Regeling aanwijzing diploma Ziekenverzorging e.a.
21 december 1999
CSZ/BO-2024910
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
Gelet op artikel 107a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg,
Besluit:
Artikel 1
1. Als getuigschrift als bedoeld in artikel 107a van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg worden aangewezen:
a. diploma Ziekenverzorging, afgegeven krachtens de Wet op de ziekenverzorgers en ziekenverzorgsters;
b. diploma middelbaar beroepsonderwijs, sector Dienstverlening en Gezondheidszorg, Afdeling Verpleging, afgegeven krachtens artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs (m.d.g.o.-vp);
c. diploma middelbaar beroepsonderwijs, sector Dienstverlening en Gezondheidszorg, Afdeling Gezondheidszorg, lange opleiding Verzorging, afgegeven krachtens artikel 29 van de Wet op het voortgezet onderwijs (m.d.g.o.-vz lang);
d. de door de Stichting OVDB Landelijk Orgaan van het Beroepsonderwijs Zorg en Welzijn krachtens de Wet op het leerlingwezen respectievelijk de Wet op het cursorisch beroepsonderwijs afgegeven diploma’s van Gezinsverzorgende, Verzorgende bij instellingen voor gezinsverzorging, Bejaardenverzorgende, Verzorgende in verzorgingshuizen en Kraamverzorgende.
2. Ten aanzien van de in het vorige lid, onder c en d, genoemde diploma’s geldt de aanwijzing slechts onder de voorwaarde dat de bezitter ervan tevens beschikt over het certificaat voor de deelkwalificatie 304 ’verplegende elementen’.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 december 1999.
Artikel 3
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing diploma Ziekenverzorging e.a..
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers.
Toelichting
In het Besluit verzorgende in de individuele gezondheidszorg wordt krachtens artikel 34 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (hierna te noemen Wet BIG) de opleiding tot verzorgende met de deelkwalificatie verplegende elementen (de opleiding verzorgende individuele gezondheidszorg) aangewezen en wordt het gebied van deskundigheid van de verzorgende individuele gezondheidszorg omschreven. Artikel 1 van dit besluit bepaalt dat het recht tot het voeren van de titel verzorgende individuele gezondheidszorg is voorbehouden aan degene die het diploma van de aangewezen opleiding heeft behaald.
Bij het beroep van verzorgende individuele gezondheidszorg gaat het om een nieuw beroep dat materieel echter grote overeenkomst vertoont met de beroepen van ziekenverzorgende, voorheen geregeld in de - inmiddels ingetrokken - Wet op de ziekenverzorgers en ziekenverzorgsters, en van verpleger/verpleegster. Als gevolg van de regeling van het nieuwe beroep verdwijnen de oude beroepen van ziekenverzorgende en verpleger. Met het intrekken per 1 december 1999 van de Wet op de ziekenverzorgers en ziekenverzorgsters zijn de - beschermde - titels van ziekenverzorger en ziekenverzorgster verdwenen. Voorts is de toelating van studenten tot zowel de opleiding ziekenverzorging als de middelbare dienstverlenings- en gezondheidszorgopleiding, Afdeling Verpleging (m.d.g.o.-vp), gestopt. De studenten die reeds in opleiding waren, worden in staat gesteld deze af te ronden.
Thans bestaat er een nieuw opleidingsstelsel voor verpleging en verzorging. De opleiding verzorgende kent twee uitstroomvarianten, de verzorgende individuele gezondheidszorg en de verzorgende.
Artikel 107a van de Wet BIG voorziet in overgangsrecht ten aanzien van die beroepen die niet wettelijk geregeld waren vóór de datum van inwerkingtreding van artikel 34 van de Wet BIG, zoals het beroep van verzorgende individuele gezondheidszorg. De overgangsmaatregel houdt in dat personen wier verworven vakbekwaamheid, gelet op het bezit van een door de minister aangewezen getuigschrift, geacht kan worden gelijkwaardig of nagenoeg gelijkwaardig te zijn aan de vakbekwaamheid welke uit het voltooid hebben van i.c. de opleiding verzorgende individuele gezondheidszorg kan worden afgeleid, gelijkgesteld worden met degenen die die nieuwe opleiding voltooid hebben en derhalve de (opleidings)titel van het nieuwe beroep mogen voeren.
De onderhavige regeling strekt ertoe uitvoering te geven aan deze overgangsmaatregel. Zoals in de nota van toelichting bij bovenbedoeld besluit al gesuggereerd, worden de diploma’s ziekenverzorging en m.d.g.o.-vp aangewezen. Op voordracht van de Stichting OVDB Landelijk Orgaan van het Beroepsonderwijs Gezondheidszorg, Dienstverlening, Welzijn en Sport is hieraan een zestal diploma’s toegevoegd, te weten het diploma middelbaar beroepsonderwijs, Sector Dienstverlening en Gezondheidszorg, Afdeling Gezondheidszorg, lange opleiding Verzorging (m.d.g.o.-vz lang) en de door deze stichting nog onder haar oude naam ’OVDB Landelijk Orgaan van het Beroepsonderwijs Zorg en Welzijn’ afgegeven diploma’s van Gezinsverzorgende, Verzorgende bij instellingen voor gezinsverzorging, Bejaardenverzorgende, Verzorgende in verzorgingshuizen alsmede Kraamverzorgende. Ten aanzien van de aanwijzing van deze laatste zes diploma’s geldt evenwel een nadere voorwaarde: men dient tevens in het bezit te zijn van het certificaat voor de deelkwalificatie 304 ’verplegende elementen’. Het betreft hier de deelkwalificatie die alleen verplicht is voor de hierboven genoemde - bij de opleiding verzorgende behorende - uitstroomvariant verzorgende individuele gezondheidszorg. In het kader van het nieuwe opleidingsstelsel worden bedoelde zes diploma’s niet meer afgegeven.
Wellicht ten overvloede zij opgemerkt dat de bezitters van de aangewezen diploma’s de titel verzorgende individuele gezondheidszorg van rechtswege mogen voeren; zij behoeven de minister dus niet om afgifte van een verklaring van vakbekwaamheid te verzoeken.
Aan deze regeling wordt terugwerkende kracht verleend tot en met 1 december 1999, de datum van inwerkingtreding van het Besluit verzorgende in de individuele gezondheidszorg.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers.