaris van Defensie,voor deze,
hoofd Stafgroep Juridische Zaken van de Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten,
S. van Groningen, commodore.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,voor deze,
de manager Unit Infrastructuur,
D.C. Esveld.

Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden, op grond van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Defensie, t.a.v. de Commissie Advisering Bezwaarschriften Defensie, postbus 20701, 2500 ES 's-Gravenhage.

Toelichting

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde, verstaan onder `Onze Minister' voor wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht betreft, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. Voor wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder `Onze Minister' de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zal de Minister van Defensie moeten beoordelen of hij het militaire luchtvaartterrein wil openstellen. De Minister van Verkeer en Waterstaat zal moeten beoordelen of het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen voldoet aan de voor de burgerluchtvaart geldende veiligheidseisen.

De Ministers van Verkeer en Waterstaat en Defensie zijn overeengekomen gezamenlijk een regeling te ontwikkelen waarin ieders verantwoordelijkheid tot uiting komt. Het project Burgermedegebruik Militaire Luchtvaartterreinen (BML) voorziet hierin. Binnen afzienbare tijd zal de regeling gereed zijn.

Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries. Dit beleid is op dit moment volop in ontwikkeling. Voorzover dit beleid in het kader van de herziening van de Luchtvaartwet, de in procedure gebrachte structuurschema's militaire terreinen 2 en Regionale en Kleine Luchtvaart en de in ontwikkeling zijnde regeling burgermedegebruik militaire luchtvaartterreinen zodanig zal worden gewijzigd dat dit rechtstreeks van invloed is op dit besluit, zal door middel van een wijzigingsbesluit tot aanpassing worden overgegaan, of wordt een soortgelijke ontheffing ziet voor een nieuwe periode afgegeven.

Onderhavig besluit geeft enkel ontheffing van het verbod tot gebruik van een militair luchtvaartterrein. Indien en voorzover commerciële vluchten worden uitgevoerd dient hiervoor een separate ontheffing te worden aangevraagd. Een aanvraag voor een dergelijke ontheffing kan geschieden via: Sita: HAGRLXH; Fax: ++31204054719; AFTN telex: EHGVYAYX.

Oneigenlijk gebruik van artikel 1, lid 2, kan ertoe leiden dat onderhavige beschikking wordt ingetrokken.

Naar boven