Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Financiën | Staatscourant 2000, 142 pagina 9 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Financiën | Staatscourant 2000, 142 pagina 9 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
7 juli 2000
WV2000/394 M
Directoraat-generaal voor Fiscale Zaken Directie Wetgeving Verbruiksbelastingen
De Staatssecretaris van Financiën;
Gelet op de artikelen 11, derde lid, en 14a, negende lid, van de Wet belasting zware motorrijtuigen,
Besluit:
De Uitvoeringsregeling belasting zware motorrijtuigen1 wordt gewijzigd als volgt:
A. Artikel 1 wordt vervangen door:
Artikel 1. Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 11, derde lid, en artikel 14a, negende lid, van de Wet belasting zware motorrijtuigen.
B. In artikel 3 wordt `de in de bijlage' vervangen door: de in bijlage I.
C. Na artikel 3 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 3a. 1. Als station van inlading of station van uitlading als bedoeld in artikel 14a, tweede lid, onderdeel a, van de wet worden aangewezen de stations genoemd in bijlage II.
2. Het verzoek om teruggaaf van belasting, bedoeld in artikel 14a, negende lid, van de wet, bevat de volgende gegevens:
a. de naam en het adres van degene die het verzoek om teruggaaf doet;
b. het kenteken van het motorrijtuig waarop het verzoek betrekking heeft;
c. de datum waarop het vervoer over de weg naar het station van inlading of van het station van uitlading heeft plaatsgevonden;
d. de plaats waar het vervoer naar het station van inlading is aangevangen, dan wel de plaats waar het vervoer van het station van uitlading is geëindigd;
e. de naam en de locatie van het station van inlading of van het station van uitlading;
f. voor zover in het gecombineerd vervoer een traject over zee of over binnenwater is opgenomen: de afstand tussen de in onderdeel d bedoelde plaatsen en de in onderdeel e bedoelde locaties.
3. De verklaring, bedoeld in artikel 14a, zevende lid, van de wet, bevat de volgende gegevens:
a. de naam, de locatie en het registratienummer van het station van inlading of het station van uitlading;
b. de datum waarop de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet of meer op het in onderdeel a bedoelde station werd in- of uitgeladen, alsmede het kenteken van het motorrijtuig waarmee het betreffende vervoer naar of van dat station heeft plaatsgevonden;
c. de plaats waar het vervoer van de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet of meer naar het in onderdeel a bedoelde station van inlading is aangevangen alsmede de plaats waar het vervoer van de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet of meer vanaf het in onderdeel a bedoelde station van uitlading zal eindigen;
d. de plaats waar het vervoer per spoor, over de binnenwateren of over zee zal eindigen ingeval dat vervoer in Nederland is aangevangen, of de plaats waar het vervoer per spoor, over zee of over de binnenwateren is aangevangen ingeval dat vervoer in Nederland wordt beëindigd;
e. of de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet of meer vanaf het station van inlading over zee of over binnenwater zal worden vervoerd, dan wel over zee of over binnenwater naar het station van uitlading is vervoerd;
f. het kenteken, of bij het ontbreken daarvan, het unieke identificatienummer van de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger met of zonder trekker, de wissellaadbak of de container van 20 voet of meer die op het station is in- of uitgeladen.
4. Indien een verzoek om teruggaaf betrekking heeft op belasting die voor tijdvakken van een dag, een week of een maand is betaald, dient dat verzoek te worden gedaan voor de belasting die in een periode van drie maanden of een jaar is betaald. Indien het verzoek betrekking heeft op de belasting die voor een tijdvak van een jaar is betaald, wordt het verzoek na afloop van dat jaar ingediend. Het verzoek wordt gedaan uiterlijk binnen drie maanden na afloop van de periode waarop het verzoek betrekking heeft.
D. De bijlage wordt vervangen door de bij deze ministeriële regeling gevoegde bijlage I.
E. Na bijlage I wordt ingevoegd de bij deze ministeriële regeling gevoegde bijlage II.
Deze regeling treedt in werking met ingang van het tijdstip waarop artikel XI van de Wet van 17 december 1998, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. (belastingplan 1999) (Stb. 725), in werking treedt.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
1 Stcrt. 1995, 232.





Amsterdam Westpoint, Cacaoweg 20, 1047 BM Amsterdam
Barge & Rail Terminal Born, Waalhaven WZ 60, 3089 KR Rotterdam
Bossche Container Terminal, Rietveldenkade 5, 5222 AJ Den Bosch
Trailstar Ede, Dokter Hartogweg 3a, 6717 LR Ede
Rail Terminal Friesland, Marshallweg 1, p.a. Spoordok, 8912 AC Leeuwarden
Rail Service Centrum Groningen, Spoorhavenweg 17, 9645 LZ Veendam
MCS Meppel, Oliemolenweg 16, 7944 HX Meppel
Barge Terminal Moerdijk, Graanweg 19, 4782 PP Moerdijk
Container Terminal Nijmegen, Weurtseweg 460A, 6541 BE Nijmegen
Osse Overslag Centrale, Waalkade 17C, 5347 KR Oss
Ridderhaven Container Terminal, Ridderhaven 7, 2984 BT Ridderkerk
RSC Rotterdam, Albert Plesmanweg 200, 3088 GD Rotterdam
Barge Terminal Tilburg, Geminiweg 51, 5051 BP Tilburg
Combi Terminal Twente, Stationsemplacement 1, 7607 GA Almelo
Container Terminal Utrecht, Isotopenweg 33, 3542 AS Utrecht
ECT Venlo Terminal, Celsiusweg 30, 5928 PR Venlo
Containerterminal Vrede Zaanstad, Sluispolderweg 53b, 1505 HJ Zaandam
Ingevolge artikel 14a van de Wet belasting zware motorrijtuigen (hierna te noemen: wet) kan teruggaaf van de belasting zware motorrijtuigen worden verleend voor zover het vervoermiddel ten aanzien waarvan de belasting is betaald, wordt gebruikt voor gecombineerd vervoer. In dat artikel is aangegeven wat onder gecombineerd vervoer dient te worden verstaan. Ter uitvoering van het bepaalde in artikel 14a van de wet kunnen bij ministeriële regeling (in casu in de Uitvoeringsregeling belasting zware motorrijtuigen; hierna te noemen: de regeling) nadere bepalingen en beperkingen worden gesteld. De onderhavige regeling - die tegelijkertijd met voornoemd artikel 14a van de wet in werking treedt met ingang van 1 augustus 2000 - strekt tot vaststelling van die nadere bepalingen en beperkingen.
