Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2000, 229 pagina 18 | Overig |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport | Staatscourant 2000, 229 pagina 18 | Overig |
22 november 2000
CSZ/BO-2098159
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Kaderwet volksgezondheidssubsidies;
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
b. universiteit: de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Vrije Universiteit Amsterdam, de Rijksuniversiteit Groningen, de Katholieke Universiteit Nijmegen, de Universiteit Leiden, de Universiteit Maastricht, de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Utrecht;
c. bevoegd gezag: het college van bestuur van een universiteit;
d. opleiding tot specialist: de opleiding in een academisch ziekenhuis van een arts tot specialist op het gebied van de geneeskunde overeenkomstig een opleidingsbesluit van het Centraal College voor Medisch Specialismen van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (verder te noemen: KNMG);
e. opleiding tot kaakchirurg: de opleiding in een academisch ziekenhuis van een tandarts tot kaakchirurg overeenkomstig het opleidingsbesluit van het Centraal College van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde (verder te noemen: NMT);
f. docenteninspanning: opleidingsactiviteiten van een opleider, als zodanig erkend door de Specialisten Registratie Commissie van de KNMG respectievelijk van de NMT;
g. gerealiseerde opleidingsplaats: een opleidingsplaats voor een arts in opleiding tot specialist respectievelijk een tandarts in opleiding tot kaakchirurg, waarvan het bevoegd gezag heeft verklaard dat die in het kalenderjaar is gerealiseerd.
1. De minister verstrekt jaarlijks op aanvraag van het bevoegd gezag aan een universiteit subsidie in de kosten van de docenteninspanning ten behoeve van de opleiding tot specialist en de opleiding tot kaakchirurg.
2. De subsidie bestaat uit het bedrag dat ontstaat door vermenigvuldiging van het aantal door de universiteit gerealiseerde opleidingsplaatsen met het normbedrag. Het aantal opleidingsplaatsen dat voor subsidie in aanmerking komt, is niet groter dan het gemiddelde aantal opleidingsplaatsen dat de universiteit heeft gerealiseerd in het zevende tot en met het tweede aan het subsidiejaar voorafgaande kalenderjaar.
3. Het normbedrag, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door f 11.778.290,- te delen door het gemiddelde aantal opleidingsplaatsen dat de universiteiten tezamen hebben gerealiseerd in het zevende tot en met het tweede aan het subsidiejaar voorafgaande kalenderjaar.
1. De minister kan bij de verlening van de subsidie bepalen dat het subsidiebedrag wordt bijgesteld, rekening houdend met de ontwikkeling van het prijspeil of de ontwikkeling in de kosten van arbeidsvoorwaarden.
2. De minister kan met het oog op de toepassing van het eerste lid bij de verlening van de subsidie bepalen welk deel van het subsidiebedrag in aanmerking zal worden genomen voor een bijstelling met de ontwikkeling van het prijspeil, onderscheidenlijk van de kosten van de arbeidsvoorwaarden.
3. Indien de subsidie met toepassing van het eerste lid wordt bijgesteld, kan de bevoorschotting overeenkomstig worden gewijzigd.
1. Uiterlijk dertien weken vóór de aanvang van het desbetreffende jaar dient het bevoegd gezag een subsidieaanvraag in.
2. De subsidieaanvraag gaat vergezeld van een opgave van het aantal te realiseren opleidingsplaatsen.
Tenzij in de beschikking anders is bepaald, verstrekt de minister de volgende voorschotten op de verleende subsidie: in januari 15%, februari 7%, maart 7%, april 7%, mei 15%, juni 7%, juli 7%, augustus 7%, september 3%, oktober 11%, en november 14% van het voor het desbetreffende jaar verleende bedrag.
1. Binnen vier maanden na afloop van het jaar waarvoor subsidie is verleend, dient het bevoegd gezag een aanvraag in voor de subsidievaststelling.
2. De aanvraag voor de subsidievaststelling bestaat uit een opgave van het aantal gerealiseerde opleidingsplaatsen. De vorenvermelde bescheiden gaan vergezeld van een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, waaruit blijkt dat de opgave juist is.
1. Een universiteit verstrekt aan de door de minister aangewezen personen op hun verzoek alle bescheiden en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor een juiste vervulling van hun taak. De bescheiden worden op één adres getoond en de inlichtingen, op verzoek, schriftelijk verstrekt.
2. Een universiteit werkt mee aan de door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen ten behoeve van de ontwikkeling van het subsidiebeleid.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst met dien verstande dat artikel 2 voor het eerst wordt toegepast over het jaar 2001.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling opleiding tot specialist of tot kaakchirurg.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Op 1 januari 1988 heeft het toenmalige Ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van het toenmalige Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen de verantwoordelijkheid met betrekking tot de financiering van vervolgopleidingen op het gebied van de geneeskunde en tandheelkunde overgenomen. De daarbij behorende gelden zijn indertijd overgedragen. Wat de specialistische opleidingen betreft, waarop deze subsidieregeling van toepassing is, verstrekt het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) jaarlijks aan de universiteiten een subsidie als vergoeding voor de docenteninspanning, die opleiders, in dienst van de universiteiten, leveren ten behoeve van de medische en tandheelkundige vervolgopleidingen. Deze opleiders zijn erkend door de Medisch Specialisten Registratie Commissie van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Bevordering der Geneeskunst dan wel door de Specialisten Registratie Commissie van de Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde. De te leveren docenteninspanning wordt bepaald door de opleidingseisen, die de desbetreffende opleidingscolleges met goedkeuring van de Minister van VWS voor de verschillende medische en tandheelkundige vervolgopleidingen hebben vastgesteld.
Voor de docenteninspanning wordt per opleidingsplaats een deel van het salaris van de opleider vergoed. De subsidie wordt aan de universiteiten toegekend omdat de opleiders, werkzaam in de academische ziekenhuizen, in het kader van het opleiden van artsen en tandartsen tot specialist werkzaamheden verrichten, die niet tot de functie van de universiteit behoren. Er vindt dus compensatie plaats voor deze extra werkzaamheden.
Tot 2001 was van kracht een tijdelijke subsidieregeling voor de opleiding tot specialist, inclusief kaakchirurg. Overleg met de Vereniging Samenwerkende Nederlandse Universiteiten en met de Vereniging van Academische Ziekenhuizen heeft geresulteerd in de onderhavige subsidieregeling, die voor onbepaalde tijd van kracht is.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2000-229-p18-SC26443.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.