Wijziging Regeling toelatingseisen

Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat tot wijziging van de Regeling toelatingseisen in verband met de implementatie van Richtlijn nr. 2001/116/EG van de Commissie van 20 december 2001 (PbEG 2002, L 18) tot aanpassing aan de stand van de techniek van richtlijn 70/156/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan

8 juli 2002

HDJZ/AWW/2002-1834

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op richtlijn nr. 2001/116/EG van de Commissie van 20 december 2001 (PbEG 2002, L 18) tot aanpassing aan de stand van de techniek van richtlijn 70/156/EEG van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, de artikelen 3.2.13, eerste lid, 3.3.13, eerste lid, 3.4.13, eerste lid en 3.5.13, eerste lid van het Voertuigreglement;

Besluit:

Artikel I

De Regeling toelatingseisen1, wordt gewijzigd als volgt:

A

Artikel 1.1 wordt gewijzigd als volgt:

1. Onderdeel g wordt vervangen door: elektronische controle-eenheid: eenheid die de LPG- dan wel CNG-hoeveelheid regelt en die automatisch de spanning op de afsluitkleppen van het LPG- dan wel CNG-systeem onderbreekt bij breuk van de brandstoftoevoerleiding of bij het uitzetten van de motor;.

2. In de onderdelen h en i wordt na `LPG' ingevoegd: dan wel CNG.

B

In artikel 5.7 wordt na `bijlage 1' ingevoegd: , onder 1,.

C

Artikel 5.58 komt te luiden:

Artikel 5.58

1. Het brandstofsysteem van personenauto's, bedrijfsauto's, motorfietsen en driewielige motorrijtuigen die zijn voorzien van een motor die wordt gevoed door CNG, moet voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 110.

2. Bij wijziging van de motorbrandstof van een personenauto, bedrijfsauto, motorfiets of driewielig motorrijtuig als bedoeld in artikel 6.7, tweede lid, van het Voertuigreglement in CNG, moet het brandstofsysteem, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, ten aanzien van de CNG-onderdelen voldoen aan het gestelde in paragraaf 2.1 en op de in paragraaf 2.2 voorgeschreven wijze zijn aangebracht.

D

Artikel 5.59 komt te luiden:

Artikel 5.59

1. De volgende CNG-onderdelen voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 110:

a. de CNG-tank;

b. de overdrukbeveiliging ten behoeve van de CNG-tank;

c. de automatische tankafsluiter;

d. de gasdichte behuizing;

e. de flexibele slang die wordt toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar;

f. de drukregelaar;

g. de automatische afsluitklep;

h. de vulaansluiting;

i. de terugslagklep;

j. de handafsluiter;

k. de gasregeleenheid welke functioneert bij een druk hoger dan 0,2 bar;

l. het inspuitstuk welke functioneert bij een druk hoger dan 0,2 bar;

m. de CNG-filtereenheid die wordt toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar;

n. de druk- of temperatuursensor;

o. de doorstroombegrenzer;

p. de veerveiligheid;

q. de elektronische controle-eenheid.

2. De CNG-onderdelen, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en j, mogen met elkaar zijn gecombineerd.

E

Artikel 5.60 vervalt.

F

Artikel 5.61 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. De beoordeling van het bepaalde in artikel 5.59, eerste lid, vindt plaats door middel van visuele controle.

2. In het tweede lid vervalt `, derde, vierde en vijfde'.

G

Artikel 5.62 komt te luiden:

Artikel 5.62

Een CNG-installatie is ten minste voorzien van de volgende onderdelen:

a. een CNG-tank;

b. een overdrukbeveiliging ten behoeve van de tank;

c. een automatische tankafsluiter;

d. een drukindicator of brandstofmeter;

e. een drukregelaar;

f. een automatische afsluitklep die gecombineerd mag zijn met de drukregelaar;

g. een vulaansluiting;

h. gasleidingen en flexibele slangen;

i. gasvoerende verbindingen tussen de CNG-onderdelen;

j. een inspuitstuk dan wel gasmengstuk;

k. een handafsluiter;

l. een gasregeleenheid;

m. een doorstroombegrenzer;

n. een elektronische controle-eenheid;

o. een gasdichte behuizing indien CNG-onderdelen zich in de personenruimte of gesloten laadruimte bevinden.

