Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie | Staatscourant 2001, 134 pagina 12 | Overig |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie | Staatscourant 2001, 134 pagina 12 | Overig |
Tussentijds Bericht Vreemdelingencirculaire (TBV 2001/20)
Aan:
- de Korpschefs Politieregio's
- de Staf van de Koninklijke Marechaussee
i.a.a:
- de Procureurs-Generaal
Onderdeel: Directie Beleid
Datum: 12 juli 2001
Ons kenmerk: 5098484/00/IND
Code: TBV 2001/20
Juridische achtergrond: Vreemdelingenwet
Geldig van/tot: 12 juli 2001 tot 12 juli 2002
Onderwerp: Beoordeling van asielaanvragen van personen van Sierraleoonse nationaliteit
Hieronder treft u aan het hoofdstuk betreffende de beoordeling van asielaanvragen van personen van Sierraleoonse nationaliteit. De aanleiding en achtergrond van deze wijziging zijn in de tekst opgenomen.
Onderstaand hoofdstuk van de Vreemdelingencirculaire over het landgebonden asielbeleid vormt een uitwerking van het algemene asielbeleid zoals dat in de Vreemdelingencirculaire is geformuleerd en kan derhalve niet als een uitzondering op het algemeen beleid worden geïnterpreteerd, tenzij zulks expliciet is vermeld.
Voor de beoordeling of een asielzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel wordt in de eerste plaats verwezen naar C1/3, van de Vreemdelingencirculaire. Voorts wordt met nadruk gewezen op de contra-indicaties die zijn geformuleerd in C1/5.13 van de Vreemdelingencirculaire.
De tekst van C8/Sierra Leone komt als volgt te luiden:
Beoordeling van asielaanvragen van personen van Sierraleoonse nationaliteit
Deze versie van dit hoofdstuk is vastgesteld op 12 juli 2001.
Het beleid is geldig vanaf 1 juni 2001.
Op 3 oktober 2000 heeft de Minister van Buitenlandse Zaken een ambtsbericht uitge-bracht over de situatie in Sierra Leone.
Naar aanleiding hiervan heeft de Staatssecretaris besloten tot een beleidswijziging ten aanzien van Sierraleoners.
Sierra Leone kent een relatief veilig gebied, dat zich echter beperkt tot twee steden. In de rest van het land is de veiligheidssituatie ronduit slecht te noemen en de geografische spreiding van het geweld is groot. De Staatssecretaris van Justitie heeft in haar brief van 1 juni 2001 aangegeven dat het daarom niet verantwoord is om in deze specifieke onstabiele situatie een dergelijk gebied als verblijfsalternatief tegen te werpen.
De beleidswijziging houdt in dat terugkeer van Sierraloonse asielzoekers naar Sierra Leone in beginsel van bijzondere hardheid is, op grond waarvan zij in aanmerking komen voor categoriale bescherming.
Dit hoofdstuk bevat de uitvoeringsconsequenties van het door de Staatssecretaris vastgestelde beleid.
4. Groeperingen die verhoogde aandacht vragen
Er zijn geen aanwijzingen dat personen door de Sierraleoonse autoriteiten worden vervolgd vanwege hun etnische afkomst. Het behoren tot een specifieke bevolkingsgroep vormt derhalve geen reden betrokkene in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd.
4.2 Personen die zich geprofileerd hebben als tegenstander van het bewind
Er zijn geen aanwijzingen dat leden van politieke partijen vanwege hun doelstellingen of activiteiten vervolgd worden door de Sierraleoonse autoriteiten.
Dit vormt op zichzelf derhalve geen grond voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd.
In Sierra Leone zijn diverse milities actief, zowel gericht tegen de autoriteiten (bijvoorbeeld RUF) alsook gelieerd aan de autoriteiten (bijvoorbeeld CDF, van wie de Kamajors de belangrijkste zijn, en AFRC). De aan de autoriteiten gelieerde milities treden soms echter ook eigenmachtig op. Soms ook staan de aan de autoriteiten gelieerde milities intern tegenover elkaar of tegenover het Sierraleoonse regeringsleger (bijvoorbeeld de Ochra Hills Boys of West Side Boys, een afsplitsing van AFRC).
