Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2001, 60 pagina 8 | Besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2001, 60 pagina 8 | Besluiten van algemene strekking |
Besluit van 12 februari 2001 nr. 01.000275
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 1 februari 2001, kenmerk E/EP/MA/00077892, Directoraat-Generaal voor Energie;
Gelezen het verzoek van 24 november 1995 van de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. om de bij koninklijk besluit van 30 mei 1963, no. 39 (Stcrt. 126) aan haar verleende en nadien enkele malen gewijzigde concessie voor de ontginning van bitumina onder de benaming `Groningen' en de daarbij behorende overeenkomst te wijzigen, in verband met het ondergronds bergen van aardgas binnen de concessies Drenthe, Tietjerksteradeel/Groningen en Bergen, en het in verband daarmee ontginnen van aardgas uit de concessie Groningen op basis van het `vervangend productie profiel';
Gelet op het bepaalde in Artikel VI, eerste lid van de Wet van 18 maart 1996 (Stb. 199), de Wet van 21 april 1810 (Bulletin des Lois no. 285) en de Mijnwet 1903, zoals deze luidden vóór 5 juni,
Hebben goedgevonden en verstaan:
Onze Minister van Economische Zaken wordt gemachtigd de overeenkomst tot het sluiten waartoe artikel 3, tweede volzin, van het koninklijk besluit van 30 mei 1963, nr. 39 (Stcrt. 126) machtigde, in welke overeenkomst de financiële verplichtingen van de concessionaris nader worden uitgewerkt, te wijzigen overeenkomstig het bij dit besluit behorende ontwerp van een wijzigingsovereenkomst.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1995.
Onze Minister van Economische Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit, dat met de toelichting en de bijlagen in de Staatscourant zal worden geplaatst.
Bij koninklijk besluit van 30 mei 1963, nr. 39 (Stcrt. 126) is aan de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (hierna NAM) de concessie `Groningen' verleend voor de winning van onder meer aardgas. Vanwege het teruglopen van de druk in het tot dit concessiegebied behorende Slochteren-veld heeft de N.V. Nederlandse Gasunie (hierna Gasunie) behoefte aan gasreservoirs voor het ondergronds bergen van aardgas. In een door Gasunie met NAM en BP Nederland Energie B.V. (rechtsopvolger van Amoco Netherlands B.V., hierna BP) gesloten raamovereenkomst ter identificatie en realisatie van zulke ondergrondse bergingen heeft Gasunie met NAM als houder van de concessies Drenthe, Tietjerksteradeel en Groningen alsmede met BP als houder van de concessie Bergen overeenstemming bereikt over het gebruik van de binnen de concessiegebieden gelegen velden Norg, Grijpskerk en Alkmaar ten behoeve van ondergrondse gasberging. Het werd weinig zinvol geacht de betrokken velden verder in productie te houden om de velden daarna weer te vullen met gas van elders ten behoeve van ondergrondse gasberging. De productie van gas uit de betrokken velden is dan ook eind december 1994 (Norg, Grijpskerk) en half maart 1995 (Alkmaar) gestaakt.
Op 18 december 1995 zijn tussen NAM als houder van de concessie Groningen (hierna NAM Groningen), Gasunie en de zogenaamde UGS (Underground Gas Storage)-concessionarissen bijzondere overeenkomsten gesloten. De UGS-concessionarissen zijn NAM als houder van de concessie Groningen, waarin een deel van het Grijpskerk-veld is gelegen, NAM als houder van de concessie Tietjerksteradeel, waarin het andere deel van van het Grijpskerk-veld is gelegen en NAM als houder van de concessie Drenthe. Deze bijzondere overeenkomsten dienen ertoe om Gasunie toch te laten beschikken over de hoeveelheden gas waar zij op basis van haar gasleveringscontracten met de concessiehouders Drenthe, Tietjerksteradeel en Groningen recht op heeft, alsmede genoemde concessiehouders en Energie Beheer Nederland B.V.(EBN) - voorzover als staatsparticipant betrokken - toch te laten beschikken over opbrengsten, zoals die zouden zijn verkregen uit het per 1 januari 1995 resterende winbare gas in de velden Norg en Grijpskerk, indien de productie niet zou zijn gestaakt. Op 8 oktober 1996 is een soortgelijke overeenkomst gesloten tussen BP als houder van de concessie Bergen (UGS-concessionaris), NAM Groningen en Gasunie teneinde Gasunie te laten beschikken over de hoeveelheid Alkmaar-gas waar zij op basis van haar leveringscontract met BP recht op heeft, alsmede BP en Energie Beheer Nederland B.V. (EBN) - als staatsparticipant - te laten beschikken over opbrengsten, zoals die zouden zijn verkregen uit het per 1 april 1995 resterende winbare gas in het Alkmaar-veld, indien de productie niet zou zijn gestaakt.
