Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2001, 55 pagina 24 | Overig |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2001, 55 pagina 24 | Overig |
14 maart 2001
Nr. DCE/01/14820
Directie Coördinatie Emancipatiebeleid
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, A.E. Verstand-Bogaert,
maakt bekend:
dat de subsidieplafonds zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel a, van de Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning 1998 (Staatscourant 1997, nr. 249) voor het jaar 2001 worden vastgesteld op:
• 0,5 mln gulden voor het actuele thema `Ondersteuning implementatie VN-Vrouwenverdrag',
• 1,0 mln gulden voor het actuele thema `Verbeteren digitale infrastructuur en ICT-professionaliteit van vrouwenorganisaties', en
• 0,7 mln gulden voor het actuele thema `Beeldvorming en voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen & meisjes'.
Aanvragen voor subsidie voor het thema `Activiteiten Ondersteuning implementatie VN-Vrouwenverdrag' dienen vóór 1 juni 2001 te worden ingediend.
Aanvragen voor subsidie voor het thema `Verbeteren digitale infrastructuur en ICT-professionaliteit van vrouwenorganisaties' dienen eveneens vóór 1 juni 2001 te worden ingediend.
Aanvragen voor subsidie voor het thema `Beeldvorming en voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen & meisjes' dienen vóór 1 september 2001 te worden ingediend.
Het subsidieplafond zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning wordt voor het jaar 2001 vastgesteld op 1,0 mln gulden. Het subsidieplafond zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel c, van de Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning 1998 wordt voor het jaar 2001 vastgesteld op 10 mln gulden.
`s-Gravenhage, 14 maart 2001.
De Staatssecretaris van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,A.E. Verstand-Bogaert.
Volgens de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid 2001 is voor de toepassing van de Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning 1998 voor het kalenderjaar 2001 een bedrag beschikbaar ad 16,9 mln gulden. Daarvan is reeds 10 mln gulden gereserveerd voor organisaties die per boekjaar worden gesubsidieerd (artikel 2, onderdeel c). Voor toepassing van de subsidieregeling is 2,2 mln gulden beschikbaar voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel a, en 1,0 mln gulden voor activiteiten zoals bedoeld in onderdeel b. Voor overige activiteiten is 3,7 mln gulden gereserveerd, waaronder de inrichting van het Informatiepunt Gelijke Behandeling m/v en de uitfinanciering van de Vrouwenvakscholen.
Jaarlijks worden in de begroting van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid actuele thema's gekozen die vanuit beleidsdoelstellingen van de coördinerende staatssecretaris om een extra impuls vragen. Doel hiervan is om in aansluiting op de beleidsvoering het maatschappelijk bereik van de thema's te vergroten door niet-gouvernementele organisaties in staat te stellen rond de thema's activiteiten te organiseren.
Ondersteuning implementatie VN-Vrouwenverdrag
De doelstelling van het kabinet is zowel nationaal als internationaal de naleving van de mensenrechten van vrouwen te bevorderen en deze na te leven als een onvervreemdbaar, integraal onderdeel van universele mensenrechten en fundamentele vrijheden. Naleving van deze rechten is niet alleen een zaak van overheid. Ook individuele burgers, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven hebben daarbij een taak.
Het VN Verdrag inzake de Uitbanning van alle vormen van Discriminatie van vrouwen uit 1979 (het zogeheten Vrouwenverdrag) is een belangrijk internationaal instrument op het gebied van de rechten van vrouwen. Nederland is sinds 1991 partij bij het Vrouwenverdrag. Het kabinet rapporteert eenmaal in de vier jaar aan het VN-Comité voor de uitbanning van alle vormen van discriminatie jegens vrouwen (CEDAW); de derde rapportage is onlangs ingediend.
Het kabinet richt zich op verbreding van de kennis over (de betekenis van) het Vrouwenverdrag bij een breder publiek; daarbij zal het Informatiepunt Gelijke Behandeling m/v een belangrijke rol gaan vervullen. Als extra stimulans wil het kabinet daarnaast niet-gouvernementele organisaties in staat stellen concrete activiteiten in het kader van de implementatie van het VN-Vrouwenverdrag te organiseren, met als doelstelling het maatschappelijk bereik van het verdrag verder te vergroten. Maatschappelijke organisaties kunnen daartoe subsidie aanvragen voor projecten gericht op nationaal, provinciaal of lokaal niveau en met een looptijd van één jaar.
Verbeteren digitale infrastructuur en ICT-professionaliteit van vrouwenorganisaties
Nederland ontwikkelt zich in snel tempo tot een samenleving waarin informatie- en communicatietechnologie (ICT) een centrale plaats inneemt. ICT breekt met de klassieke manier van kennisoverdracht en nodigt uit tot een diversiteit aan gebruiksmogelijkheden, communicatie, dwarsverbindingen en overdracht van informatie. Er dienen zich mogelijkheden aan om met behulp van ICT de doelen van het emancipatiebeleid dichterbij te brengen.