Personen, die behoren tot een aan de autoriteiten gelieerde militie komen in beginsel niet aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet, juist omdat zij tot de autoriteiten gerekend kunnen worden.
Blijkens het ambtsbericht is het echter mogelijk, dat leden van aan de autoriteiten gelieerde milities in een bepaalde situatie tegenover de (centrale) autoriteiten komen te staan.
Uit het ambtsbericht komt verder naar voren dat militieleden, die de wapens neerleggen in beginsel niet door de Sierraleoonse autoriteiten worden vervolgd. Vorenstaande geldt voor zowel politieke sympathisanten als de `lagere' strijders (onder wie ook personen kunnen worden geschaard die functies hebben bekleed als drager of kok).
Wel vindt soms mishandeling plaats van personen, die de wapens neerleggen, door met name leden van de aan de autoriteiten gelieerde Civil Defence Forces (CDF) of Kamajors.
Om voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet in aanmerking te komen, dient de betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen, die hij van de zijde van de Sierraleoonse autoriteiten heeft ondervonden vanwege zijn activiteiten voor een militie, te herleiden zijn tot daden van vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag.
Rebellenleiders en personen die persoonlijk wandaden hebben begaan kunnen wel door de Sierraleoonse autoriteiten worden vervolgd. Hierbij dient acht geslagen te worden op de mogelijkheid dat zij zich schuldig hebben gemaakt aan grove schendingen van de mensenrechten.
Indien er aanwijzingen zijn dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is, dient conform C3/10.14 contact te worden opgenomen met de unit 1F van de Regionale Directie Zuid-West (zie paragraaf 4.7).
Voor het nader gehoor kunnen onder andere de volgende aandachtspunten van belang zijn:
- wat is de organisatiestructuur, wie zijn de leiders, tot welk onderdeel van de militie behoorde de betrokkene;
- welke activiteiten heeft de betrokkene voor deze militie verricht;
- hoe zijn de autoriteiten van de activiteiten van de betrokkene op de hoogte geraakt (dan wel de verwachting dat de autoriteiten hiervan op de hoogte zullen geraken);
- is sprake geweest van een (eenmalige) willekeurige dan wel een (terugkerende) op de persoon van de betrokkene gerichte actie van de zijde van de autoriteiten;
- gelet op eventuele uitsluiting op grond van artikel 1F aandacht voor: de functie, de werkzaamheden en gedragingen van de betrokken asielzoeker, en de vraag of de betrokkene zelf mensen heeft gemarteld/gedood, bij het martelen/doden van mensen door anderen aanwezig is geweest, dan wel daar (indirect) verantwoordelijk voor was.
In de grondwet wordt vrijheid van meningsuiting gegarandeerd. In het gehele land wordt persvrijheid min of meer gerespecteerd. In de praktijk houden de autoriteiten zich daar niet altijd aan. Er zijn enkele gevallen bekend van journalisten die voor korte tijd zijn gearresteerd.
Om voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet in aanmerking te komen, dient de betrokkene aannemelijk te maken dat de problemen, die hij van de zijde van de Sierraleoonse autoriteiten heeft ondervonden vanwege zijn werkzaamheden als journalist, te herleiden zijn tot daden van vervolging zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag.
Voor het nader gehoor kunnen onder andere de volgende aandachtspunten van belang zijn:
- wat was de functie van de betrokkene;
- wat voor soort artikelen schreef de betrokkene;
- wie zijn de bazen (directeur, hoofd- en eindredacteur) van de betrokkene bij het medium;
- kan de betrokkene aangeven hoe het technische produktieproces bij het medium in elkaar zit.
Voor de beoordeling van een asielverzoek ingediend door een vrouw wordt verwezen naar C1/3.3.2 en C1/4.2.11.
