Legalisatie en verificatie van documenten afkomstig uit Pakistan

22 maart 2001

DPC/CJ/86

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Besluit:

Artikel 1

Het algemeen ambtsbericht voor Pakistan van 1 april 1996 wordt hierbij vervangen door het algemeen ambtsbericht, welke als bijlage bij dit besluit is gevoegd.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2001.

Dit besluit wordt in de Staatscourant gepubliceerd.

De Minister van Buitenlandse Zaken,J.J. van Aartsen.

Bijlage

Algemeen ambtsbericht legalisatie en verificatie van documenten afkomstig uit Pakistan

Deel 1: Algemeen

Pakistan is geen partij bij verdragen inzake legalisatie. Hoewel de burgerlijke administratie van Pakistan, die gebaseerd is op het Britse systeem, in theorie over alle juridische instrumenten beschikt om goed te kunnen functioneren, is uit de praktijk gebleken dat de implementatie van regels en voorschriften ontoereikend is. Er is een dringende behoefte aan financiële middelen, hetgeen een negatieve invloed heeft op zowel de ambtenarensalarissen als de huisvesting en de logistieke ondersteuning van de burgerlijke administratie. Voorts vervullen de meeste ambtenaren hun functies in deeltijd en gelden er geen officiële kantoortijden. Er vindt nauwelijks gegevensuitwisseling plaats tussen de verschillende sectoren van de Pakistaanse burgerlijke administratie. Als gevolg daarvan is het mogelijk dat een en hetzelfde feit meerdere malen geregistreerd is.

Teneinde te voorkomen dat er onjuiste gegevens in de Nederlandse administratie terecht zouden komen heeft de Minister van Buitenlandse Zaken besloten een vijftal landen, te weten India, Pakistan, Ghana, Nigeria en de Dominicaanse Republiek, aan te wijzen als probleemland op het gebied van het schriftelijk bewijs (zie Officiële mededeling van 7 maart 1996, Stcrt. 1996/49). De reden hiervoor was gelegen in het feit dat de Nederlandse administratie werd geconfronteerd met een enorme hoeveelheid buitenlandse documenten die vals, vervalst, dan wel inhoudelijk onjuist bleken te zijn.

Deze Aanwijzing houdt in dat alle Pakistaanse documenten, die sinds 1 april 1996 worden ingediend bij de Nederlandse ambassade te Islamabad en bij het Nederlands Consulaat-generaal te Karachi, slechts zullen worden gelegaliseerd nadat de rechtsgeldigheid is vastgesteld en de inhoudelijke juistheid ervan is geverifieerd.

In de afgelopen jaren is een duidelijke verschuiving waarneembaar geweest van de redenen voor weigering van de legalisatie van documenten. Bijna 80% van alle documenten die direct na de Aanwijzing in Pakistan zijn overgelegd voor legalisatie, waren vals of vervalst. Momenteel is het overgrote deel van de ingediende documenten weliswaar afgegeven door de bevoegde autoriteiten, maar zijn de procedures niet altijd correct gevolgd of zijn de documenten inhoudelijk onjuist.

Deel 2: Burgerlijke Administratie

I Geboorte en overlijden

Op grond van artikel 6, sub a, van de Births, Deaths and Marriages Registration Act van 1886 (verder aangeduid als BDMRA 1886) heeft iedere provinciale overheid een Registrar General benoemd en is een algemeen registratiekantoor opgezet voor het bewaren van gewaarmerkte afschriften van geboorte- en overlijdensregistraties, die worden beheerd uit hoofde van deze wet.

De provincies in Pakistan bestaan uit meerdere regio's. In iedere regio is op basis van de artikelen 12 en artikel 6, sub b BDMRA 1886 een Registrar benoemd, die valt onder de Registrar General.

Elke Registrar General houdt indexen bij van alle gewaarmerkte afschriften van registraties die uit hoofde van deze wet door de Registrars naar zijn kantoor zijn gezonden. Hij is belast met de algemene supervisie over de Registrars in de regio's waarvoor hij benoemd is (artikel 7 BDMRA 1886).

Overeenkomstig artikel 19 BDMRA 1886 registreert iedere Registrar na ontvangst van een aangifte van geboorte of overlijden, de betreffende geboorte of het overlijden in het desbetreffende register indien de aangifte is gedaan binnen de voorgeschreven termijn, op de voorgeschreven wijze, door een persoon die uit hoofde van deze wet bevoegd is de aangifte te doen (zie de artikelen 20 en 21 BDMRA 1886).

De provinciale overheden zijn op basis van artikel 36 lid 2 BDMRA 1886 bevoegd regels op te stellen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze wet, met name als het gaat om het opstellen van aanvullende regels over de wijze waarop de registers moeten worden bijgehouden, alsmede de voorgeschreven vorm, termijn en de vereiste legitimatiebewijzen.

