juni 2000/Nr. NLA/OV/00.550049
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelezen het verzoek van Kuiken Vliegtuigbedrijf B.V. d.d. 25 mei 2000;
Gelet op artikel 16 d van de Luchtvaartwet;
Besluit:
Artikel 1
Aan Kuiken N.V. te Emmeloord wordt tot 1 juli 2001 ontheffing verleend
van de verplichting tot het hebben van een luchtvervoersvergunning voor het
vervoer, middels Kuiken Vliegtuigbedrijf B.V., van goederen en personen ten
behoeve van het eigen bedrijf alsmede haar dochterbedrijven Kuiken Cramat
B.V., Kuiken Hytrans B.V., NMC B.V., Kuiken CE B.V., Scholte B.V., Könicke
GmbH, VCM Belgium N.V./S.A., Hytrans N.V./S.A., VCK N.V./S.A., Sojac S.A.
en MTP Sarl S.A., met een luchtvaartuig voorzien van het kenmerk PH-KED.
Artikel 2
De houder dient adequaat verzekerd te zijn:
a. tegen de aansprakelijkheid met betrekking tot de vervoerde passagiers
en goederen overeenkomstig hetgeen bij en krachtens verdrag daarover is bepaald;
en
b. tegen de aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt aan derden op het
aardoppervlak.
Artikel 3
Deze beschikking is gebaseerd op het uittreksel uit het handelsregister
van Kuiken N.V. van de Kamer van Koophandel en Fabrieken voor Flevoland d.d.
6 april 1993. Wijziging van deze gegevens kan intrekking van de ontheffing
tot gevolg hebben en dient dan ook onverwijld aan het DGRLD te worden gemeld.
Artikel 4
De houder van deze ontheffing dient er zorg voor te dragen dat de bestuurder
van (het/de) luchtvaartuig(en) die voor het vervoer worden gebruikt, in ieder
geval beschikt over een vliegbewijs CPL (A).
Artikel 5
Deze beschikking zal worden geplaatst in de Staatscourant en treedt in
werking op 1 juli 2000.
Binnen 6 weken ingaand op de dag na de datum van bekendmaking van bovenstaande
beschikking (kunt/kunnen) (u/belanghebbenden) daartegen een bezwaarschrift
indienen bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal
Rijksluchtvaartdienst, Nederlandse Luchtvaart Autoriteit, Unit Strategie en
Bestuur, Postbus 575, 2130 AN Hoofddorp.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
d. de gronden van bezwaar.
Zo mogelijk dient een kopie van het bestreden besluit te worden bijgevoegd.