Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Financiën | Staatscourant 1999, 19 pagina 10 | Besluiten van algemene strekking |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Financiën | Staatscourant 1999, 19 pagina 10 | Besluiten van algemene strekking |
Regeling ophoging depositorente van de Europese Centrale Bank voor de toepassing van een aantal fiscale wetten c.a.
27 januari 1999
WDB99/10 M
Directoraat-generaal voor Fiscale Zaken Directie Wetgeving Directe Belastingen
De Staatssecretaris van Financiën,
Gelet op de artikelen 17 en 18 van de Wet overgang belastingheffing in euro’s;
Besluit:
1. In afwijking in zoverre van artikel 17, tweede lid, van de Wet overgang belastingheffing in euro’s wordt voor de toepassing van artikel 30f, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 29 van de Invorderingswet 1990 de depositorente van de Europese Centrale Bank die geldt op de eerste werkdag van de tweede kalendermaand voorafgaande aan een kalenderkwartaal in de periode van 1 april 1999 tot en met 31 december 2001 vermeerderd met 1,25 procentpunt.
2. In afwijking in zoverre van artikel 17, derde en vierde lid, van de Wet overgang belastingheffing in euro’s wordt voor de toepassing van artikel 60, tweede lid, van de Wet op de accijns en artikel 17, zevende lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 de depositorente van de Europese Centrale Bank die geldt in de periode van 1 februari 1999 tot en met 31 december 2001 vermeerderd met 0,75 procentpunt.
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling ophoging depositorente.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Met ingang van 1 april 1999 wordt het percentage van de heffings- en invorderingsrente gerelateerd aan de depositorente van de Europese Centrale Bank (ECB); bij de Wet overgang belastingheffing in euro’s wordt in artikel 30f, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen respectievelijk artikel 29 van de Invorderingswet 1990 het promessedisconto van De Nederlandse Bank (DNB) vervangen door de depositorente van de ECB. Bij dezelfde wet is met ingang van 1 januari 1999 in artikel 60, tweede lid, van de Wet op de accijns respectievelijk artikel 17, zevende lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992 (beide artikelen hebben betrekking op de rente die wordt vergoed in geval van zekerheidstelling in contant geld) de voorschotrente van DNB vervangen door de depositorente van de ECB. Met het oog op een vlekkeloze invoering van de euro is in artikel 17, eerste tot en met vierde lid, van de Wet overgang belastingheffing in euro’s een overgangsregeling opgenomen. Die regeling bepaalt dat de depositorente van de ECB gedurende de overgangsperiode (1999 tot en met 2001) wordt verlaagd of verhoogd met een bij ministeriële regeling vastgesteld aantal procentpunten indien de op 4 januari 1999 geldende depositorente hoger respectievelijk lager is dan het op 31 december 1998 geldende promessedisconto respectievelijk de op 31 december 1998 geldende vaste voorschotrente. Het bij ministeriële regeling vast te stellen aantal procentpunten is gelijk aan het verschil in percentage tussen de op 4 januari 1999 geldende depositorente en het op 31 december 1998 geldende promessedisconto respectievelijk de op 31 december 1998 geldende vaste voorschotrente.
