Wijziging Regeling toelatingseisen (eisen LPG-brandstofsysteem)

15 augustus 2001

Nr. CDJZ/WBI/2001-1025

Centrale Directie Juridische Zaken

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 22, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 alsmede op de artikelen 3.2.13, tweede lid, 3.3.13, tweede lid, 3.4.13, tweede lid en 3. 5.13, tweede lid, van het Voertuigreglement;

Besluit:

Artikel I

De Regeling toelatingseisen wordt gewijzigd als volgt:

A

In artikel 1.1 worden onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma, de onderdelen g, h, i en j toegevoegd die luiden als volgt:

g. elektronische controle-eenheid: eenheid die de LPG-hoeveelheid regelt en die automatisch de spanning op de afsluitkleppen van het LPG-systeem onderbreekt bij breuk van de brandstoftoevoerleiding of bij het uitzetten van de motor;

h. overdrukvoorziening: voorziening die ervoor zorgt dat gasvormig LPG wordt afgeblazen ter voorkoming van het barsten van de tank tengevolge van een brand (Pressure Relief Device, PRD);

i. veerveiligheid: veergestuurde veiligheidsklep die de druk in de tank limiteert door het afblazen van gasvormig LPG (Pressure Relief Valve, PRV);

j. service-aansluiting: aansluiting in de brandstofleiding tussen de LPG-tank en de motor ten behoeve van het aansluiten van een extra LPG-tank indien de brandstof is opgeraakt.

B

Artikel 5.1 komt te luiden:

Artikel 5.1

1. Het brandstofsysteem van personenauto's, bedrijfsauto's, motorfietsen en driewielige motorrijtuigen die zijn voorzien van een motor die wordt gevoed door LPG, moet voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 67-01.

2. Bij wijziging van de motorbrandstof van een personenauto, bedrijfsauto, motorfiets of driewielig motorrijtuig als bedoeld in artikel 6.7, tweede lid, van het Voertuigreglement in LPG, moet het brandstofsysteem, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, ten aanzien van de LPG-onderdelen voldoen aan het gestelde in paragraaf 1.1 en op de in paragraaf 1.2 voorgeschreven wijze zijn aangebracht.

C

Artikel 5.2. komt te luiden:

Artikel 5.2

1. De volgende LPG-onderdelen moeten voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 67-01:

a. de LPG-tank;

b. de 80 %-vulklep voorzien van terugslagklep;

c. de niveau-indicator;

d. de veerveiligheid;

e. de automatische afnameklep voorzien van doorstroombegrenzer;

f. de gasdichte kast;

g. de verdamper/drukregelaar, al dan niet gecombineerd;

h. de automatische afsluitklep;

i. de flexibele slang die wordt toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar;

j. de vulaansluiting;

k. de terugslagklep;

l. de leidingontlastklep;

m. de LPG-brandstofpomp;

n. de gasregeleenheid;

o. het inspuitstuk;

p. de LPG-filtereenheid, met uitzondering van de LPG-filtereenheid die in de LPG-tank wordt gemonteerd;

q. de druk- of temperatuursensor;

r. de overdrukvoorziening;

s. de spanning-doorvoerbus ten behoeve van de voeding van de brandstofpomp of het vloeistofniveau;

t. de elektronische controle-eenheid;

u. de service-aansluiting.

2. De tankappendages, genoemd in het eerste lid, onderdeel b tot en met e en de appendage, genoemd in het eerste lid, onderdeel s, kunnen met elkaar zijn gecombineerd tot een mutiklep.

3. De automatische afsluitklep kan zijn gecombineerd met de verdamper/drukregelaar.

D

Artikel 5.3 komt te luiden:

Artikel 5.3

Indien de LPG-brandstofpomp in de LPG-tank is aangebracht moeten het identificatiemerk van de LPG-brandstofpomp en de aanduiding `PUMP INSIDE' op de identificatieplaat van de LPG-tank zijn ingeslagen.

E

Artikel 5.4 vervalt.

F

Artikel 5.5 wordt gewijzigd als volgt:

1. Het tweede lid komt te luiden:

2. De beoordeling van het bepaalde in de artikelen 5.2, eerste en tweede lid, en 5.3, vindt plaats op de wijze zoals vermeld in ECE-Reglement nr. 67-01.

