Ontheffing luchtvervoersvergunning

Condor Video B.V.

6 juni 2002

DL/OV/02.550854

Inspectie Verkeer en Waterstaat

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelezen het verzoek van Condor Video B.V. d.d. 13 mei 2002;

Gelet op artikel 16d van de Luchtvaartwet;

Besluit:

Artikel 1

Aan Condor Video B.V. te Amsterdam wordt tot 1 juni 2003 ontheffing verleend van de verplichting tot het hebben van een luchtvervoersvergunning voor het vervoer van goederen en personen ten behoeve van het eigen bedrijf, met het luchtvaartuig voorzien van het kenmerk PH- RAJ.

Artikel 2

De houder van deze ontheffing dient adequaat verzekerd te zijn:

a. tegen de aansprakelijkheid met betrekking tot de vervoerde passagiers en goederen overeenkomstig hetgeen bij en krachtens verdrag daarover is bepaald; en

b. tegen de aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt aan derden op het aardoppervlak.

Artikel 3

Deze beschikking is gebaseerd op de statuten van Condor Video B.V. zoals deze laatstelijk zijn gewijzigd d.d. 10 januari 1995 te Amsterdam. Wijziging van de statuten kan intrekking van de ontheffing tot gevolg hebben en dient dan ook onverwijld aan de Inspectie Verkeer en Waterstaat, Divisie Luchtvaart te worden gemeld.

Artikel 4

De houder van deze ontheffing dient er zorg voor te dragen dat de bestuurder van (het/de) luchtvaartuig(en) die voor het vervoer worden gebruikt, in ieder geval beschikt over een vliegbewijs CPL (A).

Artikel 5

Deze beschikking zal worden geplaatst in de Staatscourant en werkt terug tot 1 juni 2002.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,namens deze,
de directeur-hoofdinspecteur van de Divisie Luchtvaart,
namens deze,
het hoofd Unit Operaties en Vervoer,
H.C. Mosselman.

Naar boven