De provinciale overheden kunnen op basis van de hieronder genoemde Local Government Ordinances hun bevoegdheden tot het opstellen van aanvullende regels delegeren aan de Union Councils op districtsniveau en de Municipal Corporations op stedelijk niveau.

- Punjab:

Punjab Local Government Act 1979

Punjab Local Government Act 1996

Punjab Local Government (Amendment) Act , 1992

Punjab Local Government (Amendment) Ordinance, 1995

- Sindh:

Sindh Local Government Ordinance, 1979

- Baluchistan:

Baluchistan Local Government Ordinance 1979

- North West Frontier Province:

N.W.F.P. Local Government Ordinance, 1979

- federale hoofdstad Islamabad:

Capital Territory Local Government Ordinance, 1979

Islamabad Capital Territory Municipal Bye-laws, 1968

De aldus gedelegeerde bevoegdheid tot het vaststellen van aanvullende regels wordt door de Union Councils en Municipal Corporations uitgewerkt in byelaws, die worden aangeduid als de Births and Deaths Registration Byelaws. Deze byelaws zijn inhoudelijk vaak zeer divers. In veel gevallen zijn deze byelaws zelfs geheel afwezig. Waar dergelijke byelaws niet zijn opgesteld, worden in de praktijk gevormde standaardprocedures gevolgd.

De huidige federale militaire regering is bezig met het opstellen van de Local Government and Rural Development Ordinance, die zodra deze van kracht wordt, in de plaats zal treden van alle hierboven opgesomde Local Government Acts.

Zoals eerder vermeld, verschillen de registratieprocedures onderling sterk. Over het algemeen kan worden gesteld dat wanneer een kind wordt geboren binnen de jurisdictie van een bepaalde ward1, de geboorte ingeschreven wordt bij de Union Council of Municipal Corporation van de desbetreffende ward.

De registratieambtenaren in de Municipal Corporations worden aangeduid als Municipal Registration Officers en als Secretaries in de Union Councils. De byelaws worden, voor zover zij bestaan, gepubliceerd in een officieel publicatieblad van de provinciale overheid.

Van een geboorte dient bij de Union Council of de Municipal Corporation binnen de voorgeschreven termijn (in de federale hoofdstad Islamabad binnen 30 dagen en elders binnen de termijn, zoals die is voorgeschreven door de toepasselijke bye-laws) een aangifte te worden gedaan. Indien een geboorte wordt geregistreerd binnen de voorgeschreven termijn dan wordt dit aangeduid als een `oorspronkelijke registratie' (original entry). Registratie van een geboorte kan plaatsvinden op vertoon van een verklaring van de verloskundige of het ziekenhuis waar de geboorte heeft plaatsgevonden. Indien er geen termijn is vastgelegd dan wordt in de praktijk voor `oorspronkelijke registraties' een termijn van 60 dagen aangehouden.

De aangifte van een geboorte na de voorgeschreven termijn wordt aangeduid als een `late registratie' (late entry). Voor late registraties gelden andere procedures. Late registraties zijn alleen mogelijk op grond van een bevel van de voorzitter van de Union Council, de Chief Officer van de Municipal Corporation, de Senior Medical Officer of Health of de District Health Officer.

In artikel 28 BDMRA 1886 wordt bepaald dat geboorte- of overlijdenregistraties kunnen worden gecorrigeerd indien is bewezen dat deze foutief zijn geregistreerd ofwel naar de vorm dan wel naar de inhoud. Op basis van de BDMRA 1886 bestaat in Pakistan weliswaar een wettelijke verplichting tot registratie van geboorte en overlijden, maar in het dagelijks leven is deze registratie niet van belang.

Indien een document niet volledig is ingevuld of een aantal velden leeg zijn, dan wordt het document geacht onvolledig te zijn. Indien een veld niet van toepassing is, dient het te zijn doorgehaald. Lege of doorgehaalde velden mogen worden aangevuld of gewijzigd overeenkomstig de daarvoor geldende procedures.

II Huwelijk (nikah)

A. Islamitisch recht

Bronnen van islamitisch recht:

1. Quran (de regels variëren van verplicht, aangeraden en toegestaan, tot niet toegestaan en verboden)

2. Sunnah (praktijk en precedenten van de Profeet Mohammed)

3. Idjma (overeenstemming tussen Islamitische rechtsgeleerden)

4. Qijaas (islamitische jurisprudentie/ redenering naar analogie).

Het huwelijk is naar islamitisch recht geen heilig convenant, maar een burgerlijk contract, dat wordt aangeduid als `mithaq' en een aantal contractuele verplichtingen bevat. Voor de geldigheid van een huwelijk is het essentieel dat aan de volgende vereisten wordt voldaan:

Aanzoek en aanvaarding worden geuit tijdens dezelfde ontmoeting.

