Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 1999, 213 pagina 7 | Besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek | Datum ondertekening |
|---|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 1999, 213 pagina 7 | Besluiten van algemene strekking |
2 november 1999
SV/AVF/99/64979e
Directie Sociale Verzekeringen
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst;
Gelet op de artikelen 81, derde lid en 124, van de Werkloosheidswet, artikel 77, derde lid van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de artikelen 10a, tweede lid, en 11, derde lid, van de Wet financiering volksverzekeringen en artikel 9, derde en vierde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering,
Besluit:
In deze regeling wordt verstaan onder:
a. Awf-premie: het deel van de premie dat ten gunste komt van het Algemeen werkloosheidsfonds;
b. wachtgeldpremie: het deel van de premie dat ten gunste komt van het wachtgeldfonds dat het Landelijk instituut sociale verzekeringen voor de betrokken sector afzonderlijk administreert.
Artikel 2. Vaststelling Awf-premie
De Awf-premie wordt voor het jaar 2000 vastgesteld op 10,00%.
Artikel 3. Werkgevers- en werknemersdeel Awf-premie
Voor het jaar 2000 is van het loon, rekening houdende met artikel 5, 6,25% aan Awf-premie verschuldigd door de werknemer en 3,75% aan Awf-premie verschuldigd door de werkgever.
Artikel 4. Franchise op grond van artikel 9, derde lid, Coördinatiewet Sociale Verzekering
Bij de berekening van het loon, waarnaar de wachtgeldpremie wordt geheven, wordt het buiten aanmerking te laten bedrag voor het jaar 2000 vastgesteld op f 0,- per dag.
Artikel 5. Franchise op grond van artikel 9, vierde lid, Coördinatiewet Sociale Verzekering
Bij de berekening van het loon, waarnaar de door de werknemer en de door de werkgever verschuldigde Awf-premie wordt geheven, wordt het buiten aanmerking te laten bedrag voor het jaar 2000 vastgesteld op f 111,- per dag.
Artikel 6. Vaststelling basispremie Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
De basispremie, bedoeld in artikel 77, eerste lid , van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, wordt voor het jaar 2000 vastgesteld op 6,30%.
Artikel 7. Vaststelling premiepercentage Algemene ouderdomsverzekering
De premie, bedoeld in artikel 10a, eerste lid, van de Wet financiering volksverzekeringen wordt voor het jaar 2000 vastgesteld op 17,90%.
Artikel 8. Vaststelling premiepercentage Algemene nabestaandenwet
De premie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Wet financiering volksverzekeringen wordt voor het jaar 2000 vastgesteld op 1,25%.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vaststelling premiepercentages werknemersverzekeringen en volksverzekeringen 2000.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 2 november 1999. De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
Bij besluit van 2 november 1999 is goedkeuring onthouden aan het besluit van het bestuur van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv) van 8 juli 1999, waarbij het premiepercentage voor de premie die ten gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds (Awf) voor het jaar 2000 is vastgesteld op 7,95%.
Het kabinet heeft in het kader van het algehele inkomens- en lastenbeeld besloten de daling van deze premie ten opzichte van het bovenlastendekkende niveau van 1999 gematigd in te zetten. De door het kabinet gewenste omvang van de lastenverlichting zou bij een lastendekkende vaststelling van de Awf-premie in 2000 namelijk niet kunnen worden bewerkstelligd. Ik heb daarom besloten de premie voor het Awf van 10,10% in 1999 te verlagen en voor 2000 vast te stellen op 10,00%. Het te vormen overschot kan in de premiestelling voor de jaren na 2000 in aanmerking worden genomen.
Voorts is besloten het werknemersdeel in de Awf-premie vast te stellen op 6,25% en het werkgeversdeel op 3,75%. Hierdoor worden de gezamenlijke Awf- en Wgf-lasten gelijk verdeeld over werkgevers en werknemers. De Awf-premie en de wachtgeldpremie worden geheven over het premieplichtige inkomen na aftrek van de franchise. De franchise voor het Awf wordt vastgesteld op f 111,- per dag. Voor de wachtgeldverzekering wordt de franchise, evenals vorig jaar, op nul vastgesteld.
