Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie | Staatscourant 2001, 25 pagina 10 | Overig |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie | Staatscourant 2001, 25 pagina 10 | Overig |
Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire TBV 2001/2
Aan:
- de Korpschefs Politieregio's
- de Bevelhebber der Koninklijke Marechaussee
i.a.a:
- de Procureurs-Generaal
Onderdeel: Directie Beleid
Datum: 30 januari 2001
Ons kenmerk: 5058906/00/IND
Code: TBV 2001/2
Juridische achtergrond: B7 van de Vreemdelingencirculaire 1994
Geldig van/tot: 1 februari 2001 tot en met 1 februari 2002
Onderwerp: Traumatabeleid
Dit Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire geeft het traumatabeleid aan, zoals dat vanaf heden wordt gevoerd. Dit beleid was tot heden niet vastgelegd in de Vreemdelingencirculaire, maar in een werkinstructie (nr. 31) ten behoeve van de IND. Er bestaat aanleiding om het bestaande beleid te actualiseren, te verruimen en te verduidelijken. De actualisering is met name gelegen in de nieuwe inzichten over de rol van het medische onderzoek in dit soort gevallen, de verruiming ziet op het toevoegen van twee extra gronden, en de verduidelijkingen zijn bedoeld om bestaande vragen over het beleid weg te nemen.
Waar er gesproken wordt van traumata of traumatische ervaring, wordt gedoeld op gebeurtenissen die tot de veronderstelling leiden dat deze psychische schade berokkenen.
De onderstaande tekst wordt in de Vreemdelingencirculaire opgenomen in hoofdstuk B7.
Hoofdstuk B7 van de Vreemdelingencirculaire wordt als volgt gewijzigd. De onderstaande tekst wordt ingevoegd als onderdeel 8.5.2; de reeds bestaande tekst van 8.5.2 wordt hernummerd tot 8.5.3:
Een nadere invulling van de klemmende redenen van humanitaire aard als bedoeld in 8.5.1 betreft het traumatabeleid, dat bedoeld is voor asielzoekers die in het land van herkomst een traumatische ervaring hebben gehad.
Het traumatabeleid is alleen van toepassing op aanvragen om toelating als vluchteling. Dit vloeit voort uit de aard en de ontstaansgeschiedenis van dit beleidsonderdeel. Het traumatabeleid ziet op gevallen waarin de persoonlijke beleving van bepaalde - hieronder limitatief opgesomde - gebeurtenissen voor een asielzoeker zodanig traumatiserend zijn geweest, dat van hem of haar niet gevergd kan worden terug te keren naar het land van herkomst. Dit betreft zowel traumatische ervaringen die zijn veroorzaakt van overheidswege, door politieke of militante groeperingen die de feitelijke macht uitoefenen in het land van herkomst of een deel daarvan, of door groeperingen waartegen de overheid niet in staat of niet willens is bescherming te bieden.
De betrokken asielzoeker zal de aangevoerde gebeurtenissen, die tot een veronderstelde traumatische ervaring leiden, aannemelijk moeten maken. Tevens zal aannemelijk moeten zijn dat de gestelde gebeurtenissen aanleiding zijn geweest voor het vertrek van de betrokken asielzoeker uit het land van herkomst. Voor de aannemelijkheid van dit causale verband biedt de termijn waarbinnen de betrokkene het land heeft verlaten een belangrijk aanknopingspunt. In beginsel geldt hiervoor het uitgangspunt dat de betrokken asielzoeker binnen zes maanden na deze gebeurtenissen het land van herkomst dient te hebben verlaten.