Deze bijzondere overeenkomsten regelen onder meer dat NAM Groningen vanuit het Slochteren-veld ten behoeve van de genoemde UGS-concessionarissen hoeveelheden gas aan Gasunie zal gaan leveren die overeenkomen met de hoeveelheden die genoemde concessiehouders aan Gasunie zouden zijn gaan leveren uit de velden Norg, Grijpskerk en Alkmaar bij normale uitvoering van de bestaande gasleveringscontracten met Gasunie.
Deze leveranties van Slochteren-gas zullen ook in hetzelfde tempo plaatsvinden als in de betreffende leveringscontracten voor gas uit de velden Norg, Grijpskerk en Alkmaar is vastgelegd. Deze leveranties worden door partijen het Vervangend Productie Profiel (VPP) genoemd. Vanuit de concessie Groningen gezien is er sprake van een productie van Slochteren-gas als ware het Norg-gas uit Drenthe, Grijpskerk-gas uit Tietjerksteradeel/Groningen of Alkmaar-gas uit Bergen, door partijen ook wel `as if productie' genoemd. In ruil voor deze leveranties krijgt NAM Groningen telkens naar rato aanspraak op vervangende hoeveelheden gas uit de velden Norg, Grijpskerk en Alkmaar.
Met het oog op de aanwending van Slochteren-gas ten behoeve van bovengenoemde ondergrondse gasbergingen behoeft de overeenkomst, die bij de concessie hoort, wijziging.
De Minister van Economische Zaken,
A. Jorritsma-Lebbink.
Bijlage bij koninklijk besluit nr. 01.000275
Ontwerp-wijzigingsovereenkomst
De Staat der Nederlanden, ten deze vertegenwoordigd door de Minister van Economische Zaken, hierna te noemen `de Staat',
en
de besloten vennootschap `Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.', gevestigd te 's-Gravenhage, hierna te noemen `NAM Groningen',
overwegen het volgende:
1. Op 18 juli 1963 sloten de Staat en NAM Groningen een overeenkomst waarvan het ontwerp is vastgesteld bij het koninklijk besluit van 30 mei 1963, nr. 39 (Stcrt. 126), hierna te noemen `de Overeenkomst'.
2. Gelet op de ondergrondse gasberging (hierna ook te noemen Underground Gas Storage, of UGS) in Norg, Grijpskerk en Alkmaar, gelegen in respectievelijk de concessies Drenthe, Tietjerksteradeel/Groningen en Bergen, heeft NAM Groningen met Gasunie en met ieder van de houders van de concessies Drenthe, Tietjerksteradeel/Groningen en Bergen overeenkomsten gesloten inzake de ondergrondse gasbergingen in de betrokken concessies; deze overeenkomsten (hierna: drie-partijenovereenkomsten) zijn goedgekeurd door de Minister van Economische Zaken.
3. Ingevolge de drie-partijenovereenkomsten staat NAM Groningen uit het Slochteren-veld gewonnen `as-if gas' af aan de houders van de concessies Drenthe, Tietjerksteradeel/Groningen en Bergen in ruil voor het recht op hoeveelheden gas in de gasbergingen in Norg, Grijpskerk en Alkmaar.