Het Pakistaanse recht volgt over het algemeen de Hanafi-school binnen het islamitisch recht. Binnen de Hanafi-school is het eerste vereiste voor een huwelijk een voorstel (ijab), dat gedaan moet worden door of in naam van een van de partijen bij het huwelijk. Het tweede vereiste is de aanvaarding (qubul) van het voorstel door of in naam van de andere partij. De aanvaarding van het voorstel dient te geschieden in de aanwezigheid van en te worden gehoord door twee mannen of een man en twee vrouwelijke getuigen, die allen zowel volwassen moslims als geestelijk gezond moeten zijn. Het derde vereiste is dat zowel het voorstel als de aanvaarding moet worden geuit tijdens dezelfde ontmoeting. Voorts dienen beide huwelijksgenoten geestelijk gezond te zijn. Ook dient tijdens de ontmoeting de tegenprestatie (zijnde het bedrag van de bruidsschat) te worden genoemd.

Volgens Pakistaanse gewoonteregels en islamitische tradities mag de vrouw tijdens de huwelijksceremonie niet in dezelfde ruimte aanwezig zijn als de bruidegom en de andere mannen en dient zij een Vakil2 aan te wijzen.

De Supreme Court van Pakistan heeft echter onlangs bepaald dat het aanwijzen van een Vakil alleen verplicht is voor een vrouw die nog niet meerderjarig is. Een Vakil is daarom niet vereist voor een vrouw van achttien jaar of ouder. Zij kan haar instemming zelf kenbaar maken aan de Nikah Khawan/Nikah-Registrar3 of aan de getuigen.

Volgens de Hanafi-school is de aanwezigheid van getuigen tijdens de huwelijksceremonie verplicht. Indien er geen getuigen zijn is het huwelijk nietig, hetgeen betekent dat er in het geheel geen huwelijk tot stand is gekomen. Het huwelijk kan in dat geval slechts geldigheid verkrijgen door herhaling van de procedure, maar dan in aanwezigheid van getuigen.

Naar islamitisch recht zijn huwelijken op basis van bloedverwantschap, bepaalde verwantschappen en voogdijschap (behoudens enkele uitzonderingen) nietig, hetgeen betekent dat er in het geheel geen huwelijk tot stand is gekomen. Er ontstaan geen privaatrechtelijke rechten of verplichtingen tussen de partijen en eventuele nakomelingen uit een dergelijk huwelijk worden als buitenechtelijk aangemerkt.

B. Muslim Family Laws Ordinance (15 juli 1961)

De belangrijkste wetgeving op het gebied van het huwelijk is de Muslim Family Laws Ordinance van 1961 (verder aangeduid als de MFLO 1961). In de preambule van de MFLO 1961 wordt verklaard dat de verordening van toepassing is op geheel Pakistan (met uitzondering van Azad Jammu en Kashmir) en op alle moslimonderdanen van Pakistan, ongeacht waar zij zich bevinden.

De MFLO 1961 is ook van toepassing op huwelijken tussen moslimmannen, die onderdaan zijn van Pakistan, en niet-Pakistaanse vrouwen, die Kitabia zijn (dus de christelijke of joodse religie belijden). Voorts is de MFLO 1961 van toepassing op huwelijken tussen moslimvrouwen, die onderdaan zijn van Pakistan, en moslimmannen, die geen onderdaan zijn van Pakistan.

Overeenkomstig artikel 5 lid 1 MFLO 1961, dient ieder naar islamitisch recht voltrokken huwelijk te worden ingeschreven in overeenstemming met de bepalingen van de verordening (zie ook onder A). Aangifte van huwelijken is daarom verplicht.

Overeenkomstig artikel 5 lid 2 MFLO 1961, verleent de Union Council ten behoeve van de registratie van huwelijken, vergunningen aan ten minste een of meer Nikah Registrars zoals voorgeschreven door plaatselijke regels en voorschriften.

Een huwelijk kan worden voltrokken door de Nikah Registrar zelf. Indien een huwelijk wordt voltrokken door een andere persoon (zoals een islamitische geestelijke), dan dient deze het huwelijk te melden aan de Nikah Registrar (artikel 5 lid 3 MFLO 1961).

Overeenkomstig artikel 5 lid 5 MFLO 1961, bevatten de toepasselijke byelaws voorschriften inzake de vorm van de Nikah Nama4, de door de Nikah Registrars te beheren registers, de door de Union Councils te bewaren archieven, de wijze waarop huwelijken dienen te worden geregistreerd en de afschriften die aan de partijen dienen te worden verstrekt.

Ingevolge artikel 6 lid 1 MFLO 1961 zijn polygame huwelijken voor moslimmannen toegestaan, mits de schriftelijke toestemming van de Arbitration Council is verkregen. Het ontbreken van de schriftelijke toestemming maakt het huwelijk echter niet ongeldig (zie artikel 6 lid 5 MFLO 1961). Het is een moslimman toegestaan om maximaal 4 echtgenotes tegelijkertijd te hebben.

Uit hoofde van artikel 11 MFLO 1961 zijn de provinciale overheden bevoegd om regels op te stellen voor de tenuitvoerlegging van de MFLO 1961. De provinciale overheden hebben deze bevoegdheid gedelegeerd aan de lokale overheden, die aanvullende regels opstellen in de vorm van byelaws.

