Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Kanselarij der Nederlandse OrdenStaatscourant 1999, 192 pagina 9Overig

Richtlijn draagwijze onderscheidingen

28 september 1999

Nr. ALG99/U1094

De Kanselier der Nederlandse Orden,

Overwegende dat het wenselijk is algemene regels te geven inzake het dragen van onderscheidingen;

Gelet op de instemming van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties d.d. 13 september 1999, nr. BK99/80879;

Besluit:

Vast te stellen de navolgende Richtlijn draagwijze onderscheidingen.

In Nederland volgt men het Nederlandse gebruik inzake het dragen van onderscheidingen. In het buitenland volgt men het gebruik van het desbetreffende land. Uitzondering daarop is een officiële Nederlandse gelegenheid in het buitenland alwaar men de Nederlandse draagwijze behoort te volgen.

Bij de uitreiking van de verleende onderscheiding in de Orde van de Nederlandse Leeuw of de Orde van Oranje-Nassau ontvangt men het modelversiersel met in voorkomende gevallen - afhankelijk van de graad - een ster of plaque, alsmede een draagteken. De draagtekens hebben de vorm van een strikje.

Daarnaast bestaan er miniaturen (verkleinde uitvoeringen) van de versierselen. Deze dient men zelf aan te schaffen.

De (koninklijke) onderscheidingen worden als volgt gedragen. Hierbij wordt opgemerkt dat dames - indien zij onderscheidingstekens wensen te dragen - bij voorkomende gelegenheid en daarbij passende kleding de draagwijze voor heren volgen.

a. Op een ambtskostuum (bijvoorbeeld van een ambassadeur) en op uniformkleding

Op een ambtskostuum worden de modelversierselen gedragen. Hierbij geldt dat slechts één sjerp met bijbehorend versiersel en de bijbehorende plaque van een onderscheiding (meestal in de graad van Ridder Grootkruis) wordt gedragen. Voorts wordt ten hoogste één Commandeurskruis om de hals gedragen. Daarnaast worden maximaal drie plaques behorende bij andere onderscheidingen in de graad van Ridder Grootkruis, Grootofficier of Commandeur gedragen. Voorts kunnen andere onderscheidingen in de vorm van modelversierselen op de linkerborst worden gedragen. Indien het meerdere onderscheidingen betreft, worden deze gezamenlijk op een gesp bevestigd.

Geüniformeerde personen dragen op uniform onderscheidingen conform het kledingvoorschrift dat voor hen geldt. Militairen die burgerkleding dragen, volgen de civiele draagwijze voor het desbetreffende kledingtype.

b. Op een rokkostuum

Op een rokkostuum wordt niet meer dan één sjerp met bijbehorend versiersel en bijbehorende plaque van een onderscheiding (meestal in de graad van Ridder Grootkruis) gedragen. De sjerp wordt onder het rokvest gedragen. In aanwezigheid van leden van het Koninklijk Huis of buitenlandse staatshoofden wordt de sjerp boven het vest gedragen.

Daarnaast wordt ten hoogste één Commandeurskruis gedragen, met het lint onder de rokjas. Voorts draagt men maximaal drie plaques behorende bij andere ridderorden. De plaque behorende bij het Grootkruis dat men draagt, behoort te worden bevestigd ter hoogte van de plaats waar de sjerp onder de jas van het rokkostuum doorloopt.

Daarnaast kunnen alle onderscheidingen in de vorm van miniaturen op de linkerborst worden gedragen. Indien men meerdere miniaturen wenst te dragen, is het aan te bevelen deze gezamenlijk op een gesp te laten monteren.

c. Op een smoking

In Nederland werden in het verleden op een smoking in het algemeen geen modelversierselen, miniaturen of draagtekens gedragen. De smoking heeft evenwel het rokkostuum in belangrijk mate vervangen als avondkleding. Dientengevolge is het, voor zover bekend, thans in alle landen gebruikelijk geworden om op een smoking miniaturen te dragen. Daarom wordt thans ook voor Nederland geadviseerd op smoking miniaturen te dragen en in voorkomende gevallen één halskruis (Commandeur of Grootofficier), doch geen sjerpen of plaques.

d. Op een jacquet of op een wandelkostuum

In Nederland worden op een jacquet of op een wandelkostuum geen modelversierselen of miniaturen van ridderorden gedragen. Wel kan in het knoopsgat een draagteken behorende bij een ridderlijke graad worden gedragen. Gedragen wordt óf het draagteken van de hoogste onderscheiding óf het draagteken van de bij de desbetreffende gelegenheid meest passende onderscheiding.

Een draagteken waarin de onderscheidingen van twee of meer landen zijn verenigd, wordt afgeraden. Een combinatie-draagteken van onderscheidingen in de Orde van de Nederlandse Leeuw en de Orde van Oranje-Nassau wordt daarentegen wel passend geacht.

Nimmer worden modelversiersel en draagteken van dezelfde onderscheiding tegelijkertijd gedragen.

e. Op overige kleding

Op andere kleding dan hiervoor genoemd, zoals bijvoorbeeld sportieve kledij, worden - anders dan in voorkomende gevallen op de dag van de uitreiking - geen onderscheidingstekens gedragen. Dat geldt zowel voor modelversierselen, miniaturen als voor draagtekens.

Het onbevoegd dragen van onderscheidingstekens is strafbaar. Dit geldt zowel voor de modelversierselen als voor miniaturen en draagtekens.


’s-Gravenhage, 28 september 1999.
De Kanselier der Nederlandse Orden,
R. Spiekerman van Weezelenburg.