Ontheffing verbodsbepaling m.b.t. medegebruik militair luchtvaartterrein

Dutch Dakota Association

18 december 2000

Nr. B/2000052924

Staf van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten Stafgroep Juridische Zaken

De Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelezen het verzoek van Dutch Dakota Association, d.d. 19 september 2000;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47);

Besluiten:

Artikel 1

1. Aan de gezagvoerders van de luchtvaartuigen van de Dutch Dakota Association, met de registraties PH-DDZ, PH-PBA, beide van het type DC-3 Dakota en met de registratie PH-DDS van het type DC-4 Skymaster, wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van de militaire luchtvaartterreinen Gilze-Rijen, Soesterberg, Twenthe, Woensdrecht en Valkenburg tot wederopzegging, doch uiterlijk tot 01 januari 2002.

2. De ontheffing, bedoeld in het eerste lid, wordt voor het militaire luchtvaartterrein Valkenburg verleend voor maximaal 90 vliegbewegingen. De ontheffing , bedoeld in het eerste lid, wordt voor de overige militaire luchtvaartterreinen verleend met de restrictie dat de luchtverkeersbeveiliging van deze luchtvaartterreinen, ter beperking van geluidshinder, het aantal vliegbewegingen kan beperken.

Artikel 2

Van deze ontheffing mag slechts gebruik worden gemaakt:

a. gedurende de normale openstellingstijden van de in het eerste lid genoemde militaire luchtvaartterreinen, zoals gepubliceerd in de Militaire Aeronautical Information Publication Netherlands;

b. indien de weersomstandigheden zodanig zijn dat de vluchten onder VFR-vluchtcondities kunnen worden uitgevoerd;

c. nadat de vereiste privaatrechtelijke vergunning is verleend en met inachtneming van de daarbij gestelde voorwaarden;

Artikel 3

Aan deze ontheffing zijn verbonden de Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, zoals vastgesteld in de ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11k, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2001

`s-Gravenhage, 18 december 2000.
De Staatssecretaris van Defensie,voor deze:
het Hoofd Stafgroep Juridische Zaken van de Staf van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten,
S. van Groningen, kolonel.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,voor deze:
Manager Unit Infrastructuur,
D.C. Esveld.

Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden, op grond van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Defensie, t.a.v. de Commissie Advisering Bezwaarschriften Defensie, postbus 20701, 2500 ES 's-Gravenhage.

Toelichting

In de Luchtvaartwet wordt voor de toepassing van het bij of krachtens de Luchtvaartwet bepaalde, verstaan onder `Onze Minister' voor wat betreft de burgerluchtvaart en de algemene verkeersveiligheid in de lucht betreft, Onze Minister van Verkeer en Waterstaat. Voor wat de militaire luchtvaart betreft wordt onder `Onze Minister', de Minister van Defensie verstaan. Op een verzoek tot medegebruik van een militair luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen zal de Minister van Defensie moeten beoordelen of hij het militaire luchtvaartterrein wil openstellen. De Minister van Verkeer en Waterstaat zal moeten beoordelen of het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein door burgerluchtvaartuigen voldoet aan de voor de burgerluchtvaart geldende veiligheidseisen.

De Ministers van Verkeer en Waterstaat en Defensie zijn overeengekomen gezamenlijk een regeling te ontwikkelen waarin ieders verantwoordelijkheid tot uiting komt. Het project Burgermedegebruik Militaire Luchtvaartterreinen (BML) voorziet hierin. Binnen afzienbare tijd zal de regeling gereed zijn.

Onderhavige ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries. Dit beleid is op dit moment volop in ontwikkeling. Voorzover dit beleid in het kader van de herziening van de Luchtvaartwet, de in procedure gebrachte structuurschema's militaire terreinen 2 en Regionale en Kleine Luchtvaart en de in ontwikkeling zijnde regeling burgermedegebruik militaire luchtvaartterreinen zodanig zal worden gewijzigd dat dit rechtstreeks van invloed is op dit besluit, zal door middel van een wijzigingsbesluit tot aanpassing worden overgegaan, of wordt een soortgelijke ontheffing niet voor een nieuwe periode afgegeven.

Onderhavig besluit geeft enkel ontheffing van het verbod tot gebruik van een militair luchtvaartterrein. Indien en voorzover commerciële vluchten worden uitgevoerd dient hiervoor een separate ontheffing te worden aangevraagd. Een aanvraag voor een dergelijke ontheffing kan geschieden via: Sita: HAGRLXH; Fax: ++31204054719; AFTN telex: EHGVYAYX.

Naar boven