Medegebruik van militaire luchtvaartterreinen

10 april 2001

B/2001005653

Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten Stafgroep Juridische Zaken

De Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47),

Besluiten:

Artikel 1

1. Aan gezagvoerders van de luchtvaartuigen van Fokker Services B.V. wordt tot wederopzegging, doch uiterlijk tot 01 januari 2005 ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onder a, van de luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Leeuwarden, Twenthe, Gilze-Rijen, Soesterberg, Volkel, Eindhoven en Woensdrecht. Deze ontheffing geldt uitsluitend voor vluchten welke worden uitgevoerd in verband met werkzaamheden welke Fokker Services B.V. ten behoeve van het Ministerie van Defensie op de betreffende militaire luchtvaartterreinen verricht, op dagen en tijden dat deze luchtvaartterreinen zijn opengesteld zoals gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands of notice to airman (NOTAM).

2. Aan de gezagvoerders van de luchtvaartuigen van of in onderhoud bij Fokker Services B.V., wordt tot wederopzegging, doch uiterlijk tot 01 januari 2005 ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet, met betrekking tot het militaire luchtvaartterrein Woensdrecht. Deze ontheffing geldt uitsluitend ten behoeve van werkzaamheden van Fokker Services B.V. op dagen en tijden dat deze luchtvaartterreinen zijn opengesteld zoals gepubliceerd in de Military Aeronautical Information Publication Netherlands of NOTAM.

Artikel 2

Met betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Woensdrecht, als bedoeld in artikel 1, lid 2 van dit besluit, kan in incidentele gevallen en na overleg met Commandant van Koninklijke Militaire School Luchtmacht/ Vliegbasis Woensdrecht, worden afgeweken van het gestelde met betrekking tot de openstellingstijden, mits de extra openstelling niet tot personeelsuitbreiding leidt en gecompenseerd wordt door sluiting van het luchtvaartterrein op andere tijden.

Artikel 3

Van deze ontheffing mag slechts gebruik worden gemaakt:

a. nadat de vereiste privaatrechtelijke vergunning is verleend en met inachtneming van de daarbij gestelde voorwaarden;

b. nadat de eventueel vereiste vergunning tot vervoer is verleend;

c. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich houdt aan de door Joint Aviation Authorities (JAA) gestelde Joint Aviation Requirements OPS (JAR-OPS);

d. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich te allen tijde houdt aan zowel de obstakel- als weerminima, zoals die zijn vermeld in:

(1) JAR-OPS;

(2) Militaire Aeronautical Information Publications (A.I.P.) Nederland;

(3) Burger A.I.P. Nederland.

e. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich te allen tijde houdt aan de door de Nederlandse Luchtvaartautoriteit (de verstrekker van het Air Operator Certificate) gestelde minima, indien deze minima strenger zijn dan de minima gesteld in de JAR-OPS of de minima gesteld in het vorige lid genoemde A.I.P.'s.

Artikel 4

Van de ontheffingen, zoals genoemd in artikel 1, mag slechts gebruik worden gemaakt:

a. onder inachtneming van het gestelde in de beschikking van de Minister van Defensie van 08 mei 1967, nr. 202.620/11k, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028, houdende Algemene en Bijzondere voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden;

b. mits de voor het militair luchtvaartterrein Woensdrecht vastgestelde of nader vast te stellen grenswaarden voor de maximaal toegelaten geluidsbelasting niet worden overschreden.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 januari 2001.

's-Gravenhage, 10 april 2001.
De Staatssecretaris van Defensie,voor deze:
Hoofd Stafgroep Juridische Zaken van de Staf van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten
S. van Groningen, kolonel.
's-Gravenhage, 2 april 2001.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,voor deze:
Manager Unit Infrastructuur,
D.C. van Esveld.

Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden, op grond van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Defensie, t.a.v. de Commissie Advisering Bezwaarschriften Defensie, postbus 20701, 2500 ES Den Haag.

Toelichting

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde, verstaan onder `Onze Minister' voor wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht betreft, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. Voor wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder `Onze Minister', de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zal de Minister van Defensie moeten beoordelen of hij het militaire luchtvaartterrein wil openstellen. De Minister en Verkeer Waterstaat zal moeten beoordelen of het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen voldoet aan de voor de burgerluchtvaart geldende veiligheidseisen.

De Ministers van Verkeer en Waterstaat en Defensie zijn overeengekomen gezamenlijk een regeling te ontwikkelen waarin ieders verantwoordelijkheid tot uiting komt. Het project Burgermedegebruik Militaire Luchtvaartterreinen (BML) voorziet hierin. Binnen afzienbare tijd zal de regeling gereed zijn.

Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries. Dit beleid is op dit moment volop in ontwikkeling. Voor zover dit beleid in het kader van de herziening van de Luchtvaartwet, de in procedure gebrachte structuurschema's militaire terreinen 2 en Regionale en Kleine Luchtvaart en de in ontwikkeling zijnde regeling burgermedegebruik militaire luchtvaartterreinen zodanig zal worden gewijzigd dat dit rechtstreeks van invloed is op dit besluit, zal door middel van een wijzigingsbesluit tot aanpassing worden overgegaan, of wordt een soortgelijke ontheffing ziet voor een nieuwe periode afgegeven.

Onderhavig besluit geeft enkel ontheffing van het verbod tot gebruik van een militair luchtvaartterrein. Indien en voor zover commerciële vluchten worden uitgevoerd dient hiervoor een separate ontheffing te worden aangevraagd. Een aanvraag voor een dergelijke ontheffing kan geschieden via: Sita: HAGRLXH; Fax: ++31204054719; AFTN telex: EHGVYAYX.

Naar boven