4.6 Dienstplichtigen en deserteurs
Het normale beleid, zoals weergegeven in C1/4.2.12 is van toepassing.
Sierra Leone kent geen dienstplicht, maar heeft een leger bestaand uit vrijwillig toegetreden beroepssoldaten.
Ten aanzien van Sierra Leone heeft zich niet de situatie voorgedaan dat militaire acties in totaliteit door de internationale gemeenschap zijn veroordeeld als strijdig met de grondbeginselen voor humaan gedrag of met de fundamentele normen die gelden tijdens een gewapend conflict.
Bij gedwongen inlijving in het regeringsleger is veelal sprake van een daad van willekeur, waarbij de aandacht van de autoriteiten niet specifiek op de persoon van de betrokkene gericht is geweest. Tevens zijn er geen aanwijzingen dat het verlaten van het leger na gedwongen inlijving door de Sierraleoonse autoriteiten als een politieke daad wordt gezien. Bovendien zijn de Sierraleoonse autoriteiten veelal niet bij machte om stappen te ondernemen tegen de betrokkene na desertie.
Gelet op vorenstaande komen asielzoekers, die zich erop beroepen op desertie of het regeringsleger te hebben verlaten na een gedwongen inlijving, in beginsel niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vreemdelingenwet.
Uit het ambtsbericht komt naar voren dat militieleden zich nog immer tot de Sierraleoonse autoriteiten kunnen wenden om de wapens neer te leggen. Gedwongen inlijving door RUF of andere milities leidt daarom in beginsel niet tot verlening van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd.
Overigens blijkt uit het ambtsbericht ook, dat leden van diverse partijen doorgaans zonder problemen overlopen van de ene partij naar de andere (zie bijvoorbeeld pagina 28 van het ambtsbericht met betrekking tot overlopen van RUF-leden naar AFRC).
4.7 Schenders van mensenrechten
Zowel leden van het leger, de politie en de veiligheidsdienst als leden van rebellenmilities of aan de autoriteiten gelieerde milities hebben zich in Sierra Leone op grote schaal schuldig gemaakt aan het schenden van de mensenrechten. Om die reden dient men er in het bijzonder op bedacht te zijn of de betrokkene zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan gedragingen als omschreven in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Vorenstaande kan ook van belang zijn bij minderjarigen, aangezien met name RUF veelvuldig gebruik heeft gemaakt van kindsodaten.
Indien de activiteiten van de betrokkene aanleiding geven tot het tegenwerpen van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag, dan komt de betrokkene evenmin in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vreemdelingenwet.
Indien er aanwijzingen zijn dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is, dient conform C3/10.14 contact te worden opgenomen met de unit 1F van de Regionale Directie Zuid-West.
Voor het nader gehoor kunnen onder andere de volgende aandachtspunten van belang zijn:
- welke functie had de betrokkene bij de autoriteiten/militie;
- welke werkzaamheden heeft hij verricht;
- heeft de betrokkene zelf mensen gedood;
- is de betrokkene bij het doden van mensen door anderen aanwezig geweest;
- was de betrokkene (indirect) verantwoordelijk voor het doden van mensen door anderen;
- voor minderjarigen: hoe lang zijn zij bij de militie geweest, waren zij gedwongen toegetreden.
In deze paragraaf wordt ingegaan op meer algemene omstandigheden die van belang (kunnen) zijn bij de beoordeling of de asielzoeker in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel.
5.1 Vlucht- en/of vestigingsalternatief
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/3.3.3 is van toepassing.
Gelet op de specifieke en instabiele situatie in Sierra Leone, bestaat er voor personen, van wie geconcludeerd wordt dat zij in Sierra Leone te vrezen hebben voor vervolging van de zijde van de Sierraleoonse autoriteiten geen vluchtalternatief elders in het land. Evenmin bestaat er een vestigingsalternatief.
