Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Sociale Zaken en WerkgelegenheidStaatscourant 2001, 250Algemeenverbindendverklaring van CAO-bepalingen

Metaal en Technische bedrijfstakken

O&O-fonds Isolatiebedrijf

Bekendmaking in het kader van de algemeen verbindendverklaring van CAO-bepalingen

MINISTERIE VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID

BEKENDMAKING IN HET KADER VAN DE ALGEMEEN VERBINDENDVERKLARING VAN BEPALINGEN VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSOVEREENKOMST OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS VOOR HET ISOLATIEBEDRIJF

AI Nr. 9697

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Kennisgenomen hebbende van het besluit van het Bestuur van de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Isolatiebedrijf inzake de vaststelling van de hoogte van de werkgeversbijdrage voor de periode 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002 aan de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Isolatiebedrijf;

Overwegende,

dat artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Isolatiebedrijf bij besluit van 27 november 2000 (Stcrt 2000, nr. 233) algemeen verbindend is verklaard tot en met 31 december 2004;

dat in genoemd artikel is bepaald dat de werkgever jaarlijks aan de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Isolatiebedrijf een bijdrage verschuldigd is, waarvan de hoogte wordt vastgesteld overeenkomstig het terzake bepaalde in statuten en het bijdragereglement van de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Isolatiebedrijf;

Maakt bekend:

De bijdrage welke de werkgever op grond van de algemeen verbindendverklaring van artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Isolatiebedrijf is verschuldigd, is voor de periode 1 januari 2002 tot en met 31 december 2002 vastgesteld op 0,65% van de loonsom, welke loonsom nader is gedefinieerd in het van de collectieve arbeidsovereenkomst deel uitmakende bijdragereglement (bijlage II).

's-Gravenhage, 20 december 2001

C. J. Meerhof.