Bekendmaking aan de binnenvaart
Minimumbemanning van snelle veerponten
21 april 2000
Nr. SI/20494/2000
Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie;
Overwegende, dat het gewenst is om voor categorieën van schepen als
bedoeld in artikel 14 van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart
de minimumbemanning vast te stellen;
Gelet op artikel 14, tweede en derde lid, van het Besluit vaartijden en
bemanningssterkte binnenvaart,
Maakt bekend:
I. In deze bekendmaking wordt verstaan onder snelle veerpont: een veerpont
als bedoeld in artikel 1, onderdeel n, van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte
binnenvaart die op grond van haar constructie een snelheid ten opzichte van
het water van 30 km per uur of meer kan bereiken.
II. 1. De minimumbemanning van snelle veerponten die niet meer dan 40
km per uur kunnen bereiken bestaat uit de bemanning als aangegeven onder III,
tabel 1.
2. De minimumbemanning van snelle veerponten die meer dan 40 km per uur
kunnen bereiken bestaat uit de bemanning als aangegeven onder III, tabel 2.
III.
Tabel 1: (30 - ≤ 40 km/h)

Tabel 2: (> 40 km/h)

IV. Op snelle veerponten is artikel 13 van het Besluit vaartijden en bemanningssterkte
binnenvaart van overeenkomstige toepassing.
V. Deze bekendmaking treedt in werking met ingang van de tweede dag na
de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze bekendmaking zal met de daarbij behorende toelichting in de Staatscourant
worden geplaatst.
Rotterdam, 21 april 2000.
Het Hoofd van de Scheepvaartinspectie,
H.G.H.
ten Hoopen.
1 Op wateren van de zone 3 en 4 mag de matroos-motordrijver
worden vervangen door een matroos.
2 De lichtmatroos is ten minste 18 jaar oud.
Toelichting
Met deze bekendmaking worden voorschriften gegeven met betrekking tot
de bemanningssterkte voor die schepen, die zich bezighouden met het openbaar
vervoer van reizigers over water met behulp van snelle schepen. In de regel
betreft dit het vervoer met zogenoemde catamaranschepen of met draagvleugelboten,
die in staat zijn tot het behalen van een aanzienlijk hogere kruissnelheid
dan gebruikelijk in de binnenvaart. Het vervoer met deze schepen heeft in
1999 een snelle groei doorgemaakt. Een belangrijke oorzaak daarvoor is geweest
een wijziging van het Besluit personenvervoer van 11 maart 1998 (Staatsblad
1998, 195), waardoor het mogelijk werd om snelvarende schepen die zich bezighielden
met openbaar personenvervoer per schip, en voeren volgens een vaste dienstregeling,
voortaan in aanmerking te laten komen voor subsidiëring.
In de praktijk is er momenteel, gelet op de maximale kruissnelheid, sprake
van twee subcategorieën van schepen; schepen met een maximale snelheid
van circa 35 km per uur, en schepen die maximaal circa 55 km per uur kunnen
varen.
In deze bekendmaking is uitgegaan van het in het Besluit vaartijden en
bemanningssterkte binnenvaart in artikel 1, onderdeel n, gebruikte begrip
veerpont. Dit sluit aan bij artikel 5c, tweede lid, van het Besluit personenvervoer.
Resumerend betekent dat, dat de snelle veerpont in de regeling moet worden
gezien als een schip:
- dat is gebouwd of bestemd voor het bedrijfsmatig vervoer van één
of meer personen buiten de bemanning;
- dat een openbare vervoerdienst onderhoudt volgens een vaste dienstregeling
tussen plaatsen gelegen aan de binnenwateren, bedoeld in artikel 1, onderdeel
d, van de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart,
- dat niet een veerboot is in de zin van artikel 1 onder m van het
Besluit vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart,
- dat een haalbare snelheid ten opzicht van het water heeft van ten
minste 30 km per uur.
Bij de bemanningseisen is uitgangspunt geweest de bemanningstabel 3a voor
passagiersschepen geëxploiteerd voor dagtochten, uit het Besluit vaartijden
en bemanningssterkte binnenvaart.
Daarbij is besloten om de schepen uit tabel 1 de mogelijkheid te bieden
om op wateren van de zone 3 en 4, de in een aantal gevallen voorgeschreven
matroos-motordrijver te vervangen door een matroos. Deze mogelijkheid wordt
echter niet geboden op wateren van zone 2 (o.a. zoute wateren en het IJsselmeer)
waar de maritieme omstandigheden sterk kunnen verschillen en technische hulp
niet zo snel voorhanden is. Tabel 2 is zodanig aangepast dat, rekening houdende
met de voorschriften uit het Arbeidstijdenbesluit vervoer met betrekking tot
de minimum rusttijden, gewaarborgd is dat tijdens de vaart voortdurend twee
als schipper gekwalificeerde bemanningsleden in de stuurhut aanwezig zijn
voor de navigatie van het schip. Deze eis tot dubbele aanwezigheid in de stuurhut
zal deel uitmaken van een komende wijziging van het Binnenvaartpolitiereglement.
Omdat deze schepen varen volgens een vast dienstrooster, zal in principe ook
bij slecht zicht worden gevaren. Om die reden is het voorschrift toegevoegd
dat alle schippers die volgens de tabel deel uitmaken van de minimumbemanning,
in het bezit moeten zijn van een radarpatent.
In de praktijk worden deze schepen in de dagvaart geëxploiteerd.
Door tevens het voorschrift voor dubbele aanwezigheid van gekwalificeerde
schippers toe te passen op de tabellen voor de semi-continuvaart en continuvaart
wordt voorkomen dat bij een eventuele introductie van deze vormen van exploitatie,
op het in de dagvaart bereikte veiligheidsniveau zou worden afgedongen.
Rekening houdende met de beperkte capaciteit van de huidige snelle schepen
is in deze bekendmaking vooralsnog alleen invulling gegeven voor schepen met
een maximum aantal passagiers van 600. Snelle schepen met meer passagiers
aan boord worden op afzienbare termijn niet op de binnenwateren verwacht.