Krachtens de Ontheffingsbeschikking verbodsbepalingen meststoffen (Stcrt.
230, 1977, Stcrt. 250, 1979) en gelet op de artikelen 7 en 8 van het Meststoffenbesluit
1977 (Stb. 459) is door de directeur-generaal Landbouw, Natuurbeheer en Visserij
verleend aan firma Scotts International B.V. te Waardenburg een ontheffing
van de verbodsbepalingen van het Meststoffenbesluit 1977 voor het vervoeren
en verkopen van een bodemverbeterend middel (bevochtigingsmiddel), zijnde
een mengsel van de niet-geïoniseerde oppervlaktespanning verlagende middelen
polyol polyether en ethoxylaat. Aan deze ontheffing worden de volgende voorwaarden
verbonden:
1. Het product moet worden aangeduid met:
Bodemverbeterend middel; bevochtigingsmiddel.
2. Het product moet zijn verkregen door menging van uitsluitend polyol
polyether en niet-geïoniseerd ethoxylaat.
3. Het product moet voldoen aan de volgende eisen:
- ten minste 90% polyol polyether.
Verder moet een IR-spectrum van de waar geheel in overeenstemming zijn
met een door de firma Becker Underwood Inc. op 15 september 1999 aan het Rikilt
aangeboden resultaat van een IR-scan van het product.
4. Er moet een garantie gegeven worden voor het gehalte aan:
- polyol polyether;
- niet-geïoniseerd ethoxylaat.
5. Bij het vervoeren en verkopen moet een afleveringsbon worden verstrekt
met de voorgeschreven aanduidingen, alsmede een gebruiksaanwijzing en doseringsvoorschrift.
De gebruiksaanwijzing en het doseringsvoorschrift dienen te worden opgesteld
overeenkomstig de richtlijnen van de overheid en ter goedkeuring zijn voorgelegd
aan de Commissie van Deskundigen inzake Meststoffenbesluit 1977.
6. Op deze ontheffing zijn voor het overige de bepalingen van het Meststoffenbesluit
1977 en de Meststoffenbeschikking 1977 van toepassing.
7. Deze ontheffing, op grond van het Meststoffenbesluit 1977, laat eventueel
van toepassing zijnde eisen of andere bepalingen, met name uit hoofde van
algemene milieuwetgeving, onverlet.
8. Deze ontheffing treedt in werking op de dag van publicatie in de Nederlandse
Staatscourant.
Een belanghebbende kan binnen zes weken na de dag waarop deze beslissing
is verzonden hiertegen in beroep gaan bij de rechtbank in het arrondissement
waarbinnen de belanghebbende zijn woonplaats heeft. Voor de behandeling van
het beroep is een griffierecht verschuldigd dat voor natuurlijke personen
f 225,- en voor andere dan natuurlijke personen f 450,- bedraagt.