Ontheffing verbod medegebruik militair luchtvaartterrein Twenthe

3 augustus 2000

Nr. B2000041821

Staf van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten/Stafgroep Juridische Zaken

De Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelezen het verzoek van Enschede Airport Twente N.V., in deze optredend als gemachtigde van Transavia Airlines, Postbus 7777, 1118 ZM Schiphol Airport, van 31 juli 2000;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47) en besluit nr. B2000024757 d.d. 2 mei 2000;

Besluiten:

Artikel 1

1. Aan de gezagvoerders van luchtvaartuigen van Transavia, gevestigd te Schiphol, van het type B733/400 en met de registraties PH-BPD PH-BPG wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Twenthe.

2. De in het eerste lid van dit artikel verleende ontheffing geldt voor maximaal 4 vluchten gedurende de periode van 7 augustus 2000 tot en met 28 augustus 2000 en maken onderdeel uit van het totaal aantal vluchten van 104 zoals toegestaan bij besluit nr. B2000024757 d.d. 2 mei 2000.

Artikel 2

Van deze ontheffing mag slechts gebruik worden gemaakt:

a. nadat de vereiste privaatrechtelijke vergunning is verleend en met inachtneming van de daarbij gestelde voorwaarden;

b. nadat de vereiste vergunning tot vervoer is verleend;

c. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich houdt aan de door Joint Aviation Authorities (JAA) gestelde Joint Aviation Requirements OPS (JAR-OPS);

d. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich te allen tijde houdt aan zowel de obstakel- als weerminima, zoals die zijn vermeld in:

(1) JAR-OPS;

(2) Militaire Aeronautical Information Publications (A.I.P.) Nederland;

(3) Burger A.I.P. Nederland;

e. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich te allen tijde houdt aan de door de nationale luchtvaartautoriteit (de verstrekker van het Air Operator Certificate) gestelde minima, indien deze minima strenger zijn dan de minima gesteld in de JAR-OPS of de minima gesteld in het vorige lid genoemde A.I.P.'s.

Artikel 3

Aan deze ontheffing zijn verbonden de Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, zoals vastgesteld in de ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11k, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028.

`s-Gravenhage, 3 augustus 2000.
De Staatssecretaris van Defensie,voor deze:
wnd. Hoofd Stafgroep Juridische Zaken,
Staf Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten,
H. van Duijn, luitenant-kolonel.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,voor deze:
Het Hoofd Unit Infrastructuur van de Nederlandse Luchtvaart Autoriteit van het Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst,
D.C. Esveld.

Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden, op grond van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Defensie, postbus 20701, 2500 ES `s-Gravenhage.

Toelichting

De ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries. Dit beleid is op dit moment volop in beweging. Voorzover dit beleid in het Structuurschema Militaire Terreinen 2 of het Structuurschema Regionale en Kleine Luchthavens of in het kader van de in ontwikkeling zijnde Regeling burgermedegebruik militaire luchtvaartterreinen naar aanleiding van de voorgenomen herziening van de luchtvaartwetgeving, zodanig zal worden gewijzigd dat dit rechtstreeks van invloed is op deze ontheffing, zal door middel van een wijzigingsbesluit tot aanpassing worden overgegaan of wordt een soortgelijke ontheffing niet voor een nieuwe periode afgegeven.

Naar boven