Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Nederlandse AntillenStaatscourant 2002, 10 pagina 8Overig

Protocol inzake gespecialiseerde recherchesamenwerking tussen de landen van het Koninkrijk

Overwegende dat de landen van oordeel zijn dat dergelijke samenwerking bijdraagt aan een effectieve bestrijding van het terrorisme en de overige zware, grensoverschrijdende en georganiseerde misdaad zowel in het belang van de landen afzonderlijk als van het koninkrijk als geheel;

overwegende dat Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba in het kader van een verantwoorde rechtshandhavingsinspanning structureel willen blijven samenwerken bij het verrichten van specialistische recherchewerkzaamheden;

zijn de minister van Justitie van de Nederlandse Antillen, de minister van Justitie van Aruba, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de minister van Justitie van Nederland het volgende overeengekomen:

1. De landen van het Koninkrijk bevestigen dat zij samenwerken in een gezamenlijk recherchesamenwerkingsteam voor de bestrijding van de zware en georganiseerde grensoverschrijdende criminaliteit. Deze samenwerking doet niet af aan de eigen taken van de politie van de landen. De landen treffen de voorzieningen die het opereren van het team mogelijk maken.

2. Het team heeft tot taak:

a. het verrichten van onderzoek naar misdrijven binnen het Koninkrijk, die gezien de ernst of frequentie dan wel het georganiseerd verband waarin ze gepleegd worden, een ernstige inbreuk op de rechtsorde maken en waarvoor de inzet van kwalitatief en kwantitatief bijzondere opsporingscapaciteit noodzakelijk is;

b. het verrichten van onderzoek ter uitvoering van interregionale en internationale verzoeken tot rechtshulp, voorzover het betreft rechtshulp met betrekking tot misdrijven, die gezien de ernst of frequentie dan wel het georganiseerd verband waarin ze worden gepleegd, een ernstige inbreuk op de rechtsorde maken en waarvoor de inzet van kwalitatief en kwantitatief bijzondere opsporingscapaciteit noodzakelijk is; en

c. het op incidentele basis ondersteuning geven aan de reguliere recherche bij het verrichten van onderzoek naar andere misdrijven die de lokale rechtsorde ernstig schokken in gevallen waar door bijzondere omstandigheden deze diensten over onvoldoende expertise beschikken.

3. De ministers van Justitie van Aruba, de Nederlandse Antillen en Nederland en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepalen in onderlinge overeenstemming het beleid en stellen daartoe het jaarplan, het jaarverslag, de financiële verantwoording en de begroting vast.

4.1. Er is een adviesgroep recherchesamenwerkingsteam.

2. Deze adviesgroep is namens de landen belast met de voorbereiding van het beleid en van het beheer van het recherchesamenwerkingsteam. Daartoe stelt de adviesgroep een jaarplan en begroting op, waarin tot uitdrukking komt welke bijdrage van de landen wordt verwacht. Tevens bereidt de adviesgroep een jaarverslag en een financiële verantwoording voor.

3. Leden van de adviesgroep zijn:

a. het Hoofd van het parket van de officier van Justitie in Aruba;

b. het Hoofd van het parket van de officier van Justitie in de Nederlandse Antillen;

c. het Hoofd van het landelijk parket van het Openbaar Ministerie in Nederland;

d. de Korpschef van het Korps Politie van Aruba;

e. het hoofd van de Centrale Politiedienst van de Nederlandse Antillen; en

f. de Korpschef van het Korps Landelijke Politiediensten.

De leden kunnen een plaatsvervanger aanwijzen.

4. De teamchef van het recherchesamenwerkingsteam woont de vergaderingen bij en draagt zorg voor het secretariaat en de voorbereiding van de beleidsstukken.

5. Het voorzitterschap van de adviesgroep wordt jaarlijks wisselend bekleed door de hoofdofficieren van Justitie.

6. De adviesgroep biedt de voorbereide beleidsstukken door tussenkomst van de vergadering van de procureurs-generaal van de landen van het Koninkrijk aan de ministers van Justitie van de landen en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Desgewenst hecht de vergadering van de procureurs-generaal een advies aan de doorgeleiding.

5.1. De financiering van het recherchesamenwerkingsteam komt ten laste van de drie landen van het Koninkrijk.

2. De bijdragen van de landen worden in onderling overleg overeengekomen. Daarbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat de landen tenminste de volledige personeelskosten, inclusief uitzendkosten, dragen van het uit hun land afkomstige bij het recherchesamenwerkingsteam werkzame personeel.

6.1. Het recherchesamenwerkingsteam verricht onderzoeken onder het lokale strafvorderlijke gezag en met inzet van lokaal toegestane gewelds- en opsporingsmiddelen.

2. De teamchef wordt in onderlinge overeenstemming tussen de ministers van Justitie en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aangewezen.

3. Verantwoordelijk voor het comptabel beheer van het recherchesamenwerkingsteam is de korpschef van het Korps Landelijke Politiediensten.

4. De financiële verantwoording gaat vergezeld van een accountantsverklaring, opgesteld door de accountantsdienst van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

5. De uit een ander land van het Koninkrijk afkomstige opsporingsfunctionarissen die werkzaamheden verrichten voor het recherchesamenwerkingsteam ontvangen lokale opsporingsbevoegheid door aanstelling tot buitengewoon agent van politie.

6. De landen komen overeen dat voor de werkzaamheden van het recherchesamenwerkingsteam een beroep kan worden gedaan op CID-voorzieningen van de landen. De landen treffen daarvoor de benodigde voorzieningen.

7.1. De bij het recherchesamenwerkingsteam tewerkgestelde personeelsleden behouden overeenkomstig de vigerende rechtspositionele regelgeving van hun land in het kader van deze tewerkstelling hun bezoldiging.

2. De vanuit Nederland op basis van vrijwilligheid ter beschikking te stellen personeelsleden ontvangen overigens de vergoedingen op de voet van de regeling voor korte of lange uitzendingen in het kader van de technische bijstand aan de Nederlandse Antillen en Aruba.

3. De landen dragen zorg voor een gegeven de aard van de werkzaamheden passende bezoldiging en vergoedingen van de uit hun land afkomstige personeelsleden van het recherchesamenwerkingsteam.

4. De landen streven ernaar dat de personele inzet ten behoeve van het team evenredig is.

8.1. Het Korps Landelijke Politiediensten organiseert de inbreng vanuit Nederland voor het recherchesamenwerkingsteam na overleg met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. De Centrale Politiedienst van de Nederlandse Antillen organiseert de inbreng van de Nederlandse Antillen in het team. Het KPA organiseert de inbreng van Aruba in het team.

2. De Korpschefs van politie van de Nederlandse Antillen en Aruba, de korpschef van het Korps Landelijke Politiediensten en de teamchef van het recherchesamenwerkingsteam besteden in het bijzonder aandacht aan een goede afstemming van en samenwerking bij de opsporingswerkzaamheden, de samenwerking met het KPNA en KPA, alsmede aan het bevorderen van kennisoverdracht.

9. De landen zullen voor 30 november 2006 bezien hoe de in dit protocol geregelde recherchesamenwerking eventueel aanpassing behoeft in het licht van de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen in de opsporingscapaciteit van de Nederlandse Antillen en Aruba in relatie met de relevante criminaliteitsontwikkeling.

's-Gravenhage, 30 november 2001.
De minister van Justitie van de Nederlandse Antillen,R.S.J. Martha.
De minister van Justitie van Aruba,H.R. Croes.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K.G. de Vries.
De minister van Justitie van Nederland,A.H. Korthals.