De Minister van Verkeer en Waterstaat;
Gelezen het verzoek van Klepper Ballooning B.V.;
Gelet op artikel 16b van de Luchtvaartwet,
Besluit:
Artikel 1 Algemeen
Aan Klepper Ballooning B.V. te Hardenberg wordt vergunning verleend voor het uitvoeren van ballonvaarten met ballon(nen) voorzien van (de) kenmerk(en) zoals die in de bijbehorende vergunning tot vluchtuitvoering staan genoemd, overeenkomstig het bepaalde in de volgende artikelen.
Artikel 2 Ballonnen
De te gebruiken ballonnen dienen ingeschreven te zijn in het Nederlands luchtvaartregister.
Artikel 3 Tijdsduur
1. De vergunning wordt verleend tot 1 april 2001 te rekenen vanaf 9 juni 2000 en kan op schriftelijk verzoek van de houder worden verlengd.
2. De vergunning komt niet voor verlenging in aanmerking indien één van de in artikel 16b, derde lid, van de Luchtvaartwet genoemde omstandigheden zich voordoet.
Artikel 4 Tarieven
De Directeur-Generaal van de Rijksluchtvaartdienst kan eisen dat de door de vergunninghouder vast te stellen tarieven door hem worden goedgekeurd.
Artikel 5 Verzekering
De vergunninghouder is verplicht verzekerd te zijn:
a. tegen de aansprakelijkheid tegenover de vervoerde passagiers ten belope van de bij de ‘Wet houdende voorzieningen inzake luchtvervoer’ gestelde limieten en
b. tegen de aansprakelijkheid voor schade, veroorzaakt aan derden op het aardoppervlak.
Artikel 6 Geldigheid
De geldigheid van deze vergunning is te allen tijde afhankelijk van een geldige vergunning krachtens artikel 104 van de Regeling Toezicht Luchtvaart.
Artikel 7 Publicatie
Deze beschikking zal worden geplaatst in de Staatscourant en treedt in werking op 9 juni 2000.
Artikel 8 Bezwaar
Binnen 6 weken ingaand op de dag na de datum van bekendmaking van bovenstaande beschikking kunt/kunnen u/belanghebbenden daartegen een bezwaarschrift indienen bij het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst, Nederlandse Luchtvaart Autoriteit, Unit Strategie en Bestuur, Postbus 575, 2130 AN Hoofddorp.
Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;
d. de gronden van bezwaar.
Zo mogelijk dient een kopie van het bestreden besluit te worden bijgevoegd.