Internationale vrouwennetwerken maken steeds vaker gebruik van ICT voor lobbyactiviteiten, communicatie en politieke beïnvloeding. Voor belangengroepen wordt het mogelijk om voorstellen via internet te bespreken met hun achterban, informatie te verschaffen en belangrijke issues te agenderen. Ook misstanden, risico's of juist positieve gegevens over een bepaalde situatie kunnen op deze manier pijlsnel in vele landen tegelijk bekend worden. ICT kan zo de beleidsoriëntatie als het gaat om emancipatievraagstukken versnellen. De directe betrokkenheid van vrouwenorganisaties, wereldwijd, wordt daardoor vele malen vergroot. Uitwisseling van (inter)nationale gegevens en `good practices' kan bijdragen aan het vergroten van kansen en verkleinen van risico's, bijvoorbeeld van nieuwe achterstanden. ICT biedt mogelijkheden voor participatie van een breed publiek.
Het kabinet wil de kansen die de kennissamenleving biedt voor diversiteit, voor versterking van de positie van vrouwen en voor een meer geëmancipeerde samenleving nadrukkelijk naar voren halen en initiatieven op dit vlak ondersteunen, waardoor strategische allianties tussen maatschappelijke partners bevorderd worden.
Door vrouwenorganisaties kan subsidie worden aangevraagd voor projecten gericht op het verbeteren van de digitale toegang tot emancipatierelevante informatie en/of het bevorderen van de informatie-uitwisseling tussen vrouwenorganisaties met behulp van nieuwe media. De looptijd van het project behelst ongeveer één jaar en uit de projectvoorstellen moet blijken dat zoveel mogelijk aansluiting is gezocht bij bestaande initiatieven.
Beeldvorming en voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen & meisjes
De wereldwijde discussie in de VN-Commissie voor de Positieverbetering van Vrouwen (CSW) over geweld tegen vrouwen leidde tot een oproep aan regeringen gecoördineerd nationaal multidisciplinair beleid inzake geweld tegen vrouwen te ontwikkelen. Geweld tegen vrouwen en meisjes wordt inmiddels algemeen als probleem erkend en uit het verdiepend onderzoek in het kader van het VN-Vrouwenverdrag1 blijkt dat het maatschappelijk veld reeds vele initiatieven ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen heeft ondernomen. De komende jaren wordt het beleid gericht op voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen verder geïntensiveerd.
Extra aandacht is nodig voor de rol van het `ongezien onderscheid' daarbij, voor machtsverschillen tussen mannen en vrouwen en het denken over mannen en vrouwen in termen van `mannelijkheid' en `vrouwelijkheid' en de relatie tussen beeldvorming en geweld. Want niet alleen komt geweld tegen vrouwen en meisjes aanzienlijk vaker voor dan tegen mannen en jongens, het geweld is veelal ook seksespecifiek (seksueel geweld, seksuele intimidatie (op de werkplek), verkrachting, enz.). Sinds het verschijnen van de nota Seksueel Geweld in 1984 wordt een relatie gelegd tussen seksueel geweld en beeldvorming rond mannelijk en vrouwelijk gedrag. Deze beeldvorming blijkt echter vaak nog erg vanzelfsprekend en hardnekkig, een onderscheid wordt veelal niet `gezien'.
Het kabinet wil daarom een extra impuls geven aan het verbeteren van de regie en coördinatie tussen de organisaties die zich bezig houden met beeldvorming en het voorkomen c.q. bestrijden van seksespecifiek geweld. Organisaties kunnen subsidie aanvragen voor projecten gericht op het (structureel) inbedden en implementeren van `good practices'; samenwerking tussen organisaties c.q. voorzieningen dient daarbij centraal te staan. De activiteiten dienen ongeveer een jaar te beslaan.
Voor het indienen van de aanvraag kunt u een informatiepakket aanvragen bij de (gratis) informatietelefoon van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, tel: 0800-9051, menukeuze 4.
Dit pakket bevat de Subsidieregeling emancipatie-ondersteuning 1998, de Algemene Regeling SZW-subsidies en een aanvraagformulier plus handleiding die gebruikt kunnen worden als hulpmiddel bij het indienen van de aanvraag.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.E. Verstand-Bogaert.
1 Boerefijn, I.; M.M. van der Liet-Senders en T. Loenen: Het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen: een verdiepend onderzoek naar het Nederlandse beleid in het licht van de verplichtingen die voortvloeien uit het Vrouwenverdrag, Den Haag, juli 2000.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2001-55-p24-SC28399.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.