Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire TBV 2001/3
Aan:
- de Korpschefs Politieregio's
- de staf van de Koninklijke Marechaussee
i.a.a:
- de Procureurs-Generaal
Onderdeel: Directie Beleid
Datum: 15 februari 2001
Ons kenmerk: 5081761/01/IND
Code: TBV 2001/3
Juridische achtergrond: A4/7 van de Vreemdelingencirculaire 1994
Geldig van/tot: 1 maart 2001 tot en met 1 april 2001
Onderwerp: Vergunning tot vestiging
Inleiding
Op 1 april 2001 zal de Vreemdelingen-wet 2000 in werking treden. In het
overgangsrecht dat voor de Vreemde-lingenwet 2000 is ontwikkeld, is voorzien
in het van rechtswege laten ingaan van de verblijfsrechten die op grond van
die wet aan vreemdelingen worden toegekend (artikel 115 Vw 2000). Voor houders
van een vergunning tot verblijf onder een beperking geldt dat zij een verblijfsvergunning
regulier voor bepaalde tijd verkrijgen. Houders van een vergunning tot verblijf
zonder beperkingen of van een vergunning tot vestiging verkrijgen een verblijfsvergunning
regulier voor onbepaalde tijd. Na 1 april 2001 worden er geen vergunningen
tot verblijf of vergunningen tot vestiging op basis van de Vreemdelingenwet
uit 1965 meer verleend.
In de Nota van Toelichting op het Vreemdelingenbesluit 2000 (Stb. 200,
497) is de volgende passage opgenomen: `Anders dan voorheen in voorkomende
gevallen ten aanzien van de vergunning tot vestiging wel werd gedaan, wordt
bij de beoordeling van de aanvraag tot het verlenen van de verblijfsvergunning
voor onbepaalde tijd derhalve niet ambtshalve nagegaan of de vreemdeling op
enig moment in het verleden wel aanspraak zou hebben kunnen doen gelden op
de verlening van de vergunning indien die destijds zou zijn aangevraagd.'
De aanspraak waarop wordt gedoeld is neergelegd in Vc 1994 A4/7.6.1 in combinatie
met o.a. B11/6.3.2.
Door deze wijze van formulering van het overgangsrecht en de toelichting
op het Vreemdelingenbesluit 2000 kan een houder van een vergunning tot verblijf
onder een beperking, die langer dan vijf jaar in het bezit is van een dergelijke
vergunning en op enig moment in aanmerking kon komen voor een vergunning tot
vestiging, na 1 april 2001 niet meer in het bezit worden gesteld van een vergunning
tot vestiging.
Daarvoor heb ik de volgende maatregel getroffen.
Tekst
Vreemdelingen, die op dit moment maar in ieder geval voorafgaand aan 1
april 2001 langer dan vijf jaar aaneengesloten hun hoofdverblijf in Nederland
hebben en in die periode onafgebroken houder zijn van een vergunning tot verblijf
als bedoeld in artikel 9 Vreemdelingenwet onder een beperking, kunnen onder
de geldende voorwaarden in aanmerking komen voor een vergunning tot vestiging.
Het gaat daarbij om diegenen, die op het moment dat zij vijf jaar in bezit
waren van de bedoelde vergunning tot verblijf, niet in aanmerking kwamen voor
de vergunning tot vestiging omdat zij niet aan de daarvoor geldende voorwaarden
voldeden, maar op enig moment daarna wel aan de voorwaarden voldeden. Voorzover
zij nog niet gebruik hebben gemaakt van hun recht om een vergunning tot vestiging
aan te vragen, worden zij daartoe nu in de gelegenheid gesteld op de volgende
wijze.
In een tegelijk met dit TBV te publiceren advertentie zullen de vreemdelingen,
waarvoor deze regeling geldt, opgeroepen worden om zich voor 1 april 2001
schriftelijk middels het als bijlage bij dit TBV gevoegde formulier tot de
korpschef van hun woonplaats te wenden, onder overlegging van de relevante
bescheiden waaruit de aanspraak op de vergunning tot vestiging kan worden
afgeleid (Vc 1994, A4/7.1.2.3).
De korpschef zal de vreemdeling oproepen voor het verstrekken van inlichtingen,
voorzover nodig (Vc 1994 A4/7.1.2.4).
Vanzelfsprekend dienen de verschuldigde leges (f 500,-) te worden voldaan
(Vc 1994 A4/7.1.2.1).
Indien de vreemdeling alsnog in aanmerking komt voor de vergunning tot
vestiging, dan zal deze worden verleend en na 1 april 2001 worden omgezet
in een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. Als de beslissing
op de aanvraag niet voor 1 april 2001 kan worden genomen, dan zal de aanspraak
worden erkend met ingang van de datum van de aanvraag en wordt per 1 april
2001 een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd verleend.
De Staatssecretaris van Justitie,namens de Staatssecretaris,
het
Hoofd van de Immigratie- en Naturalisatiedienst,
J.G. Bos, plv.
Bijlage bij TBV 2001/3
Aanvraag om een vergunning tot vestiging
In te vullen in tweevoud
CRV-nummer:
De ondergetekende,
Achternaam
Voorna(a)m(en)
Geboortedatum
Geboorteplaats
Geboorteland
Nationaliteit
Geslacht
Adres
Postcode/Plaats
vraagt op grond van TBV 2001/3 een vergunning tot vestiging aan. Na 1
april 2001 wordt deze aanvraag behandeld als een aanvraag om een verblijfsvergunning
regulier voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 20 van de Vreemdelingenwet
2000.
Bij deze aanvraag zijn de relevante gegevens gevoegd, te weten:
- fotokopie van het huidige verblijfsdocument;
- gegevens en bescheiden met betrekking tot de hoogte, de duurzaamheid
en de bronnen van het inkomen van de vreemdeling dan wel van het gezinsinkomen
(werkgeversverklaring, loonstrook, verklaring van uitkeringsinstantie, gewaarmerkte
jaarcijfers en dergelijke), waaruit blijkt dat op enig moment na vijf jaar
hoofdverblijf in Nederland op basis van een vergunning tot verblijf is voldaan
aan de voorwaarden van het hebben van voldoende en duurzame middelen van bestaan
(als bedoeld in Vc 1994 A4/7.7.2).
Ondergetekende verklaart ermee bekend te zijn dat zijn/haar1
verblijfsrechtelijke gegevens worden doorgegeven aan instanties die deze gegevens
nodig hebben voor de beoordeling van een verstrekking, voorziening, uitkering,
ontheffing of vergunning.
Plaats Handtekening
Datum
Onderstaande niet door aanvrager in te vullen.
Ontvangen op
De korpschef van regionaal politiekorps,
namens deze,
(Dienststempel)
1 Doorhalen wat niet van toepassing is.