Ontheffing luchtvervoersvergunning
J. Sprengers Den Helder Beheer B.V.
24 juli 2000
Nr. NLA/OV/00.550250
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelezen het verzoek van J. Sprengers Den Helder Beheer B.V. d.d. 29 juni
2000;
Gelet op artikel 16 d van de Luchtvaartwet;
Besluit:
Artikel 1
Aan J. Sprengers Den Helder Beheer B.V. te Den Helder wordt tot 1 maart
2001 ontheffing verleend van de verplichting tot het hebben van een luchtvervoersvergunning
voor het vervoer van goederen en personen ten behoeve van het eigen bedrijf
alsmede haar dochterbedrijven Sprengers Oilfield Services B.V., Texel Wings
B.V., Coil Tubing Technology Inc., Dark Light Inc., Prime Pipe Inspection
Service, NRG Sprengers, Hycotec B.V. met de luchtvaartuigen voorzien van de
kenmerken PH-ECF en PH-CLE.
Artikel 2
De houder van deze ontheffing dient adequaat verzekerd te zijn:
a. tegen de aansprakelijkheid met betrekking tot de vervoerde passagiers
en goederen overeenkomstig hetgeen bij en krachtens verdrag daarover is bepaald;
b. tegen de aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt bij derden op het
aardoppervlak.
Artikel 3
Deze beschikking is gebaseerd op de statuten van J. Sprengers Den Helder
Beheer B.V. zoals deze zijn opgesteld te Heerhugowaard d.d. 23 oktober 1990.
Wijziging van deze gegevens kan intrekking van de ontheffing tot gevolg hebben
en dient dan ook onverwijld aan het DGRLD te worden gemeld.
Artikel 4
De houder van deze ontheffing dient er zorg voor te dragen dat de bestuurder
van het (de) luchtvaartuig(en) die voor het vervoer worden gebruikt, in iedere
geval beschikt over een vliegbewijs CPL (A).
Artikel 5
Deze beschikking zal worden geplaatst in de Staatscourant en treedt in
werking op de datum van dagtekening.
Artikel 6
De beschikking van 2 maart met kenmerk VI/L 00.310210, houdende een verlenging
van de ontheffing van de verplichting tot het hebben van een vervoersvergunning
aan J. Sprengers Den Helder Beheer B.V. is hierbij ingetrokken.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,namens deze,
het
plaatsvervangend hoofd Unit Operaties en Vervoer van het Directoraat-Generaal
Rijksluchtvaartdienst,
R. Weenink.
Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, o.g.v.
het bepaalde in art. 6.4 van de Algemene Wet Bestuursrecht - binnen zes weken
na de datum waarop deze beschikking is verzonden - schriftelijk bezwaar aantekenen.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet tenminste bevatten:
a) de naam en het adres van de indiener;
b) de dagtekening;
c) een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
d) de gronden van bezwaar.
Zo mogelijk dient een kopie van het bestreden besluit te worden bijgevoegd.
Het bezwaarschrift kunt u richten aan:
Ministerie van Verkeer en Waterstaat
Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst
Nederlandse Luchtvaart Autoriteit
Unit Strategie en Bestuur
Postbus 575
2130 AN Hoofddorp.