Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van FinanciënStaatscourant 2002, 100 pagina 18Besluiten van algemene strekking

Regeling m.b.t. Duits-Nederlandse overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting

28 mei 2002

IFZ2002/507M

Directoraat-generaal voor Fiscale Zaken Directie internationale fiscale zaken

De directeur-generaal voor Fiscale Zaken heeft namens de Staatssecretaris van Financiën in overleg met de bevoegde autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland het volgende besloten.

Toepassing van artikel 4 van de Overeenkomst met de Bondsrepubliek Duitsland tot het vermijden van dubbele belasting

Regeling voor de verdeling van de winst van Duitse en Nederlandse land- en bosbouwbedrijven met grond in de andere staat

De bevoegde autoriteiten van de Bondsrepubliek Duitsland en van het Koninkrijk der Nederlanden zijn met betrekking tot de verdeling van de winst van Duitse en Nederlandse land- en bosbouwbedrijven met grond in de andere staat op basis van artikel 25, lid 2, van de Duits-Nederlandse Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting van 16 juni 1959 in de versie van het tweede aanvullende Protocol van 21 mei 1991 (hierna: de Overeenkomst) het volgende overeengekomen:

1. Indien tot een in de buurt van de grens gevestigd land- of bosbouwbedrijf van een persoon met woonplaats in een van de verdragsstaten grond behoort die gelegen is op het grondgebied van de andere verdragsstaat (staat waar de grond is gelegen), komt het recht van belastingheffing hierover toe aan de laatstgenoemde verdragsstaat. Dit geldt ook voor zogenoemde `grenslanderijen'.

2. Bij de belastingheffing over de gedeeltelijke winst afkomstig uit de land- en bosbouw in de staat waar de grond is gelegen, zal de belastingdienst van deze staat zich in de regel richten naar het bedrag dat de belastingdienst van de woonstaat op basis van het gehele bedrijfsresultaat heeft vastgesteld en conform artikel 20 in combinatie met artikel 4 van de Overeenkomst heeft toegewezen aan de grond in de staat waar de grond is gelegen. De woonstaat voorkomt op basis van het voornoemde bedrag de dubbele belasting op de wijze zoals voorzien in artikel 20 van de Overeenkomst.

3. De Duitse belastingdienst bepaalt het aandeel in de winst dat voor de belastingheffing toekomt aan Nederland als de staat waar de grond is gelegen, in de regel

a) bij winstbepaling volgens gemiddelde percentages zodanig dat de voor het bedrijf als geheel ontstane winst wordt verdeeld naar verhouding van het grondoppervlak in Duitsland en Nederland,

b) bij winstbepaling door boekhouding of berekening van het batig saldo zodanig dat een gedeelte van de vastgestelde totale winst vooraf wordt toegerekend aan de Duitse boerderij en de rest wordt verdeeld naar verhouding van het grondoppervlak in Duitsland en Nederland; hierbij kan aan de Duitse boerderij een aandeel van maximaal de helft van de totale winst worden toegerekend.

Mochten deze berekeningen aantoonbaar tot een onrechtvaardige verdeling leiden, dan kan hiervan worden afgeweken.

4. De Nederlandse belastingdienst bepaalt het aandeel in de winst dat voor de belastingheffing toekomt aan Duitsland als de staat waar de grond is gelegen, in de regel zodanig dat een gedeelte van de vastgestelde totale winst vooraf wordt toegerekend aan de Nederlandse boerderij en de rest wordt verdeeld naar verhouding van het grondoppervlak in Nederland en Duitsland; hierbij kan aan de Nederlandse boerderij een aandeel van maximaal de helft van de totale winst worden toegerekend. Mocht deze berekening aantoonbaar tot een onrechtvaardige verdeling leiden, dan kan hiervan worden afgeweken.

5. In afwijking van de regelingen in punt 4 bepaalt de Duitse belastingdienst ten behoeve van de Duitse belastingheffing de winst die een in Nederland wonende persoon behaalt en die afkomstig is van in Duitsland gelegen grond, volgens gemiddelde percentages, voorzover aan de naar Duits recht daarvoor geldende voorwaarden is voldaan. Bij de toetsing van deze voorwaarden dient alleen rekening te worden gehouden met de in Duitsland gelegen grond.

De Nederlandse belastingdienst zal in dat geval dubbele belasting voorkomen door uit te gaan van het bedrag dat conform het bepaalde in punt 4 door deze dienst voor de in Duitsland gelegen grond is vastgesteld als aandeel in de winst.

Op verzoek van de in Nederland wonende belastingplichtige dient in plaats van de winstbepaling volgens gemiddelde percentages de regeling in punt 4 gedurende vier opeenvolgende boekjaren te worden toegepast. Het verzoek dient vóór inlevering van het aangiftebiljet, echter uiterlijk binnen 12 maanden na het verstrijken van het eerste boekjaar waarop het verzoek betrekking heeft, schriftelijk bij de Duitse belastingdienst te worden ingediend. Het verzoek kan binnen deze termijn worden ingetrokken.

6. De belastingdienst van de woonstaat deelt het door deze dienst vastgestelde bedrag (in punt 2) en de daaraan ten grondslag liggende berekeningsmaatstaven met gebruikmaking van het hiervoor speciaal voorgeschreven voorgedrukte formulier (verklaring) mede aan de belastingdienst van de andere staat (artikel 23 van de Overeenkomst). De verklaringen worden met inachtneming van de Duits-Nederlandse Regeling van 16 oktober 1997 inzake de uitwisseling van inlichtingen op het gebied van de belastingen in Duitsland door het Bundesamt für Finanzen, 53225 Bonn, en in Nederland door de Belastingdienst/FIOD/Informatie, 2003 BR Haarlem, verzonden.

7. De belastingdienst van de woonstaat stelt de bedragen zo tijdig vast dat de belastingplichtige uiterlijk vóór het einde van het jaar volgend op het aangiftejaar kan voldoen aan zijn aangifteverplichtingen jegens de belastingdienst in de andere verdragsstaat.

8. De hoogste belastinginstanties kunnen overleg plegen over de vaststelling van de waarden en de uitwisseling daarvan.

9. Verdergaande rechten van de belastingplichtige blijven onverminderd van kracht.

10. De regeling dient te worden toegepast op belastingjaren die op of na 1 januari 2001 beginnen. Zij dient tevens te worden toegepast op alle gevallen die op het tijdstip van inwerkingtreding van de regeling nog niet zijn afgehandeld of die onderwerp zijn van een overlegprocedure.

11. De regeling van 11 februari 1977 inzake de in de buurt van de grens gevestigde Duitse bedrijven met landerijen in Nederland wordt door deze regeling vervangen.