C. West Pakistan rules under the Muslim Family Laws Ordinance (20 juli 1962)

Aanvullende voorschriften inzake de registratie van huwelijken zijn te vinden in de Muslim Family Laws Rules 1962 (verder aangeduid als MFLR 1962).

Uit hoofde van artikel 7 MFLR 1962 kan eenieder, die bevoegd is huwelijken te voltrekken, bij de Union Council een verzoek indienen ter verkrijging van een vergunning om op treden als Nikah Registrar. Pas na ontvangst van een dergelijke vergunning en overeenkomstig de daarin vermelde voorwaarden is een Nikah Registrar wettelijk bevoegd om Nikah Nama's te registreren.

De Nikah Registrar dient de Nikah Nama in viervoud op te stellen. Vervolgens ondertekenen de personen wier handtekening op het formulier vereist is de vier exemplaren van de Nikah Nama. De Nikah Registrar ondertekent en verzegelt de vier exemplaren en bewaart een origineel exemplaar in het register. Het tweede en derde afschrift van de Nikah Nama worden verstrekt aan de bruid en bruidegom. Het vierde exemplaar wordt toegezonden aan de Union Council (artikel 10 MFLR 1962). De Nikah Registrar zendt zijn register naar de Union Council zodra er vijftig Nikah Nama's door hem zijn geregistreerd en daarmee het register vol is (artikel 8 lid 2 MFLR 1962).

De MFLR 1962 regelt voorts de rechtsmacht van de Union Council in geval van verzoeken aangaande het sluiten van een volgend huwelijk, een kennisgeving van talaq (echtscheiding) of een verzoek om alimentatie (artikel 3 MFLR 1962).

De Nikah Registrar is verplicht de identiteit van de bruid en bruidegom te controleren aan de hand van nationale identiteitskaarten en door verificatie van getuigen en nauwe verwanten die aanwezig zijn bij de Nikah-ceremonie en die de identiteit van de echtelieden bevestigen. Voorts is hij verplicht kritisch en zorgvuldig te werk te gaan bij het controleren van de identiteit van de partijen.

Zoals hierboven vermeld is het de taak van de Nikah Registrar de Nikah Nama op te stellen. Indien een van de echtelieden geen onderdaan is van Pakistan, geen inwoner is van en onbekend is in de regio, dient de Nikah Khawan/Nikah Registrar voldoende navraag te doen ten aanzien van de bevoegdheid van de partijen om in het huwelijk te treden.

In de zaken PLD 1984 Lah. 137 en PLJ 1984 Cr.C. (Lah. ) 13 bepaalde de rechtbank dat, vanwege de rechtsgevolgen van een huwelijk, zoals erfrechten, rechten op levensonderhoud, bruidsschat, echtscheiding en de wettigheid van kinderen, de buitenlandse partij mag verschijnen voor een lokale magistraat die zijn identiteit, leeftijd, instemming, burgerlijke staat en handelingsbekwaamheid vaststelt. Na ontvangst van de beslissing van de lokale magistraat kan de Nikah Registrar de Nikah Nama registreren.

Tenslotte kan met behulp van het overeenkomstenrecht de rechtsgeldigheid van een document alleen worden vastgesteld indien alle vereiste gegevens in het document zijn vermeld. Indien een document niet volledig is ingevuld of er velden leeg zijn gelaten, wordt het document geacht onvolledig te zijn. Indien een veld niet van toepassing is, dient het te worden doorgehaald. Lege of doorgehaalde velden kunnen worden gewijzigd of gerectificeerd overeenkomstig de toepasselijke procedures.

D. Wijzigingen in de Nikah Nama

Er zijn geen specifieke algemene regels voor het wijzigen van Nikah Nama's. Een Nikah Registrar kan typefouten of te goeder trouw gemaakte vergissingen corrigeren, maar is niet bevoegd zomaar inhoudelijke wijzigingen aan te brengen in een Nikah Nama nadat deze door hem is geregistreerd.

Rechtmatige inhoudelijke wijzigingen in een Nikah Nama kunnen daarom alleen plaatsvinden in overeenstemming met de volgende procedure. Het verzoek tot wijziging wordt ingediend bij de bevoegde autoriteit, zoals aangegeven in de desbetreffende byelaw. Afhankelijk van de aard van de wijziging, besluit de bevoegde autoriteit (veelal de bevoegde Nikah Registrar):

- de wijziging op eigen gezag toe te staan, of

- het verzoek voor te leggen aan de bevoegde rechtbank, dan wel

- het verzoek voor te leggen aan de Deputy Commissioner van de regio waar de partijen woonachtig zijn.