Bij het besluit van 2 november 1999 is goedkeuring onthouden aan het besluit van het bestuur van het Lisv van 8 juli 1999, waarbij het premiepercentage voor de basispremie die ten gunste komt van het Arbeidsongeschiktheidsfonds voor het jaar 2000 is vastgesteld op 6,15%.
Het kabinet heeft de laatste macro-economische inzichten conform de Macro Economische Verkenning (MEV) van het Centraal Planbureau verwerkt. Gegeven het thans vigerende beeld van uitkeringslasten en van premiebaten is het kabinet van mening dat met de basispremie van 6,2% (conform de MEV), voldaan wordt aan het uitgangspunt van vermogensinhaal ultimo 2000. Daarnaast heeft het kabinet tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen besloten tot een pakket aanvullende inkomensverbeterende maatregelen voor de sociale minima. Teneinde dit pakket voor werkgevers op macro-niveau lastenneutraal vorm te geven is daarbij besloten tot een verhoging van de WAO-premie voor werkgevers met 0,1%-punt ten opzichte van de MEV. Daarom heb ik besloten de basispremie voor de WAO voor 2000 vast te stellen op 6,30%. Het te vormen overschot kan dan in de premiestelling voor de jaren na 2000 in aanmerking worden genomen.
Het premiepercentage AOW bedraagt ingevolge artikel 10a, eerste lid, van de Wet financiering volksverzekeringen ten hoogste 18,25. Ik heb besloten het premiepercentage AOW voor het jaar 2000 conform de MEV op 17,90 vast te stellen.
Bij deze premiestelling is in de Sociale Nota 2000 een vermogensoverschot voor het Ouderdomsfonds berekend van 31/4 miljard ultimo 2000. De geconstateerde vermogensopbouw bij het Ouderdomsfonds vanaf 1998 is ontstaan door de Wet inkomensmaatregelen 1998. In deze wet is de inkomensondersteuning voor ouderen met een aanvullend pensioen vorm gegeven door een verschuiving aan te brengen binnen het tarief eerste schijf; de AOW-premie is in dit kader verhoogd en het belastingtarief eerste schijf verlaagd. Deze maatregel leidde tot een inkomensverbetering voor ouderen met een aanvullend pensioen.
Het voordeel voor het Ouderdomsfonds kon niet volledig worden teruggesluisd naar de begroting via het terugtrekken van de toen aanwezige rijksbijdrage. De exploitatie van het Ouderdomsfonds vertoont derhalve sinds 1998 een exploitatie- overschot. Bij de premiestelling voor 2000 is deze lijn voortgezet.
Op de korte termijn wordt het vermogensoverschot niet besteed. Overschotten worden in het kader van het geïntegreerd middelenbeheer uitgeleend aan de Minister van Financiën (voor tekorten geldt het omgekeerde). Partieel bezien kan het beroep van het Rijk op de kapitaalmarkt daardoor navenant kleiner zijn. Zodra in de toekomst de gemaximeerde AOW-premie niet geheel voldoende zal zijn om de uitgaven op te vangen komt dit overschot tot besteding in de vorm van uit te betalen AOW-uitkeringen.
Bij besluit van 2 november 1999 is goedkeuring onthouden aan het besluit van het bestuur van de Sociale Verzekeringsbank van 25 juni 1999, waarbij de premie voor de nabestaandenverzekering voor het jaar 2000 is vastgesteld op 1,20%.
De premie voor de nabestaandenverzekering wordt vastgesteld op 1,25%. Bij deze premiestelling is rekening gehouden met de laatste macro-economische inzichten, voortkomend uit de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau. Bij deze meest actuele inzichten omtrent uitkeringslasten en premiebaten is het kabinet van mening dat met een premie van 1,25% wordt voldaan aan het uitgangspunt dat er ultimo 2000 geen vermogenstekort voor het Nabestaandenfonds zal zijn.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1999-213-p7-SC21031.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.