Bij personen uit Sierra Leone dient rekening gehouden te worden met de mogelijkheid dat zij traumatische ervaringen hebben ondervonden, met name indien zij voor hun vertrek naar Nederland rechtstreeks afkomstig waren uit gebieden waar RUF de controle heeft of uit gebieden waar onlangs strijd is geleverd tussen het regeringsleger en RUF. Hetzelfde kan ook opgaan voor personen afkomstig uit gebieden onder controle van het CDF.
Indien de betrokkene het bestaan van traumatische ervaringen aannemelijk heeft gemaakt, en in redelijkheid van de betrokkene niet verlangd kan worden dat hij terugkeert naar Sierra Leone, kan hij in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder c, Vreemdelingenwet.
Het algemene beleid, zoals weergegeven in C1/4.4 is hierbij van toepassing.
5.3 Opvangmogelijkheden minderjarigen en bijzonderheden met betrekking tot het beleid inzake alleenstaande minderjarige vreemdelingen
Zie C2/7 en C5/24. Het normale beleid is van toepassing.
De Minister van Buitenlandse Zaken heeft te kennen gegeven dat op dit moment in Sierra Leone geen adequate opvang van minderjarigen van overheidswege of in weeshuizen kan plaatsvinden. Voorts kan door Buitenlandse Zaken alleen onderzoek worden verricht naar opvang in Freetown.
Per brief van 14 juni 2000 heeft de Staatssecretaris van Justitie meegedeeld aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, dat gelet op de onzekere situatie in Sierra Leone, afgewezen asielzoekers om beleidsmatige redenen in aanmerking komen voor uitstel van vertrek.
Per brief van 1 juni 2001 heeft de Staatssecretaris van Justitie meegedeeld aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, dat afgewezen Sierraleoons asielzoekers - behoudens contra-indicaties - in aanmerking komen voor categoriale bescherming.
De periode van14 juni 2000 tot 1 juni 2001 dient in voorkomende gevallen te worden meegerekend als relevant tijdsverloop. Het algemene beleid, zoals weergegeven in C2/9 is verder van toepassing.
Van 1 december 1997 tot 3 januari 2000 kregen asielzoekers uit Sierra Leone categoriale bescherming. Deze periode telt echter niet mee voor de vaststelling van relevant tijdsverloop.
In beginsel kunnen personen uit Sierra Leone vrij het land in en uit reizen.
Gelet op de mogelijkheid dat niet uit Sierra Leone afkomstige personen zich voordoen als Sierraleoonse asielzoeker dienen ter verificatie in het gehoor algemene vragen gesteld te worden over Sierra Leone.
In zaken van asielzoekers uit Sierra Leone is het mogelijk om een taalanalyse aan te vragen ter vaststelling van de identiteit of herkomst van een asielzoeker. Taalanalyse kan op dit moment worden uitgevoerd voor het Engels en het Krio (de officiële voertaal in Sierra Leone) en het Peul. Voor andere talen kan contact worden opgenomen met bureau Taalanalyse.
Met het oog op het uitvoeren van taalanalyses dient in het eerste gehoor en eventueel nader gehoor gevraagd te worden welke talen de betrokkene allemaal spreekt. Het gaat hier zowel om de taal, die de betrokkene dagelijks in en om het huis gebruikt, als ook om andere talen die hij meer of minder machtig is.
Naar Sierra Leone wordt niet verwijderd.
Asielzoekers uit Sierra Leone komen vanaf 1 juni 2001 in aanmerking voor categoriale bescherming. Zij komen derhalve - behoudens contra-indicaties - in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vreemdelingenwet (zie C1/4.5).
Overigens wordt er volledigheidshalve op gewezen, dat indien een Sierraleoonse asielzoeker in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd, op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vreemdelingenwet, er rechtens geen belang meer bestaat om door te procederen.
7.3 Besluit- en vertrekmoratorium
Ten aanzien van asielzoekers uit Sierra Leone is geen besluit genomen in de zin van artikel 43 en/of artikel 45, vierde lid, Vreemdelingenwet
Bovenstaande hoofdstuk zal zo spoedig mogelijk in een aanvulling op de Vreemdelingencirculaire 2000 worden verwerkt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2001-134-p12-SC30116.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.