Subsidieplafonds 2000 Subsidieregeling welzijnsbeleid

15 oktober 1999

DSB/IN-788588

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Gelet op de artikelen 2a, eerste lid, 18, onder e, en 19, tweede lid, van de Subsidieregeling welzijnsbeleid,

Besluit:

Artikel 1

Het subsidieplafond voor de verstrekking van de subsidies op grond van artikel 19 van de Subsidieregeling welzijnsbeleid bedraagt voor het jaar 2000 f 21.418.000,-.

Artikel 2

Het normbedrag als bedoeld in artikel 18, onder e, van de Subsidieregeling welzijnsbeleid bedraagt voor het jaar 2000 f 662,29.

Artikel 3

De beleidsprioriteiten, bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de Subsidieregeling welzijnsbeleid voor vorming, training en advies voor het jaar 2000 betreffen de beleidsterreinen en taken van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, zoals deze zijn of worden bekendgemaakt in het Regeerakkoord 1998, in Hoofdstuk XVI van de Rijksbegroting voor 2000, de Welzijnsnota 1999 - 2002 ’Werken aan sociale kwaliteit’, de diverse beleidsnota’s dan wel enig ander officieel schriftelijk stuk inzake beleidsprioriteiten van het hierboven vermelde ministerie.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
M. Vliegenthart.

Toelichting

Artikelen 1 en 2

De verdeling van de in de artikelen 1 en 2 bedoelde bedragen vindt in 2000 plaats met toepassing van de overgangsbepaling in artikel II van de Regeling tot wijziging van de Subsidieregeling welzijnsbeleid van 27 augustus 1998 (Stcrt. 1998, 162). Dit betekent dat in dit kader in 2000 alleen subsidie wordt verleend aan de instellingen die in 1998 terzake een instellingssubsidie hebben ontvangen, alsmede hun rechtsopvolgers en wel naar rato van de subsidieverlening in 1998, uiteraard voorzover voldaan is aan de bepalingen om voor subsidie in aanmerking kunnen te komen.

Artikel 3

Om voor subsidie in aanmerking te komen dienen de programma’s in een activiteitenplan voor vorming, training en advies te passen binnen de beleids-terreinen en taken van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Globaal omschreven hebben deze beleidsterreinen en taken betrekking op het stimuleren van de gezondheid en zelfstandigheid van burgers en hun participatie in de samenleving en het daardoor bijdragen aan de kwaliteit en stabiliteit van die samenleving. Het ministerie bevordert bijzondere aandacht voor hen bij wie zelfredzaamheid tijdelijk of permanent ontbreekt.

Het beleid in deze wordt bekend ge-maakt in beleidsnota’s, zoals de Welzijns-nota 1999 - 2002 ’Werken aan sociale kwaliteit’ dan wel specifieke nota’s per doelgroep of onderwerp dan wel meer op hoofdlijnen in het Regeer-akkoord 1998 en de Rijksbegroting voor bovengenoemd ministerie voor het jaar 2000.

Programma’s voor VTA die passen binnen het in die stukken vermelde beleid kunnen voor subsidie in aanmerking komen, als die programma’s vrijwilligers toerusten in de ondersteuning van anderen ter voorkoming van hun sociale uitsluiting of achterstandspositie, dan wel opheffing van een reeds bestaande achterstandspositie. Daarmee wordt bijgedragen aan de sociale cohesie in de samenleving en de maatschappelijke participatie van mensen in een kwetsbare positie.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

M. Vliegenthart.

Naar boven