In het geval dat de Nikah Registrar zelf bevoegd is om inhoudelijke wijzigingen aan te brengen in de Nikah Nama, dient de aanvrager een verzoek tot wijziging in bij de Nikah Registrar door middel van een affidavit5, onder vermelding van de redenen en onder overlegging van zowel ondersteunend bewijs als de originele exemplaren van zijn Nikah Nama. De Nikah Registrar volgt vervolgens dezelfde procedure als voor het opmaken en afgeven van de oorspronkelijke Nikah Nama. Op vier voorgedrukte formulieren worden de gegevens ingevuld zoals die op de gewijzigde Nikah Nama dienen te worden vermeld. Gezien het feit dat de Nikah Registrar slechts wijzigingen kan aanbrengen met toestemming van alle in de originele Nikah Nama genoemde getuigen, moeten alle getuigen de vier formulieren voor akkoord ondertekenen. De Nikah Registrar tekent de wijziging aan in het register naast de vorige en originele vermelding van de Nikah Nama. Het registratienummer van de wijziging dient daarom gelijk te zijn aan dat van de oorspronkelijke Nikah Nama. De Nikah Registrar doet een gewijzigd en gewaarmerkt exemplaar van de Nikah Nama toekomen aan de aanvrager.

Wanneer niet alle ondertekenaars geraadpleegd kunnen worden ten behoeve van de wijziging, kan de wijziging slechts plaatsvinden na een bevel van de bevoegde rechtbank. De aanvrager dient hiertoe een civielrechtelijke procedure te starten, waarin door de geldende wettelijke regels. De rechtbank doet uitspraak over de wijziging van de Nikah Nama nadat is gecontroleerd of er geen negatieve gevolgen ontstaan voor de rechten en plichten van enig persoon op wie de wijziging van invloed kan zijn. De wijziging vindt plaats door middel van een declaratoir vonnis van de rechtbank. De Nikah Registrar is verplicht de desbetreffende aanvullingen op te nemen in het huwelijksregister.

Tot slot kan de Nikah Nama gewijzigd worden indien de Deputy Commissioner ermee instemt het verzoek om wijziging in behandeling te nemen. De Deputy Commissioner vormt een commissie en stelt een datum vast waarop de commissie haar bevindingen rapporteert. De Deputy Commissioner kan ook een hoorzitting beleggen en overlegging van bewijs en het verschijnen van getuigen verlangen.

Na ontvangst van de beslissing van de Deputy Commissioner of het vonnis van de rechtbank, tekent de Nikah Registrar de wijziging aan in het register en doet een gewijzigd en gewaarmerkt exemplaar van de Nikah Nama toekomen aan de aanvrager. De eerdere Nikah Nama wordt echter niet verwijderd uit het register, maar ongeldig gemaakt en de gewijzigde versie wordt eraan gehecht. De beslissing van de Deputy Commissioner of het vonnis van de rechtbank wordt ook toegezonden aan de Union Council.

E. Huwelijken voltrokken en geregistreerd anders dan onder de MFLO 1961

De MFLO 1961 en de MFLR 1962 vormen de enige wetgeving voor huwelijken van islamitische onderdanen van Pakistan. Voor niet-islamitische onderdanen van Pakistan bestaan er diverse wetten die hun huwelijken regelen.

Indian Christian Marriage Act XV 1872

Allereerst is er de Indian Christian Marriage Act XV van 1872. Uit hoofde van deze wet worden christelijke huwelijken voltrokken door een persoon die daartoe bevoegd is krachtens deze wet (artikel 5) en overeenkomstig de regels, rites, ceremonies en gebruiken van de christelijke kerk. De bruidegom dient ouder te zijn dan 21 en de bruid ouder dan 18. Geboorteaktes zijn vereist voor het vaststellen van de leeftijd van de partijen. In aanwezigheid van een door de nationale regering als bevoegd aangewezen persoon, en ten minste twee geloofwaardige getuigen, spreekt elk van de partijen de woorden uit om het huwelijk te effectueren.

Voor het aangeven van een huwelijk en het verkrijgen van een huwelijksakte dienen de partijen de vereiste gegevens te verstrekken via het registratieformulier. Een origineel exemplaar van de huwelijksakte wordt ingeschreven in het Parish register6 en afgegeven door de Registrar van de Parish. Elk kwartaal dienen exacte afschriften van de nieuwe inschrijvingen in het Parish register te worden toegezonden aan de Registrar General.

Behalve de Indian Christian Marriage Act 1872 , worden huwelijken van officieel erkende religieuze groeperingen geregeld door de Marriage Registration Act 1886, de Marriages Validation Act 1892, de Parsi Marriage Act 1936, de Hindu Widows Marriage Act 1856, de Special Marriage Act 1872, de Anand Marriages Act 1909, de Aria Marriages Validation Act 1937 en de Foreign Marriages Act 1903.

III Echtscheiding

A. Islamitisch recht

Een huwelijksovereenkomst naar islamitisch recht kan worden ontbonden door en naar goeddunken van de man en zonder tussenkomst van de rechter, of met wederzijds goedvinden van de echtgenoten, eveneens zonder tussenkomst van de rechter, of door een gerechtelijk vonnis op verzoek van de man of vrouw. Een vrouw kan niet zonder toestemming van haar man scheiden, tenzij bij een voor of na het huwelijk opgesteld contract.