Hieraan ligt de veronderstelling ten grondslag dat bij een later vertrek de betrokken asielzoeker zich blijkbaar heeft kunnen handhaven in het land van herkomst en daarom van hem of haar gevergd kan worden terug te keren naar het land van herkomst. De termijn van zes maanden vormt hiermee een omslagpunt in de bewijslastverdeling: bij een vertrek na zes maanden zal een vergunning op grond van het traumatabeleid in beginsel worden geweigerd, tenzij de betrokken asielzoeker aannemelijk maakt dat er wel degelijk een verband is tussen de gebeurtenis en het vertrek. De betrokkene zal daarvoor feiten en omstandigheden aannemelijk dienen te maken waaruit blijkt dat de betrokkene het land van herkomst niet eerder heeft kunnen verlaten. Daarbij geldt dat naarmate de gebeurtenissen een ernstiger karakter hebben en het asielrelaas van de betrokkene aannemelijker is, een zwaardere onderzoeksplicht rust op de behandelend ambtenaar met betrekking tot de vraag of er feiten en omstandigheden waren waardoor de betrokkene het land van herkomst niet binnen zes maanden na het plaatsvinden van de gestelde gebeurtenis kon verlaten.
Indien aan de voorwaarden is voldaan, zich één van de in dit TBV genoemde gebeurtenissen heeft voorgedaan (zie 8.5.2.2) en er geen sprake is van contra-indicaties (zie 8.5.2.4), dan wordt een vergunning tot verblijf zonder beperkingen verleend. Wordt niet aan de genoemde voorwaarden voldaan, maar stelt betrokkene dat hij of zij onder medische behandeling staat, dan dient deze zich bij de korpschef van de regiopolitie van zijn woonplaats te vervoegen voor het indienen van een aanvraag voor een vergunning tot verblijf met als doel `medische behandeling'. Deze aanvraag wordt dan getoetst aan het gestelde in Vc 1994, hoofdstuk B16.
8.5.2.2 Traumatische ervaringen
De volgende gebeurtenissen kunnen aanleiding geven tot verblijfsaanvaarding. Deze opsomming is limitatief:
- de gewelddadige dood van naaste familieleden of huisgenoten;
- de gewelddadige dood van andere verwanten of vrienden wanneer betrokkene aannemelijk maakt dat een hechte relatie bestond tussen de overledene en betrokkene;
- substantiële niet-strafrechtelijke detentie;
- marteling, ernstige mishandeling of verkrachting van betrokkene;
- het getuige zijn van marteling, ernstige mishandeling of verkrachting van naaste familieleden of huisgenoten;
- het getuige zijn van marteling, ernstige mishandeling of verkrachting van andere verwanten of vrienden wanneer betrokkene aannemelijk maakt dat er een hechte relatie bestond tussen de verwante of vriend en betrokkene.
8.5.2.3 Nadere uitwerking van de voorwaarden
De hieronder gegeven opsomming is niet cumulatief:
a. Het overlijden van vorenbedoelde personen dient aannemelijk te zijn, en zo mogelijk onderbouwd (bijvoorbeeld met een overlijdensakte of andere documenten die dit overlijden aannemelijk maken).
b. De detentie, marteling, enstige mishandeling en/of verkrachting van de betrokkene moeten aannemelijk worden gemaakt. Onder ernstige mishandeling wordt verstaan het opzettelijk toebrengen van pijn en leed en/of zwaar lichamelijk of geestelijk letstel. De definitie van marteling is opgenomen in artikel 1 van het VN verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (Trb. 1985, 69).
c. De betrokken asielzoeker moet aannnemelijk maken dat hij of zij getuige is geweest van de gestelde gebeurtenis. Getuige zijn van wil zeggen dat het moet gaan om het lijfelijk aanwezig zijn en zo mogelijk aanschouwen van de gebeurtenis. Een blinde of geblinddoekte asielzoeker kan de gebeurtenis niet met eigen ogen zien, maar wel middels een andere zintuiglijke waarneming daarvan kennis nemen. De betrokkene zal dan aannemelijk moeten maken dat hij op deze wijze kennis heeft kunnen nemen van de gebeurtenis. Het enkele feit dat deze gebeurtenissen hebben plaatsgevonden zonder aanwezigheid van betrokkene valt hier dus niet onder.
d. Uit de verklaringen van de betrokkene moet zoveel mogelijk blijken, dan wel aannemelijk zijn dat van hem of haar in redelijkheid niet kan worden verwacht terug te keren naar het land van herkomst. Het gestelde trauma behoeft niet bewezen te worden door middel van medisch onderzoek. Het enkele feit dat op grond van een medische verklaring een Post Traumatisch Stress Stoornis (PTSS) is vastgesteld is niet voldoende voor de verlening van een verblijfsvergunning op grond van het traumatabeleid. Een dergelijke stoornis kan door elke ingrijpende gebeurtenis zijn veroorzaakt, waaronder ook oorzaken die geen enkele relatie hebben met de hiervoor onder 8.5.2.2 gebeurtenissen (bijvoorbeeld een auto-ongeluk of een criminele afrekening).
