Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2001, 114 pagina 13 | Overig |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2001, 114 pagina 13 | Overig |
15 juni 2001
SV/VP/01/38239
Directie Sociale Verzekeringen
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
Gelet op de artikelen 12 en 30 van de Algemene Ouderdomswet,
Besluit:
Het in artikel 9, tiende lid, van de Algemene Ouderdomswet onderdeel a, b onderscheidenlijk c genoemde bedrag wordt vervangen door f 1.859,96, f 1.281,96 onderscheidenlijk f 2.306,85.
Het in artikel 29, zesde lid, van de Algemene Ouderdomswet onderdeel a, b, c, onderscheidenlijk d genoemde bedrag wordt vervangen door f 133,99, f 120,59, f 93,79 onderscheidenlijk f 67,00.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2001.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
's-Gravenhage, 15 juni 2001.
De Staatssecretaris van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,J.F. Hoogervorst.
Deze regeling strekt ertoe het ouderdomspensioen en de vakantie-uitkering op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) per 1 juli 2001 aan te passen. Deze aanpassing is noodzakelijk in verband met de onverkorte netto koppeling van de uitkeringen op grond van de AOW aan het wettelijk minimumloon. Het bruto minimumloon wordt met ingang van 1 juli 2001 verhoogd met 2,25%. De fiscale ouderenkorting en de aanvullende ouderenkorting blijven voor de berekening van de loonheffing buiten beschouwing, waardoor de feitelijk betaalde netto pensioenen hoger zullen zijn dan die volgens de koppelingssystematiek worden vastgesteld. In geval sprake is van een AOW-gerechtigde met jongere partner zal bij de loonheffing op het AOW-pensioen met toeslag slechts eenmaal de algemene heffingskorting (voor personen van 65 jaar en ouder) worden verrekend. Dit beïnvloedt dus het feitelijk te ontvangen netto AOW-pensioen. Daar staat tegenover dat de jongere partner zelf het bedrag van de algemene heffingskorting (voor personen jonger dan 65 jaar) ontvangt via een voorlopige teruggaaf van de belastingdienst. Het totale bedrag van de te ontvangen heffingskortingen kan echter niet hoger zijn dan de te betalen loonheffing door beide partners.
2. Vaststelling pensioenbedragen op grond van de AOW
In artikel 9 van de AOW is het beginsel neergelegd, dat:
- het netto ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 70% van het netto minimumloon per maand,
- het netto ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde gelijk is aan 50% van het netto minimumloon per maand en
- het netto ouderdomspensioen voor een ongehuwde pensioengerechtigde, die een kind heeft dat jonger is dan 18 jaar en voor wie hij of zij kinderbijslag ontvangt of zal ontvangen, gelijk is aan 90% van het netto minimumloon per maand.
Voorts heeft de gehuwde pensioengerechtigde van wie de echtgenoot nog geen 65 jaar is, onder bepaalde voorwaarden aanspraak op een toeslag. De hoogte van de toeslag is afhankelijk van het inkomen uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- of beroepsleven van de jongere echtgenoot. Van inkomen uit arbeid wordt een gedeelte niet in mindering gebracht op de toeslag. Deze vrijlating bedraagt 15% van het brutominimumloon plus een derde gedeelte van het meerdere aan bruto inkomen. Deze vrijlating geldt niet voor inkomen in verband met arbeid.
In artikel 9, zesde lid, van de AOW is bepaald, dat de volledige bruto toeslag gelijk is aan het bruto ouderdomspensioen voor een gehuwde pensioengerechtigde.
Ingevolge artikel 12 van de AOW dienen de pensioenbedragen, genoemd in artikel 9, tiende lid, van de AOW telkens te worden herzien, indien en voor zover in de hiervoor genoemde netto koppelingen een verstoring optreedt.
In onderstaand overzicht zijn de nieuwe netto vergelijkingen weergegeven.

Bij bovenstaande vergelijking moeten nog de volgende kanttekeningen worden gemaakt.
Voor de berekening van de loonheffing is ten aanzien van gehuwde pensioengerechtigden van wie ook de echtgenoot 65 jaar of ouder is, uitgegaan van een fictief bedrag. Dit bedrag wordt berekend door de loonheffing vast te stellen over een bedrag van tweemaal het gehuwdenpensioen volgens de tabel voor boven-65-jarigen, rekening houdend met tweemaal de algemene heffingskorting (65+) en zonder rekening te houden met de ouderenkortingen. De helft van de aldus berekende loonheffing wordt in mindering gebracht op het gehuwdenpensioen. Deze inhouding kan in werkelijkheid niet voorkomen.
Voor het vaststellen van de loonheffing op het ouderdomspensioen van een ongehuwde pensioengerechtigde met een kind jonger dan 18 jaar wordt rekening gehouden met de algemene heffingskorting (65+) en de alleenstaande-ouderkorting (65+). Ten aanzien van de overige ongehuwde pensioengerechtigden wordt de loonheffing bepaald met inachtneming van eenmaal de algemene heffingskorting (65+).
De volledige bruto toeslag op het ouderdomspensioen voor een gehuwde met een echtgenoot jonger dan 65 jaar is gelijk aan het bruto ouderdomspensioen voor een gehuwde.
3. Vaststelling vakantie-uitkeringen ingevolge de AOW
Op grond van artikel 29, eerste lid, van de AOW gelden voor de vakantie-uitkering de volgende netto gelijkheden:
- de netto vakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde met een volledige toeslag, is gelijk aan de netto vakantie-uitkering van het minimumloon per maand,
- de netto vakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde met een kind tot 18 jaar, is gelijk aan 90% van de netto vakantie-uitkering van het minimumloon per maand,
- de netto vakantie-uitkering per maand voor een ongehuwde pensioengerechtigde is gelijk aan 70% van de netto vakantie-uitkering van het minimumloon per maand en
- de netto vakantie-uitkering per maand voor een gehuwde pensioengerechtigde zonder toeslag of met een echtgenoot ouder dan 65 jaar, is gelijk aan 50% van de netto vakantie-uitkering van het minimumloon per maand.
In artikel 30 van de AOW is bepaald dat de uitkeringsbedragen, genoemd in artikel 29 van de AOW, telkens worden herzien voorzover in de hiervoor vermelde netto gelijkheden een verstoring optreedt.
In onderstaand overzicht zijn de nieuwe netto vergelijkingen weergegeven.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2001-114-p13-SC29716.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.