Talaq

Een door de man geïnstigeerde echtscheiding wordt aangeduid als talaq. Elke geestelijk gezonde moslimman, die de puberteit heeft bereikt, kan zonder opgaaf van redenen scheiden van zijn vrouw. Talaq kan mondeling geschieden of schriftelijk door middel van een document dat wordt aangeduid als Talaq Nama. Voor de mondelinge talaq zijn geen specifieke bewoordingen voorgeschreven, maar de woorden moeten wel de intentie weergeven dat het huwelijk dient te worden ontbonden. Indien de woorden ambigu zijn wordt bewijs verlangd.

Een Talaq Nama kan de vastlegging van een mondelinge talaq zijn of de schriftelijke kennisgeving van de echtscheiding. Indien in een Talaq Nama de namen van zowel de opsteller als van de persoon aan wie deze gericht is zijn vermeld en deze goed leesbaar en begrijpelijk is, dan wordt op basis van de Talaq Nama aangenomen dat de intentie tot echtscheiding vaststaat. Indien een Talaq Nama niet in de eerdergenoemde vorm is opgesteld, dan dient de intentie tot echtscheiding te worden aangetoond. De Talaq Nama wordt, voor zover bekend, niet geregistreerd in enig register.

Talaq-e-Tafeez

Het aan de vrouw gedelegeerde recht tot echtscheiding wordt aangeduid als Talaq-e-Tafeez. Een voor of na het huwelijk opgesteld contract, dat de vrouw het recht geeft zichzelf van haar man te scheiden, onder nader omschreven omstandigheden, is rechtsgeldig indien de voorwaarden redelijk zijn en niet in strijd met het islamitisch recht. Een dergelijk contract dat voor het huwelijk is afgesloten dient te worden vermeld in de Nikah Nama.

De vrouw volgt dezelfde procedure als de man. In de Talaq Nama vermeldt zij dat zij zichzelf scheidt. In het geval van Talaq-e-Tafeez verliest de vrouw haar bruidsschat niet. De aldus aan de vrouw gedelegeerde bevoegdheid is onherroepelijk.

Khula

Khula is een van de rechtsmiddelen om een huwelijk te laten vernietigen. Een khula-echtscheiding vindt plaats door middel van een aanbod van de vrouw haar man te compenseren ingeval hij instemt met het feit dat zij afstand doet van haar huwelijksrechten. Indien de man het bod aanvaardt, is de echtscheiding onherroepelijk. Indien de man het bod niet aanvaardt, kan de vrouw om echtscheiding op basis van khula verzoeken door een procedure te beginnen bij een Family Court om een vonnis voor khula te verkrijgen. Bij khula verliest de vrouw haar bruidsschat.

Mubaraat

Een mubaraat-echtscheiding is het ontbinden van een huwelijk met wederzijdse instemming. Zowel de man als de vrouw wenst te scheiden. De partijen leggen de voorwaarden van hun overeenkomst schriftelijk vast. De akte wordt opgesteld in het bijzijn van getuigen en gearchiveerd bij de arbitragerechtbank of de Union Council. De Council zendt drie oproepen voor reconciliatie en geeft vervolgens, na afloop van 90 dagen, een echtscheidingsakte af.

Iddat

In het geval van talaq, talaq-e-tafeez, khula en mubaraat is de vrouw verplicht de iddat in acht te nemen. Iddat kan worden omschreven als een wachttijd gedurende welke een vrouw, wier huwelijk is ontbonden door echtscheiding of de dood van haar echtgenoot, niet in het huwelijk mag treden met een andere man. Dit is om vast te stellen of zij zwanger is van de (ex)man teneinde onzekerheid over het vaderschap van het kind te voorkomen.

Wanneer een huwelijk wordt ontbonden door echtscheiding duurt de iddat 90 dagen. Indien de vrouw zwanger is ten tijde van de echtscheiding eindigt de iddat met de geboorte van het kind.

Indien het huwelijk wordt ontbonden door de dood van de man, duurt de iddat vier maanden plus tien dagen.

B. De MFLO 1961 en de MFLR 1962

Krachtens artikel 7 lid 1 MFLO 1961 stelt een man die van zijn vrouw wenst te scheiden, na de kennisgeving van de talaq, ongeacht in welke vorm deze heeft plaatsgevonden, de voorzitter van de Union Council schriftelijk in kennis van dit feit en doet een afschrift daarvan toekomen aan de vrouw.

Talaq wordt niet eerder van kracht dan na negentig dagen, te rekenen vanaf de dag waarop de kennisgeving door de voorzitter is ontvangen, tenzij de vrouw zwanger was op het tijdstip waarop de kennisgeving van de talaq plaatsvond. In dat geval wordt de talaq van kracht aan het eind van de zwangerschap of na afloop van de eerder genoemde periode.

