juni 2000/Nr. NLA/OV/00.550071
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
Gelezen het verzoek van Ballonvaarderij de V.O.C.
Gelet op artikel 16b van de Luchtvaartwet.
Besluit:
Artikel 1 Algemeen
Aan Ballonvaarderij de V.O.C. te Enschede wordt vergunning verleend voor
het uitvoeren van ballonvaarten met ballon(nen) voorzien van (de) kenmerk(en)
zoals die in de bijbehorende vergunning tot vluchtuitvoering staan genoemd,
overeenkomstig het bepaalde in de volgende artikelen.
Artikel 2 Ballonnen
De te gebruiken ballonnen dienen ingeschreven te zijn in het Nederlands
luchtvaartuigregister.
Artikel 3 Tijdsduur
1. De vergunning wordt verleend tot 1 april 2001 te rekenen vanaf 23 juni
2000 en kan op schriftelijk verzoek van de houder worden verlengd.
2. De vergunning komt niet voor verlenging in aanmerking indien één
van de in artikel 16b, derde lid, van de Luchtvaartwet genoemde omstandigheden
zich voordoet.
Artikel 4 Tarieven
De Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst kan eisen dat de door
de vergunninghouder vast te stellen tarieven door hem worden goedgekeurd.
Artikel 5 Verzekering
De vergunninghouder is verplicht verzekerd te zijn:
a. tegen de aansprakelijkheid tegenover de vervoerde passagiers ten belope
van de bij de `Wet houdende voorzieningen inzake luchtvervoer' gestelde limieten
en
b. tegen de aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt aan derden op het
aardoppervlak.
Artikel 6 Geldigheid
De geldigheid van deze vergunning is te allen tijde afhankelijk van een
geldige vergunning krachtens artikel 104 van de Regeling Toezicht Luchtvaart.
Artikel 7 Publicatie
Deze beschikking zal worden geplaatst in de Staatscourant en treedt in
werking op 23 juni 2000.
Artikel 8 Bezwaar
Binnen 6 weken ingaand op de dag na de datum van bekendmaking van bovenstaande
beschikking (kunt/kunnen) (u/belanghebbenden) daartegen een bezwaarschrift
indienen bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal
Rijksluchtvaartdienst, Nederlandse Luchtvaart Autoriteit, Unit Strategie en
Bestuur, Postbus 575, 2130 AN Hoofddorp.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
d. de gronden van bezwaar.
Zo mogelijk dient een kopie van het bestreden besluit te worden bijgevoegd.