Verlening winningsvergunning

Elf Petroland B.V. c.s. (blok K3)

De Minister van Economische Zaken;

Gelezen de aanvraag van Elf Petroland B.V., te 's-Gravenhage, Coparex Netherlands B.V., gevestigd te 's-Gravenhage en Total Oil and Gas Nederland B.V., gevestigd te 's-Gravenhage, van 31 oktober 2000 om een winningsvergunning ingevolge artikel 2, eerste lid, van de Mijnwet continentaal plat voor aardolie en aardgas, alsmede andere daarmee tezamen in dezelfde afzetting voorkomende delfstoffen waarvan de samenhang met vorenbedoelde koolwaterstoffen hun gelijktijdige winning onvermijdelijk maakt, voor een deel van blok K3, welk blok is aangegeven op de als bijlage I bij de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 (Stcrt. 93) gevoegde kaart, zoals deze is gewijzigd bij besluit van 17 oktober 1998, nr. 98048197 WJA/W (Stcrt. 210);

Overwegende, dat aanvrager schriftelijk heeft verzocht, voor het geval bij de verlening van de gevraagde winningsvergunning gebruik wordt gemaakt van de in artikel 11, tweede lid, onder a, van de Mijnwet continentaal plat bedoelde bevoegdheid, toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 4.14, eerste lid, van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996;

Overwegende, dat aanvrager tevens heeft verzocht om wijziging van de gevraagde winningsvergunning zodanig dat artikel 3.30 van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 niet als voorschrift aan de vergunning verbonden zal zijn;

Overwegende, dat ingevolge artikel 16, eerste lid, van de Mijnwet continentaal plat juncto artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht kennis is gegeven van de aanvraag in de Staatscourant van 30 november 2000, nr. 233;

Overwegende, dat ingevolge artikel 16, eerste lid, van de Mijnwet continentaal plat juncto artikel 3:11 van de Algemene wet bestuursrecht de zakelijke inhoud van de aanvraag gedurende vier weken na de datum van publikatie van bovenbedoelde kennisgeving voor belanghebbenden ter inzage heeft gelegen;

Overwegende, dat gedurende vier weken na bedoelde kennisgeving niemand op grond van artikel 3:13, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn/haar zienswijze over de aanvraag naar voren heeft gebracht;

Overwegende, dat aanvrager bij beschikking van de Minister van Economische Zaken van 6 juni 1975, nr. 375/III/728/EM (Stcrt. 112) een winningsvergunning voor aardolie en aardgas is verleend voor de blokken K6 en L7 van het continentaal plat;

Overwegende, dat in blok K6 een economisch winbaar koolwaterstoffenvoorkomen is aangetoond dat zich uitstrekt in het op 31 oktober 2000 aangevraagde deel van blok K3 en dat de onderhavige aanvraag naar aanleiding van deze overloop is ingediend;

Overwegende, dat de technische en de financiële mogelijkheden van de aanvrager alsmede de manier waarop hij voornemens is de winning uit bovenbedoeld koolwaterstoffenvoorkomen te verrichten geen aanleiding geeft tot weigering van de gevraagde vergunning;

Gehoord de Mijnraad (advies van 27 november 2000, kenmerk MIJR/00071211);

Gelet op de beleidsregel van de Minister van Economische Zaken van 29 juni 2000 ter uitvoering van artikel 18, eerste lid, van de Mijnwet continentaal plat, nr. WJZ/00041153 (Stcrt. 124);

Gelet op de artikelen 2, 7, 7a, eerste, derde en vierde lid, 8, 10, tweede en derde lid, 11 en 18 van de Mijnwet continentaal plat, de artikelen 3.1, 3.29, 4.1 en 4.14 van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 en de artikelen 3.1, eerste lid, en 5.1 van de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996,

Besluit:

Artikel I

Artikel 1

1. Aan Elf Petroland B.V., te 's-Gravenhage, Coparex Netherlands B.V., gevestigd te 's-Gravenhage en Total Oil and Gas Nederland B.V., gevestigd te 's-Gravenhage, wordt een winningsvergunning verleend voor koolwaterstoffen, alsmede voor andere daarmee tezamen in dezelfde afzetting voorkomende delfstoffen, waarvan de samenhang met vorengenoemde bitumina hun gelijktijdige winning onvermijdelijk maakt.