Ingevolge artikel 7 lid 4 MFLO 1961 vormt de voorzitter van de Union Council binnen dertig dagen na ontvangst van de kennisgeving een arbitrageraad om de partijen tot verzoening te bewegen. De arbitrageraad neemt alle stappen om een verzoening tot stand te brengen. Uit hoofde van artikel 3 sub b MFLR 1962, wordt een arbitrageraad gevormd uit leden van de Union Council van de stad waarin de vrouw woonde ten tijde van de kennisgeving van de talaq.

Indien de man niet weet waar de vrouw verblijft en hij haar verblijfplaats niet redelijkerwijs kan achterhalen, voorziet artikel 3A MFLR 1962 dat de kennisgeving aan haar wordt overhandigd via haar vader, moeder, volwassen broer of volwassen zuster, indien hij daarvoor toestemming heeft van de voorzitter van de Union Council. Indien ook hun verblijfplaats niet bekend is aan de man en hij deze niet redelijkerwijs kan achterhalen, kan hij, met toestemming van de voorzitter, de vrouw in kennis stellen van de talaq door deze te publiceren in een door de voorzitter goedgekeurd dagblad dat wordt verspreid in de gemeente waar hij het laatst woonachtig was met zijn vrouw.

C. Dissolution of Muslim Marriages Act VIII 1939

De Dissolution of Muslim Marriages Act 1939 (verder aangeduid als DMMA 1939) trad in werking op 17 maart 1939 en bevat een aantal gronden voor echtscheiding. Volgens artikel 2 DMMA 1939 heeft een naar islamitisch recht gehuwde vrouw recht op een vonnis tot ontbinding van haar huwelijk, indien:

- de verblijfplaats van haar echtgenoot gedurende een tijdvak van vier jaar onbekend is;

- de echtgenoot gedurende twee jaar heeft nagelaten in haar onderhoud te voorzien of daarin gebrekkig heeft voorzien;

- de echtgenoot nog een vrouw heeft genomen in strijd met artikel 6 (polygamie) van de MFLO 1961;

- de echtgenoot is veroordeeld tot een gevangenisstraf van zeven jaar of langer;

- de echtgenoot gedurende drie jaar, zonder redelijke gronden, zijn echtelijke plichten heeft verzaakt;

- de echtgenoot ten tijde van het huwelijk impotent was en dat is gebleven;

- de echtgenoot gedurende twee jaar geestesziek is, lijdt aan lepra of aan een virulente geslachtsziekte;

I. zij, voordat zij de leeftijd van 16 jaar had bereikt, was uitgehuwelijkt door haar vader of een andere voogd en het huwelijk heeft afgewezen voordat zij de leeftijd van 18 jaar had bereikt, mits het huwelijk niet is geconsumeerd;

II. haar echtgenoot haar wreed behandelt; of

III. er andere erkende gronden zijn voor de ontbinding van huwelijken naar islamitisch recht.

Indien een huwelijk wordt ontbonden op een van de voornoemde gronden, verliest de vrouw haar bruidsschat niet.

D. De West Pakistan Family Courts Act XXXV 1964

De West Pakistan Family Courts Act van 14 juli 1964 (verder aangeduid als WPFCA 1964) trad in werking op 2 november 1965 en voorziet in de oprichting van Family Courts voor het behandelen van geschillen op het gebied van huwelijks- en familierecht. De wet geldt voor geheel Pakistan, met uitzondering van de tribale gebieden.

Volgens artikel 21 WPFCA 1964 zijn de artikelen 7, 8, 9 en 10 MFLO 1961 van toepassing op ieder vonnis tot ontbinding door een Family Court van een naar islamitisch recht voltrokken huwelijk.

Volgens artikel 21 lid 2 WPFCA 1964 stuurt de rechtbank per aangetekend schrijven binnen zeven dagen na het uitspreken van het vonnis tot ontbinding van een naar islamitisch recht gesloten huwelijk, een gewaarmerkt afschrift van dit vonnis aan de voorzitter van de in artikel 7 van de MFLO 1961 bedoelde Union Council en na ontvangst van het afschrift handelt de voorzitter op dezelfde wijze als wanneer hij een kennisgeving van de talaq ontvangt uit hoofde van de MFLO 1961.

Volgens artikel 21 lid 3 WPFCA 1964 wordt het vonnis tot ontbinding pas van kracht na afloop van 90 dagen, te rekenen vanaf de dag waarop een afschrift van het vonnis is gezonden aan de voorzitter van de Union Council, en heeft het vonnis geen rechtsgevolgen indien de partijen binnen de bedoelde periode zich verzoenen in overeenstemming met de MFLO 1961.