2. In het derde lid wordt `artikel 5.3' vervangen door: artikel 5.2.

G

Het opschrift van § 1.2 komt te luiden:

§ 1.2 Inbouwvoorschriften LPG-brandstofsysteem

H

Artikel 5.6 komt te luiden:

Artikel 5.6

1. Een LPG-installatie moet tenminste zijn voorzien van de volgende onderdelen:

a. een LPG-tank;

b. een 80%-vulklep voorzien van terugslagklep;

c. een niveau-indicator;

d. een veerveiligheid;

e. een automatische afnameklep voorzien van doorstroombegrenzer;

f. een verdamper/drukregelaar, al dan niet gecombineerd;

g. een automatische afsluitklep;

h. een vulaansluiting;

i. gasleidingen en -slangen;

j. gasvoerende verbindingen tussen de LPG-onderdelen;

k. een inspuitstuk dan wel gasmengstuk;

l. een elektronische controle-eenheid, indien het motorrijtuig na 31 december 2001 in gebruik is genomen, en

m. een overdrukvoorziening.

2. De volgende onderdelen kunnen tevens deel uitmaken van de LPG-installatie:

a. een gasdichte kast die de tankappendages omsluit;

b. een terugslagklep;

c. een leidingontlastklep;

d. een gasregeleenheid;

e. een LPG-filtereenheid;

f. een druk-of temperatuursensor;

g. een LPG-brandstofpomp;

h. een spanningdoorvoerbus voor de LPG-tank;

i. een service aansluiting;

j. een brandstofselektiesysteem en elektrisch systeem;

k. een brandstofverdeelblok (fuel rail).

3. De tankappendages, genoemd in het eerste lid, onderdelen b tot en met e, en de appendage, genoemd in het tweede lid, onder h, mogen met elkaar zijn gecombineerd indien ze als combinatie zijn goedgekeurd.

4. De automatische afsluitklep mag zijn gecombineerd met de verdamper/drukregelaar indien het goedkeuringscertificaat van de verdamper/drukregelaar dit vermeldt.

5. In het gedeelte van de LPG-installatie waar de druk lager is dan 0,2 bar mogen extra onderdelen ten behoeve van het goed functioneren van de motor worden aangebracht.

I

Artikel 5.7 komt te luiden:

Artikel 5.7

Een LPG-onderdeel waarop paragraaf 1.1 van deze afdeling van toepassing is, moet zijn voorzien van een in bijlage 1 opgenomen goedkeuringsmerk.

J

Artikel 5.10 wordt gewijzigd als volgt:

De laatste volzin van het vierde lid komt te luiden: In dit geval moeten het identificatiemerk van de LPG-brandstofpomp en de aanduiding `PUMP INSIDE' op de identificatieplaat van de LPG-tank zijn ingeslagen.

K

Artikel 5.11 wordt gewijzigd als volgt:

Onder vernummering van het tweede tot en met het vierde lid tot eerste tot en met derde lid vervalt het eerste lid.

L

Artikel 5.15, eerste lid, aanhef, komt te luiden:

1. De LPG-installatie moet zijn voorzien van een verklaring met bijbehorende detailtekening door of namens de fabrikant van het motorrijtuig, indien er sprake is van één of meer van de volgende situaties:.

M

Artikel 5.17 komt te luiden:

Artikel 5.17

1. Indien, overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.20, eerste lid, de LPG-tank is voorzien van een gasdichte kast, moet in de LPG-tank op een zodanige wijze een overdrukvoorziening zijn gemonteerd, dat deze kan afblazen in de gasdichte kast.

2. De overdrukvoorziening kan zijn uitgevoerd als:

a. een temperatuurafhankelijke smeltplug,

b. een veerveiligheid,

c. een combinatie van de twee onderdelen, bedoeld onder a. en b., of

d. een andere technische oplossing die een gelijkwaardige technische prestatie levert.

3. De tankappendages en de overdrukvoorziening moeten voor de LPG-tank specifiek zijn gedefinieerd in een bijlage bij het afgegeven ECE-certificaat van de LPG-tank.

N

Aan artikel 5.18 worden twee leden toegevoegd die luiden:

5. De LPG-tank mag niet door corrosie zijn aangetast, met uitzondering van corrosie van het opppervlak.

6. De LPG-tank mag geen deuken vertonen.

O

In artikel 5.19, eerste lid, wordt `250 mm' vervangen door: 200 mm.

