Ontheffing van verbod Luchtvaartwet i.v.m. medegebruik militair luchtvaartterrein

28 juli 2000

B2000040842

Staf van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten Stafgroep Juridische Zaken

De Staatssecretaris van Defensie en de Minister van Verkeer en Waterstaat;

Gelezen het verzoek van de Noord Nederlandse Parachutistenclub d.d. 11 juni 2000;

Gelet op artikel 34, tweede lid, van de Luchtvaartwet (Stb. 1958, 47),

Besluit:

Artikel 1

1. Aan de gezagvoerders van de luchtvaartuigen:

a. Cessna 206 met de registratie PH-PCE van General Enterprises gevestigd te Eelde,

b. Cessna 207 met de registratie PH-ZZF van de Parachutistenclub Hoogeveen,

wordt ontheffing verleend van de verbodsbepaling van artikel 34, eerste lid, onder a, van de Luchtvaartwet met betrekking tot het medegebruik van het militaire luchtvaartterrein Leeuwarden, voor vluchten ten behoeve van de Parachutistenclub Eelde.

2. De in het eerste lid van dit artikel verleende ontheffing geldt voor maximaal 25 vluchten gedurende de periode van 31 juli 2000 tot en met 3 augustus 2000.

Artikel 2

Van deze ontheffing mag slechts gebruik worden gemaakt:

a. onder voorwaarde dat de vereiste privaatrechtelijke vergunning wordt aangegaan en dat de daarbij gestelde voorwaarden in acht worden genomen;

b. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich houdt aan de door Joint Aviation Authorities (JAA) gestelde Joint Aviation Requirements OPS (JAR-OPS);

c. onder voorwaarde dat de gezagvoerder zich te allen tijde houdt aan zowel de obstakel- als weerminima, zoals die zijn vermeld in:

(1) JAR-OPS;

(2) Militaire Aeronautical Information Publications (A.I.P.) Nederland;

(3) Burger A.I.P. Nederland.

Artikel 3

Aan deze ontheffing zijn verbonden de Algemene en Bijzondere Voorwaarden betreffende het medegebruik van militaire luchtvaartterreinen door derden, zoals vastgesteld in de ministeriële beschikking van 8 mei 1967, nr. 202.620/11k, laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 26 november 1980, nr. CWL 80/028.

`s-Gravenhage, 28 juli 2000.
De Staatssecretaris van Defensie,voor deze:
Het wnd Hoofd Stafgroep Juridische Zaken van de Staf van de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten,
H. van Duijn, luitenant-kolonel.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
voor deze
De Manager Unit Infrastructuur,
D.C. van Esveld.

Tegen dit besluit kunnen belanghebbenden, op grond van de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt, een bezwaarschrift indienen bij de Staatssecretaris van Defensie, postbus 20701, 2500 ES `s-Gravenhage.

Toelichting

De ontheffing past in het huidige beleid van de betrokken ministeries. Dit beleid is op dit moment volop in beweging. Voorzover dit beleid in het Structuurschema Militaire Terreinen 2 of het Structuurschema Regionale en Kleine Luchthavens of in het kader van de in ontwikkeling zijnde Regeling burgermedegebruik militaire luchtvaartterreinen naar aanleiding van de voorgenomen herziening van de luchtvaartwetgeving, zodanig zal worden gewijzigd dat dit rechtstreeks van invloed is op deze ontheffing, zal door middel van een wijzigingsbesluit tot aanpassing worden overgegaan of wordt een soortgelijke ontheffing niet voor een nieuwe periode afgegeven.

Naar boven