4. Voorts transporteert NAM Groningen op basis van de drie-partijenovereenkomsten uit het Slochteren-veld ontgonnen gas naar de ondergrondse gasbergingen Norg, Grijpskerk en Alkmaar ten behoeve van het op druk houden van de daar aanwezige gasvoorraad en ten behoeve van directe leverantie van Slochteren-gas.
5. In verband met de drie-partijenovereenkomsten zal NAM Groningen een aantal bijzondere activiteiten ontplooien die een nauwe relatie onderhouden met de opsporings- en ontginningswerkzaamheden.
Partijen komen overeen:
De op 18 juli 1963 tussen de Staat en NAM Groningen gesloten overeenkomst waarvan het ontwerp is vastgesteld bij koninklijk besluit van 30 mei 1963, nr.39 (Stcrt. 126), hierna te noemen `de Overeenkomst' wordt gewijzigd als volgt:
A.
Aan artikel 1 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt:
Onder de in artikel 1 bedoelde opsporings- en ontginningswerkzaamheden worden mede verstaan de werkzaamheden die verband houden met het (doen) bergen van gas in de ondergrondse gasbergingen in Norg, Grijpskerk en Alkmaar, gelegen respectievelijk in de concessies Drenthe, Tietjerksteradeel/Groningen en Bergen en het daar weer uit verwijderen en het verkopen daarvan.
B.
Na artikel 2 wordt een nieuw artikel ingevoegd, dat luidt:
Artikel 3
1. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder gas verstaan het gas waarop NAM Groningen jegens de houders van de concessies Drenthe, Tietjerksteradeel en Bergen recht heeft uit hoofde van de overeenkomsten, die NAM Groningen inzake de ondergrondse gasberging in Norg, Grijpskerk en Alkmaar heeft gesloten met Gasunie en met ieder van de houders van de concessies Drenthe, Tietjerksteradeel en Bergen.
2. NAM Groningen zal niet verantwoorden in zijn resultatenrekeningen:
a. de opbrengst van het gas dat ingevolge de in het eerste lid bedoelde overeenkomsten wordt getransporteerd naar en geïnjecteerd in de in artikel 1, tweede lid genoemde ondergrondse gasbergingen en in ruil waarvoor NAM Groningen rechten verkrijgt op gas jegens de houders van de concessies Drenthe, Tietjerksteradeel en Bergen en
b. de opbrengst van het gas dat door NAM Groningen aan Gasunie is geleverd ter nakoming van de verplichtingen van de houders van de concessies Drenthe, Tietjerksteradeel en Bergen voortkomende uit de in het eerste lid bedoelde overeenkomsten.
3. NAM Groningen zal wel verantwoorden in de resultatenrekening de opbrengst van het gas afkomstig uit de ondergrondse gasbergingen waarop NAM Groningen recht verkreeg uit hoofde van de in het eerste lid bedoelde overeenkomsten jegens de houders van de concessies Drenthe, Tietjerksteradeel en Bergen.
4. De in het derde lid bedoelde opname vindt plaats in de boekjaren waarin de betreffende hoeveelheden gas uit de ondergrondse gasbergingen worden ontgonnen of vrijgemaakt en verkocht.
5. NAM Groningen brengt de kosten van het ontginnen of het vrijmaken van het gas uit de ondergrondse gasbergingen niet ten laste van de resultatenrekeningen.
Deze overeenkomst treedt in werking met ingang van het tijdstip van de ondertekening ervan door de partijen en werkt terug tot en met 1 januari 1995.
's-Gravenhage, ...
Artikelsgewijze toelichting op de ontwerp-wijzigingsovereenkomst
In de overeenkomst worden enkele wijzigingen aangebracht. Met de toevoeging van een tweede lid aan artikel 1 wordt beoogd de daarin omschreven bijzondere activiteiten onder de reikwijdte van opsporings- en ontginningswerkzaamheden te brengen. In het nieuwe artikel 3 worden nadere regels gesteld voor de samenstelling van de resultatenrekening.
Dit artikel spreekt voor zichzelf.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2001-60-p8-SC28496.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.