P

Artikel 5.20 komt te luiden:

Artikel 5.20

1. De LPG-tank moet zijn voorzien van een gasdichte kast die voldoet aan het bepaalde in artikel 5.2, indien deze in de personenruimte, de gesloten ruimte of de gesloten laadruimte is aangebracht.

2. Indien de LPG-tank op een andere plaats is aangebracht dan genoemd in het eerste lid, moeten de tankappendages zijn beschermd tegen vuil en water.

Q

Het tweede lid van artikel 5.21 komt te luiden:

2. De bevestiging van de LPG-tank moet zodanig zijn uitgevoerd dat de volgende acceleraties kunnen worden opgenomen zonder beschadigingen te veroorzaken wanneer de tank vol is:

a. voor personenauto's en bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van niet meer dan 3500 kg, voor motorfietsen en voor driewielige motorrijtuigen,

- 20 g in de rijrichting, en

- 8 g in de horizontale richting dwars op de rijrichting;

b. voor personenauto's met een toegestane maximum massa van meer 3500 kg doch niet meer dan 5000 kg en voor bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 3500 kg doch niet meer dan 12000 kg,

- 10 g in de rijrichting, en

- 5 g in de horizontale richting dwars op de rijrichting;

c. voor personenauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 5000 kg en voor bedrijfsauto's met een toegestane maximum massa van meer dan 12000 kg,

- 6,6 g in de rijrichting, en

- 5 g in de horizontale richting dwars op de rijrichting.

R

In artikel 5.23 vervalt `het motorrijtuig na 31 december 1995 in gebruik is genomen en'.

S

In artikel 5.25 wordt, onder vernummering van het tweede tot en met het vijfde lid tot derde tot en met zesde lid een lid ingevoegd, luidende:

2. De in artikel 5.17, derde lid, gestelde eis wordt beoordeeld aan de hand van het betreffende ECE-certificaat.

T

Artikel 5.29, eerste lid, komt te luiden:

1. De LPG-tank die door middel van een tankframe en tankbanden aan het motorrijtuig is bevestigd, mag zich nagenoeg niet verplaatsen wanneer de tank wordt onderworpen aan de acceleraties, genoemd in artikel 5.21.

U

Het opschrift van § 1.2.6 komt te luiden:

§ 1.2.6 De 80%-vulklep voorzien van terugslagklep

V

Artikel 5.35 komt te luiden:

5.35

De 80%-vulklep, voorzien van een terugslagklep, moet geschikt zijn voor de LPG-tank waarin deze is aangebracht en in de juiste positie zijn geplaatst.

W

In artikel 5.36 wordt `titel' vervangen door: paragraaf.

X

In artikel 5.37 wordt `500 mm2' telkens vervangen door: 450 mm2.

Y

In artikel 5.38, tweede lid, wordt `25,3 mm' vervangen door: 25 mm.

Z

Artikel 5.39 wordt gewijzigd als volgt:

1. Onder vernummering van het vijfde en zesde lid tot vierde en vijfde lid, vervalt het vierde lid.

2. Het vierde lid komt te luiden:

4. De gasleiding mag zijn vervangen door een flexibele slang indien deze slang voldoet aan het bepaalde in artikel 5.2.

3. Het vijfde lid, eerste volzin, komt te luiden:

De fabricagedatum van de flexibele slangen die worden toegepast in een gedeelte waar de druk hoger is dan 0,2 bar mag niet verder terug zijn gelegen dan 1 jaar.

AA

Artikel 5.40 wordt gewijzigd als volgt:

1. In het tweede lid vervalt `, met uitzondering van kunststof gasleiding,'.

2. Het derde lid komt te luiden:

3. Een flexibele slang moet zodanig zijn bevestigd dat deze niet onderhevig is aan spanningen.

AB

In het eerste lid van artikel 5.41 wordt `koperen of kunststof gasleiding' vervangen door: koperen gasleiding of flexibele slang.

AC

Artikel 5.48 wordt gewijzigd als volgt:

1. Voor de tekst wordt de aanduiding `1' geplaatst.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

2. Indien de LPG-tank in de personenruimte, de gesloten ruimte of de gesloten laadruimte is gemonteerd, moet de vulaansluiting gepositioneerd zijn aan de buitenzijde van het voertuig.