2. De vergunning geldt voor dat deel van het op de kaart, die als bijlage I is gevoegd bij de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 zoals gewijzigd bij besluit van 17 oktober 1998, nr. 98048197 WJA/W (Stcrt. 210), aangegeven blok K3 van het continentaal plat, dat wordt begrensd door de breedtecirkels tussen de puntenparen A-B en C-D, door de lengtecirkel tussen de punten A en D en door de grootcirkel tussen de punten B en C.

De coördinaten van deze punten zijn:

A. 53° 51' 00” N.B. 3° 56' 20” O.L.

B. 53° 51' 00” N.B. 3° 59' 39” O.L.

C. 53° 50' 00” N.B. 4° 00' 00” O.L.

D. 53° 50' 00” N.B. 3° 56' 20” O.L.

3. De in het tweede lid genoemde coördinaten zijn geografische coördinaten, berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening.

Artikel 2

De vergunning wordt verleend met de beperkingen en voorschriften die zijn opgenomen in:

a. de artikelen 2.6, 3.2 tot en met 3.28, 3.30 en 3.31, 4.2 tot en met 4.5, 4.7 tot en met 4.9 en 4.14 tot en met 4.17 van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 zoals gewijzigd bij wet van 5 maart 1998 (Stb. 149).

b. de artikelen 4.3, 4.5 tot en met 4.8 en 5.2 tot en met 5.6 van de Regeling vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996.

c. De hiernavolgende artikelen 3 tot en met 6.

Artikel 3

De vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Energie Beheer Nederland B.V., gevestigd te Heerlen, wordt aangewezen als deelnemer in de vennootschap, die wordt opgericht in overeenstemming met het voorschrift dat aan deze vergunning is verbonden en dat vermeld staat in artikel 4.2, eerste lid, onder a, van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996.

Artikel 4

De in artikel 4.2, eerste lid, onder b, van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 bedoelde overeenkomst en de in artikel 4.14, eerste lid, van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 laatstbedoelde overeenkomst, dienen binnen één jaar na het van kracht worden van deze beschikking tot stand te zijn gekomen.

Artikel 5

De vergunning geldt, tenzij zij eerder wordt ingetrokken of vervalt, gedurende 20 jaren, nadat zij van kracht is geworden.

Artikel 6

De vergunninghouder is verplicht de ingevolge de vergunning verschuldigde bedragen te voldoen door storting bij de Rabobank International te Utrecht ten gunste van 's-Rijks schatkist onder vermelding van `betaling bonus winningsvergunning Ministerie van Economische Zaken, nr. E/EP/MA/00071506', onderscheidenlijk `betaling oppervlakterecht winningsvergunning Ministerie van Economische Zaken, nr. E/EP/MA/00071506'.

Artikel II

De bij artikel I verleende vergunning wordt gewijzigd als volgt:

Artikel 2, onder a, komt te luiden:

a. de artikelen 2.6, 3.2 tot en met 3.28, 4.2 tot en met 4.5, 4.7 tot en met 4.9 en 4.14 tot en met 4.17 van het Besluit vergunningen koolwaterstoffen continentaal plat 1996 zoals gewijzigd bij wet van 5 maart 1998 (Stb. 149).

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant. Daarin zal tevens worden bekendgemaakt wanneer zij van kracht is geworden.

's-Gravenhage, 19 januari 2001.
De Minister van Economische Zaken,voor deze:
N. van Hulst, directeur-generaal van Energie.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na de dag van verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20101, 2500 EC 's-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de ondertekeningsdatum.

Naar boven