De beoordeling van het asielrelaas geschiedt op de gebruikelijke wijze ten aanzien van de geloofwaardigheid en aannemelijkheid daarvan. De verklaringen van betrokkene worden dan ook getoetst aan het gehele asielrelaas en aan de informatie die bekend is over de situatie en de gangbare praktijken in het land van herkomst. Daarbij geldt dat naarmate de gebeurtenis later in de procedure (in het bezwaarschrift, bij de ACV of in beroep) is aangedragen, de aannemelijkheid daarvan eerder in het geding is. De betrokken asielzoeker zal opheldering moeten verschaffen over de vraag waarom deze - ingrijpende - gebeurtenis niet eerder is aangevoerd.
Evenwel dient ten aanzien van de vraag of het asielrelaas consistent is, rekening te worden gehouden met de geestelijke gesteldheid van de betrokkene in het licht van het traumatabeleid. Een gedetailleerd asielrelaas omtrent de gebeurtenissen die traumatiserend zijn geweest, kan, hoewel het asielrelaas niet volledig consistent is, wel geloofwaardig zijn in het licht van het algehele asielrelaas en hetgeen over het algemeen bekend is over de situatie in het land van herkomst. De contactambtenaar dient derhalve alert te zijn te zijn op de oorzaken van het niet consistent zijn van de verklaringen van de betrokken asielzoeker. Bij twijfel als gevolg van het ontbreken van een consistent relaas of indien de betrokkene een verwarde indruk maakt, zal de Medische opvang asielzoekers (MOA) of de GGD worden ingeschakeld. Deze inschakeling betreft niet de vraag of de betrokkene getraumatiseerd is en deswege leidt aan PTTS, maar betreft de vraag of de betrokkene gehoord kan worden of doorverwezen moet worden.
e. De handelingen moeten zijn verricht van overheidswege, door politieke of militante groeperingen die de feitelijke macht uitoefenen in het land van herkomst of een deel daarvan, of door groeperingen waartegen de overheid niet in staat of niet willens is bescherming te bieden.
Als de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden door toedoen van de centrale overheid is in het kader van het traumatabeleid geen plaats voor tegenwerpen van een binnenlands vestigings- of verblijfsalternatief.
Dit is anders als de omvang van het land groot is, de feitelijke (regionale) machthebbers of politieke of militante groeperingen in andere delen van het land geen macht uitoefenen, en de centrale overheid bescherming kan en wil bieden.
In het geval er een machtswisseling heeft plaatsgevonden in het land van herkomst kan zulks aanleiding zijn om aan te nemen dat de vreemdeling terug kan keren naar het land van herkomst en kan de vergunning tot verblijf worden geweigerd. Is de vergunning tot verblijf zonder beperkingen eenmaal verleend, dan vormt een machtswisseling in het land van herkomst geen grond voor intrekking van de vergunning.
a. Als de asielaanvraag in een ander land moet worden behandeld (in het kader van Dublin, veilige derde landen als bedoeld in art. 15, vierde lid Vw of op grond van art. 15c lid 1 sub c Vw) dan wordt in Nederland geen vergunning tot verblijf verleend.
b. Inbreuken op de openbare orde leiden conform het gestelde in Vc 1994 A4/4.3 tot een weigering van de vergunning tot verblijf.
De overige tekst van B7 blijft ongewijzigd.
Dit beleid geldt voor alle asielaanvragen die op het moment van publicatie nog in behandeling zijn bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) in eerste aanleg of in bezwaar. Dit TBV zal worden betrokken bij de ambtshalve beoordeling van de f-aanvraag voor wat betreft de klemmende redenen van humanitaire aard.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2001-25-p10-SC27753.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.