AD

In artikel 5.54, tweede lid, wordt `0,5' vervangen door: 0,2.

AE

Na artikel 5.57 wordt een paragraaf toegevoegd die luidt:

§ 1.2.13 Service-aansluiting

Artikel 5.57a

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 5.13 mag op het brandstofsysteem van een motorrijtuig dat is voorzien van een motor die uitsluitend wordt gevoed door LPG, een service-aansluiting worden aangebracht onder de volgende voorwaarden:

a. de elektronische controle-eenheid van het motorrijtuig mag geen instelling hebben voor het functioneren van de motor in noodsituaties,

b. de service-aansluiting moet adequaat zijn beschermd,

c. de normale werking van het oorspronkelijke LPG-systeem mag niet worden aangetast, en

d. de service-aansluiting moet gecombineerd zijn met een separate gasbestendige terugslagklep waardoor uitsluitend de motor wordt gevoed.

2. In de nabijheid van de service-aansluiting moet een herkenningsteken als bedoeld in bijlage 2 zijn aangebracht.

Artikel 5.57b

De in deze paragraaf gestelde eisen worden getoetst door middel van visuele controle.

AF

Bijlage 1 wordt vervangen door bijlage 1 bij deze regeling.

AG

Bijlage 2 wordt vervangen door bijlage 2 bij deze regeling.

Artikel II

Tot en met de dertigste dag na de inwerkingtreding van deze regeling gelden voor de aanvrager die daarom verzoekt, bij de inbouw van een brandstofsysteem als bedoeld in artikel 6.2, tweede lid, van het Voertuigreglement, de eisen opgenomen in hoofdstuk 5, afdeling 1, van de Regeling toelatingseisen zoals deze gold op 30 juni 2001.

Artikel III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juli 2001.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,T. Netelenbos.

Bijlage 1: behorende bij artikel 5.7 en artikel 5.63 van de Regeling toelatingseisen

Het goedkeuringsmerk ingevolge ECE-Reglement nr.67-01 ziet er als volgt uit:

stcrt-2001-163-p9-SC30627-1.gif

waarbij de volgende codes de daarbij vermelde betekenis hebben:

4: aanduiding van het land dat goedkeuring heeft verleend (`4' is Nederland);

67R: vast gegeven (aanduiding goedkeuring volgens ECE-Reglement nr. 67);

01: goedkeuring volgens de aanpassingen van de versie 01 `01 series of amendments';

2439: nummer en aantal posities kan variëren: dit is het goedkeuringsnummer specifiek voor het merk en type van het onderdeel.

CLASS #: 1, 2, 2A of 3. Dit is een classificatie van LPG-onderdelen.

Bijlage 2: behorende bij artikel 5.57a van de Regeling toelatingseisen

Model herkenningsteken aanwezigheid service aansluiting

stcrt-2001-163-p9-SC30627-2.gif

Het herkenningsteken moet bestaan uit een weersbestendige sticker.

De kleur en afmetingen moeten zijn:

achtergrond: rood

letters: wit, dan wel wit retroreflecterend

hoogte letters: ten minste 5 mm

dikte letters: ten minste 1 mm

afmetingen:

breedte: 70-90 mm

hoogte: 20-30 mm

De tekst `FOR SERVICE PURPOSES ONLY' moet gecentreerd staan in het midden van de sticker.

Toelichting

Algemeen

Afdeling 1 van hoofdstuk 5 van de Regeling toelatingseisen bevat eisen waaraan LPG-onderdelen moeten voldoen en voorschriften voor de inbouw van LPG-installaties. Deze eisen en inbouwvoorschriften zijn gebaseerd op ECE-Reglement nr. 67.

Dit reglement is op 13 november 1999 gewijzigd met de `01 series of amendments` (hierna te noemen ECE-Reglement nr. 67-01).

De wijziging omvat een aanscherping voor wat betreft de eisen voor LPG-onderdelen en een uitbreiding met nieuwe eisen voor installaties, naar de laatste stand van de techniek.

De onderhavige regeling strekt tot implementatie van ECE-Reglement nr. 67-01 in de Regeling toelatingseisen.