Deel 3: Ahmadi's en Afghanen

I Ahmadis

A. Grondwetswijziging: Ahmadi's tot niet-moslim verklaard

Op 17 september 1974 werd de grondwet van Pakistan gewijzigd, waarbij de Ahmadi's tot niet-moslim werden verklaard. Als gevolg van deze grondwetswijziging luidt artikel 260, derde lid, van de grondwet als volgt:

`A person who does not believe in the absolute and unqualified finality of the prophethood of Muhammad (peace be on him) the last of the Prophets or claims to be a Prophet, in any sense of the word or of any description whatsoever, after Muhammad (peace be upon him), or recognizes such a claimant as a prophet or a religious reformer, is not a Muslim for the purpose of the Constitution or Law.'

Vervolgens werd artikel 6 van de grondwet (Derde Amendement) 1983 gewijzigd op 19 maart 1985 en luidt als volgt:

`a. `Muslim' means a person who believes in the unity and oneness of Almighty Allah, in the absolute and unqualified finality of the Prophethood of Muhammad (peace be upon him), the last of the prophets, and does not believe in, or recognize as a prophet or religious reformer, any person who claimed or claims to be a prophet, in any sense of the word or of any description whatsoever, after Muhammad (peace be upon him); and

b. `Non-Muslim' means a person who is not a Muslim and includes a person belonging to the Christian, Hindu, Sikh, Buddhist or Parse community, a person of the Quyadiani group or the Lahori group (who call themselves `Ahmadi's or by any other name), or a Bahai, and a person belonging to `nay' of the scheduled castes.'

B. Fiqah Ahmadiyya

Zoals eerder aangegeven is de belangrijkste de wetgeving inzake huwelijken de MFLO 1961. De MFLO 1961 is echter alleen van toepassing op moslims. Voor niet-moslims zijn andere wetten van toepassing, te weten de Indian Christian Marriage Act 1872, de Marriage Registration Act 1886, de Marriages Validation Act 1892, de Parsi Marriage Act 1936, de Hindu Widows Marriage Act 1856, de Special Marriage Act 1872, de Anand Marriages Act 1909, de Aria Marriages Validation Act 1937 en de Foreign Marriages Act 1903.

Aangezien er geen van de Pakistaanse autoriteiten afkomstige, officiële wet- of regelgeving bestaat die betrekking heeft op huwelijken van Ahmadi's, is de Special Marriage Act 1872 de enige toepasselijke wetgeving. Op basis van artikel 2 van de Special Marriage Act van 22 maart 1872, kunnen personen anders dan christenen, joden, moslims, hindoes, boeddhisten, Sikhs en Jainas in het huwelijk treden volgens deze wet.

Uit principe willen de Ahmadi's echter niet in het huwelijk treden volgens de Special Marriage Act en hebben hun eigen regelgeving uitgevaardigd die wordt aangeduid als de Fiqah Ahmadiyya. Op basis van de Fiqah Ahmadiyya geeft de Ahmadi-administratie in Rabwah huwelijksakten af. De Fiqah Ahmadiyya is echter nooit officieel erkend in het Pakistaanse recht. Bovendien is de Ahmadi-administratie in Rabwah nooit middels enige Pakistaanse regelgeving bevoegd verklaard om huwelijksakten af te geven.

Uit het bovenstaande kan derhalve worden geconcludeerd dat de Ahmadi-huwelijksakten onbevoegd worden afgegeven en dat de MFLO 1961 niet van toepassing is op Ahmadi's.

II In Pakistan woonachtige Afghanen

Zoals hierboven reeds beschreven is de MFLO 1961 slechts van toepassing op onderdanen van Pakistan die moslim zijn. Daarnaast is de MFLO 1961 ook van toepassing op huwelijken tussen een moslimman, die onderdaan is van Pakistan, en een niet-Pakistaanse vrouw, die Kitabia is (dus de christelijke of joodse religie belijdt) enerzijds en op huwelijken tussen moslimvrouwen, die onderdaan zijn van Pakistan, en moslimmannen, die geen onderdaan zijn van Pakistan, anderzijds.

Echter, terwijl de MFLO 1961 op de Ahmadi's niet van toepassing is op religieuze gronden, is de MFLO 1961 op in Pakistan woonachtige Afghanen niet van toepassing omdat zij geen onderdanen van Pakistan zijn.

Ingevolge artikel 7 lid 1 en 2 MFLR 1962 worden Nikah Registrars benoemd, waarbij aan deze Nikah Registrars bevoegdheden worden verleend, die worden bepaald in de daarvoor afgegeven licenties.

Voor zover bekend zijn er geen Nikah-Registrars in Pakistan aan wie de bevoegdheid is verleend om Nikah Nama's op te stellen en te registreren van huwelijken tussen niet-Pakistanen. Dergelijke huwelijksakten worden dus onbevoegd afgegeven.

1 Noot vertaler: wijk.

2 Noot vertaler: vertegenwoordiger/gemachtigde.

3 Noot vertaler: degene die het huwelijk voltrekt en/of registreert.

4 Noot vertaler: huwelijksakte.

5 Noot vertaler: eigen verklaring van betrokkene.

6 Noot vertaler: kerkelijk register.

Naar boven