Besluit zak- en kleedgeld voor ter beschikking gestelden en anderszins verpleegden

10 oktober 2000

nr. 5054171/00/DJI

Dienst Justitiële Inrichtingen Sectordirectie TBS/Afdeling Bedrijfsvoering

De Minister van Justitie;

overwegende dat laatstelijk bij Besluit van 5 februari 1999, kenmerk 744365/99/DJI het zak- en kleedgeld voor verpleegden die niet in aanmerking komen voor een AAW/WAO-uitkering en die geen ander inkomen (als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964) genieten, met ingang van 1 januari 1999 is vastgesteld op f 419,01 per maand;

overwegende dat het bedrag dat aan zak- en kleedgeld wordt verstrekt een voorschot is, dat, indien alsnog inkomen met terugwerkende kracht wordt genoten, dient te worden gerestitueerd;

overwegende dat op 1 mei 2000 de Wet sociale zekerheidsrechten gedetineerden in werking is getreden, volgens welke personen die rechtens hun vrijheid is ontnomen van het recht op een uitkering zijn uitgesloten, waaronder begrepen personen aan wie de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging is opgelegd;

overwegende dat het zak- en kleedgeld zoals hierboven vermeld, is gekoppeld aan de hoogte van het bedrag dat een verpleegde die een uitkering ontvangt, overhoudt na aftrek van de verplichte eigen bijdrage krachtens de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;

overwegende dat na de inwerkingtreding van de Wet sociale zekerheidsrechten gedetineerden, genoemde koppeling niet meer mogelijk is, omdat personen aan wie rechtens de vrijheid is ontnomen geen recht meer op een uitkering hebben vanaf de dag dat de vrijheidsontneming één maand heeft geduurd;

gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 21 juli 2000, kenmerk 5038990/TvW/RB;

gelet op artikel 41 van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden, waarin is bepaald dat de ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde die geen inkomen heeft, vanwege de Minister van Justitie een door deze vast te stellen zak- en kleedgeld ontvangt;

Besluit:

het zak- en kleedgeld voor ter beschikking gestelden en anderszins verpleegden, die in een inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden verblijven, met ingang van 1 november 2000 vast te stellen op f 105,- per maand, welk bedrag jaarlijks per 1 januari wordt aangepast aan de verandering van het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie in het voorafgaande jaar.

Den Haag, 10 oktober 2000.
De Minister van Justitie,namens deze,
de waarnemend sectordirecteur TBS,
E. Hooymans.

Toelichting

Bij gelegenheid van de inwerkingtreding van de Wet sociale zekerheidsrechten gedetineerden, is de hoogte van het zak- en kleedgeld van ter beschikking gestelden of anderszins verpleegden bezien.

Het zak- en kleedgeld was gekoppeld aan het bedrag dat een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde die een uitkering genoot, overhield na aftrek van de eigen bijdrage krachtens de AWBZ. Aangezien er in de Wet sociale zekerheidsrechten gedetineerden nadrukkelijk voor is gekozen de uitkeringen van ter beschikking gestelden die worden verpleegd te beëindigen, is er geen grond meer het zak- en kleedgeld van ter beschikking gestelde of anderszins verpleegden aan uitkeringen te koppelen.

Uitgangspunt in de onderhavige regeling is geweest het recht op zak- en kleedgeld zoals verwoord in artikel 41 van het Reglement verpleging ter beschikking gestelden. Op basis daarvan is gekozen voor een zak- en kleedgeld dat voldoende moet worden geacht om in de dagelijkse behoeften van ter beschikking gestelden of anderszins verpleegden te voorzien. Daarbij moet in acht worden genomen, dat het inherent is aan de situatie van een ter beschikking gestelde of anderszins verpleegde dat hij een groot aantal kosten niet kan of zal maken, die personen in de maatschappij wel kunnen of zullen maken. Ter beschikking gestelden of anderszins verpleegden ontvangen vanwege de inrichting waar zij verblijven verzorging, zoals eten en drinken, terwijl vaak ook zaken als sport- en werkkleding worden verstrekt. Voor de vaststelling van de hoogte van het zak- en kleedgeld zijn de bedragen die het Nationaal instituut voor budgetvoorlichting (NIBUD) hanteert als uitgangspunt genomen. Daar waar dit redelijk leek, zijn deze bedragen aangepast in verband met de verzorging die ter beschikking gestelden of anderszins verpleegden vanwege de inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden ontvangen. Aldus is uitgekomen op een bedrag van f 105,- per maand. In het besluit is opgenomen dat dit bedrag is geïndexeerd.

Naar boven