Regeling aanwijzing administratief-technische functies

22 december 2000

Nr. EA2000/U101918

Directie Politie

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

gelet op artikel 10, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie;

Besluit:

Artikel 1

1. Het bevoegd gezag wijst functies van ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie, aan als een functie waaraan opbouw voor het specifiek deel van het AFUP-opbouwreglement is verbonden, indien deze voldoen aan de volgende voorwaarden:

a. de salarisschaal waarin de ambtenaar is ingedeeld is niet hoger dan schaal 11 van bijlage I van het Besluit bezoldiging politie;

b. de aard van de aan de functie verbonden werkzaamheden is vergelijkbaar met die van een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak;

c. er is sprake van een functie waaraan risico's en ongemakken zijn verbonden vergelijkbaar met die aan een functie van een ambtenaar, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en

d. de ambtenaren in de functie werken volgens een dienstrooster dat in overwegende mate overeenkomt met de dienstroosters van ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak.

2. In bijzondere situaties kan het bevoegd gezag ervan afzien de in het eerste lid genoemde functies aan te wijzen.

Artikel 2

Indien het bevoegd gezag een functie aanwijst conform het eerste artikel, wordt dit binnen het regionale politiekorps kenbaar gemaakt.

Artikel 3

Administratief-technische functies die tot en met 31 december 2000 door het bevoegd gezag waren aangewezen als functie waaraan een leeftijdsgrens van 60 jaar is verbonden, worden geacht te zijn aangewezen op grond van deze regeling tenzij de ambtenaar die de functie vervult is ingedeeld in een schaal die hoger is dan schaal 11 van bijlage I van het Besluit bezoldiging politie.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.

Artikel 5

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing administratief-technische functies.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,K.G. de Vries.

Toelichting

Op grond van artikel 10, derde lid, van het Besluit algemene rechtspositie politie stelt de minister de criteria vast op grond waarvan het bevoegd gezag administratief-technische functies aanwijst als een functie waaraan opbouw voor het specifiek deel van de AFUP is verbonden. Ambtenaren die een dergelijke functie vervullen, bouwen dezelfde AFUP-rechten op als executieve politieambtenaren in de salarisschalen tot en met schaal 11 van bijlage I van het Besluit bezoldiging politie.

Voorheen kon het bevoegd gezag administratief-technische functies aanwijzen als functies waaraan een leeftijdsgrens van zestig jaar was verbonden. Nu het functioneel leeftijdsontslag is vervangen door de aanvullende flexibele uittredingsregeling politie (AFUP) kan het bevoegd gezag op grond van inhoudelijk identieke criteria functies aanwijzen waaraan het deelnemerschap voor het specieke deel van de AFUP is verbonden. Omdat op het punt van de aanwijzing van administratief-technische functies geen beleidswijziging is beoogd, zijn functies die door het bevoegd gezag waren aangewezen als functie waaraan op grond van de nu van rechtswege vervallen Regeling functioneel leeftijdsontslag administratief-technische functies (Stcrt. 82, 20 april 1994) de leeftijdsgrens van 60 jaar was verbonden, omgezet in functies waaraan op grond van deze regeling deelnemerschap in het speciek deel van de AFUP is verbonden; tenzij de ambtenaar die de functie vervult is ingedeeld in een schaal die hoger is dan schaal 11 van bijlage I van het Besluit bezoldiging politie.

Door het bevoegd gezag kunnen slechts administratief-technische functies worden aangewezen die voldoen aan alle in het eerste lid van artikel 1 van deze regeling opgesomde criteria. Daarbij kan worden gedacht aan de volgende functies:

- technisch controleurs;

- velddienstassistenten;

- assistenten veiligheidsdienst;

- tweede functionarissen meldkamer;

- arrestantenbewaarders;

- motordrijvers.

Met betrekking tot het onder d. genoemde criterium wordt opgemerkt dat het dienstrooster van de administratief-technische ambtenaar in overwegende mate dient overeen te komen met dienstroosters van executieve ambtenaren in de basis-polititiezorg.

Indien is vastgesteld dat een administratief technische functie voldoet aan alle in het eerste lid van artikel 1 opgesomde criteria dan dient het bevoegd gezag de betreffende functie aan te wijzen. In het tweede lid van artikel 1 is aangegeven dat het bevoegd gezag er in bijzondere situaties van kan afzien een functie aan te wijzen die wel aan de gestelde criteria voldoet. Het bevoegd gezag kan alleen afzien van de hiervoor bedoelde aanwijzing als hier overtuigende redenen voor aan te dragen zijn die verband houden met de concrete situatie.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K.G. de Vries.

Naar boven