H

Artikel 5.63 komt t luiden:

Artikel 5.63

Een CNG-onderdeel waarop paragraaf 2.1 van deze afdeling van toepassing is, is voorzien van het goedkeuringsmerk bedoeld in bijlage 1, onder 2.

I

Artikel 5.69, tweede lid, komt te luiden:

2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid mag een voertuig zijn voorzien van een verwarmingsinstallatie die is aangesloten op de CNG-installatie en bedoeld is voor het verwarmen van de personenruimte en de laadruimte.

J

De aanhef van artikel 5.71, eerste lid, komt te luiden:

De CNG-installatie is voorzien van een verklaring met bijbehorende detailtekening door of namens de fabrikant van het motorrijtuig, indien er sprake is van één of meer van de volgende situaties:.

K

In artikel 5.73, derde lid, wordt `5 jaar' vervangen door: 10 jaar voor een type CNG-1 tank en 5 jaar voor de overige typen CNG-tanks.

L

Artikel 5.74 komt te luiden:

Artikel 5.74

1. De CNG-tank mag in bedrijfsklare toestand van het motorrijtuig niet lager zijn gelegen dan 200 mm boven het wegdek.

2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing indien de tank aan de voorzijde en aan de zijkanten voldoende is beschermd door originele dragende delen welke tot de constructie van het motorrijtuig behoren, en geen deel van de tank lager dan die bescherming is gelegen.

M

Artikel 5.75 komt te luiden:

Artikel 5.75

1. De CNG-tank is voorzien van een gasdichte behuizing die voldoet aan het bepaalde in artikel 5.59, indien de CNG-tank in de personenruimte of de gesloten laadruimte is aangebracht.

2. De tankappendages zijn beschermd tegen vuil en water indien de CNG-tank op een andere plaats is aangebracht dan bedoeld in het eerste lid.

N

Artikel 5.76, tweede lid, komt te luiden:

2. De bevestiging aan het motorrijtuig is zodanig uitgevoerd dat bij volle tank de volgende acceleraties kunnen worden opgenomen zonder beschadigingen te veroorzaken:

a. voor personenauto's en bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg, voor motorfietsen en voor driewielige motorrijtuigen:

1. 20 G in de rijrichting, en

2. 8 G in de horizontale richting dwars op de rijrichting;

b. voor personenauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg doch niet meer dan 5000 kg en voor bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg doch niet meer dan 12000 kg:

1. 10 G in de rijrichting, en

2. 5 G in de horizontale richting dwars op de rijrichting;

c. voor personenauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 5000 kg en voor bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 12000 kg:

1. 6,6 G in de rijrichting, en

2. 5 G in de horizontale richting dwars op de rijrichting.

O

In artikel 5.87, tweede lid, wordt na `CNG-tank' ingevoegd:, het label op de CNG-tank, dan wel andere waarmerken door de fabrikant van de CNG-tank aangebracht.

P

Artikel 5.88 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het tweede lid vervalt.

2. Onder vernummering van het derde tot tweede lid, wordt na `draait' ingevoegd: , waarbij een vertragingstijd van twee seconden is toegestaan.

Q

Artikel 5.92 komt te luiden:

Artikel 5.92

1. Een gasleiding tussen CNG-onderdelen is vervaardigd uit naadloos roestvast staal indien deze leiding voldoet aan het gestelde in DIN 17458, ASTM A 269 of ISO 2604/2 en de buitendiameter van de roestvast stalen gasleiding niet meer bedraagt dan 12 mm.

2. De in het eerste lid bedoelde gasleiding mag zijn vervangen door een flexibele slang indien deze slang bewegende CNG-onderdelen met elkaar verbindt en deze slang voldoet aan het bepaalde in artikel 5.59.

R

Artikel 5.93 vervalt.

S

Artikel 5.94, tweede lid, komt te luiden:

2. De fabricagedatum van de in artikel 5.92, tweede lid, bedoelde flexibele slang mag niet verder terug zijn gelegen dan 1 jaar. Indien alleen het fabricagejaar is vermeld, wordt als fabricagedatum aangemerkt 31 december van dat jaar.