Deze regeling strekt er toe de stations aan te wijzen waar een overslag van de voertuigen met recht op teruggaaf kan plaatsvinden. Daarnaast worden in het nieuw ingevoegde artikel 3a, de formaliteiten met betrekking tot het verzoek om teruggaaf en de daarbij te voegen verklaring van de beheerder van de hiervoor bedoelde stations vastgesteld. Tot slot wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om de in de bijlage bij de regeling opgenomen lijst van plaatsen waar aangifte voor de belasting zware motorrijtuigen kan worden gedaan te actualiseren.
Artikel 3a, eerste lid, heeft betrekking op de aanwijzing van de overslagplaatsen die voor de toepassing van artikel 14a van de wet zijn aangewezen als station van inlading of uitlading. Deze stations zijn opgenomen in de nieuwe bijlage II bij de regeling.
In artikel 3a, tweede lid, wordt geregeld welke gegevens in het verzoek om teruggaaf dienen te worden vermeld. Het gaat daarbij om gegevens over de aanvrager van de teruggaaf (de houder van het motorrijtuig), het vervoermiddel, de datum waarop het vervoer naar het station van inlading of van het station van uitlading heeft plaatsgevonden, de plaats waar de goederen zijn geladen of gelost, de naam en de locatie van de terminal (station van in- of uitlading) en de afstand tussen de plaats van lading of lossing en de terminal. Dit laatste gegeven wordt overigens uitsluitend verlangd indien een deel van het traject van gecombineerd vervoer over zee of over binnenwateren wordt afgelegd.
Bij het verzoek dient ingevolge artikel 14a, zevende lid, van de wet een verklaring van de beheerder van het station van in- of uitlading te worden gevoegd. In artikel 3a, derde lid, is aangegeven welke gegevens deze verklaring dient te bevatten. Dit betreft gegevens omtrent de feitelijke overslag die op dat station heeft plaatsgevonden. Om te kunnen beoordelen of terecht aanspraak wordt gemaakt op teruggaaf dient uit de verklaring te blijken dat de desbetreffende vrachtwagen inderdaad voor het gecombineerd vervoer is gebruikt en op welke dag dat het geval is geweest. Tevens dient uit de verklaring te blijken waar het vervoer van de vrachtwagen, de aanhangwagen, de oplegger (met of zonder trekker), de wissellaadbak of de container van 20 voet of meer naar het station is aangevangen en wat de uiteindelijke bestemming van dat overgeslagen object is. Uit de verklaring dient dus te blijken (bij uitgaand verkeer) waar in Nederland het wegvervoer is aangevangen en waar het vervoer per spoor of over water zal eindigen. Bij inkomend verkeer zal uit de verklaring moeten blijken waar het vervoer per spoor of over water is aangevangen en wat na uitlading in Nederland, de bestemming in Nederland zal zijn. Deze plaatsen zijn van belang om te kunnen beoordelen of aan de voorwaarden met betrekking tot de vrijstelling voor gecombineerd vervoer is voldaan, in het bijzonder of is voldaan aan de maximale afstanden die over de weg mogen worden afgelegd, dan wel aan de minimale afstanden die over zee of over binnenwateren moeten worden afgelegd (zie ook artikel 14a, tweede lid, van de wet). In dit kader dient uiteraard ook te worden aangegeven of het vervoer een traject over zee of over binnenwateren omvat. Vanuit een oogpunt van controle is het voorts noodzakelijk dat het object dat feitelijk op de plaats van in- of uitlading is overgeslagen kan worden geïdentificeerd. Op de verklaring dienen dan ook de specifieke identificatiekenmerken van het object te worden aangegeven.
Het verzoek om teruggaaf dient ingevolge artikel 14a, vijfde lid, van de wet tenminste een periode van drie maanden te omvatten. In artikel 3a, vierde lid, van de regeling is deze bepaling nader ingevuld. Voor de gevallen waarin de belasting is betaald voor tijdvakken van een dag, een week of een maand, dient de belasting te worden teruggevraagd over een periode van hetzij drie maanden, hetzij een jaar. Is de belasting betaald voor een tijdvak van een jaar, dan dient het verzoek betrekking te hebben op die periode van een jaar. Tot slot is in dat vierde lid bepaald dat het verzoek om teruggaaf moet worden ingediend binnen drie maanden na afloop van de periode waarop het verzoek betrekking heeft.
De Staatssecretaris van Financiën,
W.J. Bos.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2000-142-p9-SC25005.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.