Deel 1 van ECE-Reglement nr. 67-01 bevat eenvormige eisen voor LPG-onderdelen die gebruikt worden in het brandstofsysteem van personenauto's, bedrijfsauto's, motorfietsen en driewielige motorrijtuigen die zijn voorzien van een motor die wordt gevoed door LPG.

De aanscherping van deze eisen ten opzichte van ECE-Reglement nr. 67 betreft met name de volgende punten:

- uitbreiding van het aantal verplicht goed te keuren LPG-onderdelen en nieuwe testmethoden die bedoeld zijn voor bijvoorbeeld moderne gasinjectie-systemen.

- een brandtest voor de LPG-tank teneinde ontploffingsgevaar bij een autobrand te voorkomen.

De uitbreiding met nieuwe eisen is opgenomen in deel 2 van ECE-Reglement nr. 67-01. Deze voorschriften zijn nieuw ontwikkeld en speciaal bedoeld voor de voertuigfabrikant.

De ontwerp-regeling is op 25-4-2001 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (2001/181/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van de richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L217).

Tevens heeft melding plaatsgevonden aan het Secretariaat van de Wereld Handelsorganisatie, ter voldoening aan artikel 2, negende lid en artikel 5, zesde lid, van de op 15 april 1994 tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994/235).

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1.1

In artikel 1.1 is aan de begripsbepalingen een drietal begrippen uit het ECE-reglement 67-01 toegevoegd. Aan de begripsomschrijving van onderdeel h, overdrukvoorziening, en van onderdeel i, veerveiligheid, is tussen haakjes toegevoegd `Pressure relief Device, PRD' respectievelijk `Pressure relief Valve, PRV'. De reden voor deze toevoeging is dat de branche die de in de Regeling toelatingseisen opgenomen eisen toepast, uitsluitend werkt met deze toegevoegde begrippen. Om dezelfde reden is in artikel 5.6, tweede lid, aan onderdeel k, een brandstofverdeelblok, toegevoegd `fuel rail'.

Artikel 5.1

In artikel 5.1, eerste lid, is beschreven dat een voertuig dat door een voertuigfabrikant met een LPG-brandstofsysteem wordt geleverd, moet voldoen aan het bepaalde in ECE-Reglement nr. 67-01. Dit houdt in dat het aanbrengen van de gehele LPG-installatie moet zijn geschied overeenkomstig de eisen gesteld in deel 2 en de toegepaste LPG-onderdelen moeten voldoen aan de eisen gesteld in deel 1 van ECE-Reglement nr. 67-01.

Indien een voertuig reeds is toegelaten tot het verkeer op de weg en een LPG-brandstofsysteem wordt ingebouwd, de zogenaamde retrofit, moeten, ingevolge het tweede lid van artikel 5.1, de LPG-onderdelen voldoen aan de eisen gesteld in paragraaf 1.1 van de Regeling toelatingseisen. Het aanbrengen van de gehele LPG-installatie moet voldoen aan de eisen gesteld in paragraaf 1.2.

Paragraaf 1.1 bevat eisen die overeenkomen met de eisen in deel 1 van ECE-Reglement nr. 67-01. In artikel 5.7 is opgenomen dat de onderdelen moeten zijn voorzien van een goedkeuringsmerk volgens ECE-Reglement nr. 67-01.

Paragraaf 1.2 is zodanig gewijzigd dat er geen strijdigheid is met de eisen van deel 2 van ECE-Reglement nr. 67-01.

Artikelen II en III

Bij de bekendmaking EG-richtlijnen en ECE-Reglementen Voertuigreglement (Stcrt. 2000, nr. 243) is bekendgemaakt dat ECE-Reglement 67-01 in Nederland op 1 juli 2001 zal worden toegepast. Ook afzonderlijk, in een periodiek overleg, is aan de branche deze datum van toepassing in Nederland bekendgemaakt. De branche houdt derhalve reeds geruime tijd rekening met inwerkingtreding van de onderhavige eisen op 1 juli 2001. Om deze reden bestaat geen bezwaar tegen het verlenen van terugwerkende kracht aan de onderhavige regeling.

Voor dat deel van de branche dat niet deelneemt aan het overleg is bepaald dat de oude eisen nog gedurende een korte tijd blijven gelden. Op deze wijze is voor hen de mogelijkheid geopend voorraden die voldoen aan ECE-Reglement nr. 67 weg te werken.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

T. Netelenbos.

Naar boven