T

Artikel 5.95 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het tweede en derde lid komen te luiden:

2. Een gasleiding is zodanig bevestigd dat deze niet onderhevig is aan trillingen anders dan die van het voertuig zelf.

3. Een flexibele slang is zodanig bevestigd dat deze niet onderhevig is aan spanningen.

U

In artikel 5.96, eerste lid vervalt `en van een koperen of kunststof gasleiding ten hoogste 0,40 m'.

V

In artikel 5.99 vervalt het vierde lid onder vernummering van het vijfde lid tot vierde lid.

W

Artikel 5.100, eerste lid, komt te luiden:

1. Een stalen gasleiding moet door middel van een geschikte knelringverbinding zijn aangesloten.

X

Artikel 5.103 komt te luiden:

Artikel 5.103

1. De vulaansluiting is geborgd tegen verdraaiingen en is beschermd tegen vuil en water.

2. De vulaansluiting is geplaatst aan de buitenzijde van het voertuig of in het motorcompartiment indien de CNG-tank in de personenruimte of in de gesloten laadruimte is gemonteerd.

Y

De aanduiding `§ 2.2.11. Manometer' vervalt.

Z

De artikelen 5.108 en 5.109 vervallen.

AA

De paragrafen 2.2.12 en 2.2.13 worden vernummerd tot respectievelijk paragraaf 2.2.11 en 2.2.12.

AB

In artikel 5.113, tweede lid, wordt `0,5 bar' vervangen door: 0,2 bar.

AC

Bijlage 1 behorende bij artikel 5.7 en artikel 5.63 van de Regeling toelatingseisen wordt gewijzigd als volgt:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding `1.' geplaatst.

2. Er wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

2. Het goedkeuringsmerk ingevolge ECE-Reglement nr. 110 ziet er als volgt uit:

waarbij de volgende codes de daarbij vermelde betekenis hebben:

stcrt-2002-134-p14-SC35517-1.gif

4: aanduiding van het land dat goedkeuring heeft verleend (`4' is Nederland);

110R: vast gegeven (aanduiding goedkeuring volgens ECE-Reglement nr. 110;

00: goedkeuring volgens de originele niet geamendeerde versie van het Reglement;

2439: nummer en aantal posities kan variëren: dit is het goedkeuringsnummer specifiek voor het merk en type van het onderdeel.

AD

In bijlage 4 behorende bij artikel 5.70, wordt na `blauw' ingevoegd: of groen.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,T. Netelenbos.

1 Stcrt. 1997, 241; laatstelijk gewijzigd bij ministeriële regeling van 27 augustus 2002 (Stcrt.166).

Toelichting

De Commissie van de Europese Gemeenschappen heeft op 20 december 2001 vastgesteld richtlijn nr. 2001/116/EG tot aanpassing aan de stand van de techniek van richtlijn 70/156 van de Raad inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PbEG L 18). Richtlijn 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de lidstaten betreffende goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PbEG L 42) en de bijlagen daarbij zijn in het verleden herhaaldelijk gewijzigd. Omdat de bijlagen bij richtlijn nr. 70/156/EEG opnieuw moesten worden gewijzigd, zijn de bijlagen duidelijkheidshalve geconsolideerd tot één tekst. De voorliggende regeling strekt tot implementatie van richtlijn nr. 2001/116/EG.

De implementatie van richtlijn nr. 2001/116/EG vindt nagenoeg geheel plaats door middel van dynamische verwijzing in artikel 1.7 van het Voertuigreglement. Afdeling 2 van hoofdstuk 5 van de Regeling toelatingseisen bevat eisen waaraan CNG-onderdelen moeten voldoen en voorschriften voor de inbouw van CNG-installaties. Deze eisen en inbouwvoorschriften worden door middel van de onderhavige regeling aangepast aan ECE-reglement nr. 110, waarnaar in richtlijn nr. 2001/116/EG wordt verwezen.

De wijziging omvat een aanscherping voor wat betreft de eisen voor CNG-onderdelen en een uitbreiding met nieuwe eisen voor CNG-installaties, naar de laatste stand van de techniek. Tevens is sprake van een uitbreiding van het aantal verplicht goed te keuren CNG-onderdelen en nieuwe testmethoden die bedoeld zijn voor bijvoorbeeld moderne gasinjectiesystemen.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

T. Netelenbos.

Naar boven