De ECB heeft eind december 1998 bekendgemaakt dat het percentage van de depositorente met ingang van 22 januari 1999 2 is en dat, met het oog op een soepele invoering van de euro, in de periode van 1 januari 1999 tot en met 21 januari 1999 het percentage 0,75 hoger ligt (2,75). Nu de ECB de depositorente niet aanstonds op een meer structureel niveau heeft vastgesteld, bewerkstelligt het hiervoor genoemde overgangsrecht niet hetgeen ermee werd beoogd: een geruisloze overgang op de depositorente van de ECB. Voor de heffings- en invorderingsrente geldt tot 1 april 1999 nog het percentage van het promessedisconto van 2 november jl. (3,25). Bij ongewijzigd overgangsrecht zou het percentage voor het tweede kwartaal van 1999 2,5 zijn - ervan uitgaande dat de depositorente op 1 februari 1999 2% is. De depositorente zou dan met 0,5% worden opgehoogd (het verschil tussen het promessedisconto dat gold op 31 december 1998 (3,25%) en de depositorente die gold op 4 januari 1999 (2,75%). Voor een geruisloze overgang dient de depositorente met 1,25% te worden opgehoogd, het verschil tussen het promessedisconto dat gold op 31 december 1998 (3,25%) en de meer structurele depositorente die geldt vanaf 22 januari 1999 (2%). Voor de rente die wordt vergoed in geval van zekerheidstelling in contant geld in de sfeer van de accijnzen en de belasting van personenauto’s en motorrijwielen geldt voor de maand januari 1999 het percentage van de depositorente van 4 januari 1999 (2,75). Dit percentage is gelijk aan het percentage van de voorschotrente dat gold op 31 december jl. Voor de maand februari 1999 zou bij ongewijzigd overgangsrecht echter gelden de depositorente die geldt op 1 februari 1999 (2%) en voor de op februari 1999 volgende maanden de depositorente die geldt op de eerste dag van elk van die maanden. De depositorente zou voor deze gevallen niet worden opgehoogd omdat de voorschotrente die gold op 31 december 1998 namelijk gelijk is aan de depositorente die gold op 4 januari 1999. Voor een geruisloze overgang dient de depositorente met 0,75% te worden opgehoogd, het verschil tussen de voorschotrente die gold op 31 december 1998 (2,75%) en de meer structurele depositorente die geldt vanaf 22 januari 1999 (2%).
Het alsnog bewerkstelligen van een geruisloze overgang op de depositorente van de ECB is via wetswijziging redelijkerwijs niet te realiseren. Wijziging van het overgangsrecht zou namelijk alleen een geruisloze overgang bewerkstelligen indien de desbetreffende wijzigingswet al in februari 1999 in het Staatsblad zou staan; het rentepercentage van de invorderingsrente dat geldt voor het tweede kwartaal van 1999 wordt namelijk door de belastingdienst al met ingang van 1 maart 1999 gehanteerd voor de betalingskorting met betrekking tot de voorlopige aanslagen die worden opgelegd in de periode van 1 maart 1999 tot en met 31 mei 1999. Een geruisloze overgang op de depositorente kan wel tot stand worden gebracht bij ministeriële regeling op grond van artikel 18, eerste lid, van de Wet overgang belastingheffing in euro’s. Dat artikel maakt het mogelijk, ter bevordering van een goede uitvoering van de Wet overgang belastingheffing in euro’s, bij ministeriële regeling nadere, zo nodig van die wet afwijkende, regels te stellen. De delegatiebepaling is bedoeld om op adequate wijze alert te kunnen inspelen op onvoorziene omstandigheden die opkomen bij de uitvoering. De ECB heeft pas nadat die wet in het Staatsblad stond, bekendgemaakt dat voor de depositorente in de eerste drie weken van 1999 een overgangsregeling geldt met het oog op een soepele invoering van de euro. Die onvoorziene omstandigheid heeft als ongewenst gevolg, zoals hiervoor beschreven, dat een geruisloze overgang op de depositorente voor de toepassing van een aantal renten in de fiscale wetgeving c.a. niet wordt bereikt. Dit gevolg kan bovendien niet tijdig meer worden ongedaan gemaakt via wetswijziging.
Deze regeling geeft uitvoering aan artikel 17, eerste en derde lid, van de Wet overgang belastingheffing in euro’s. In de eerste plaats is bepaald dat, in afwijking in zoverre van artikel 17, tweede lid, van de Wet overgang belastingheffing in euro’s, de depositorente van de ECB voor de toepassing van de regeling van de heffings- en invorderingsrente in de periode van 1 april 1999 tot en met 31 december 2001 wordt vermeerderd met 1,25 procentpunt (artikel 1, eerste lid). In de tweede plaats wordt, in afwijking in zoverre van artikel 17, derde en vierde lid, van de Wet overgang belastingheffing in euro’s, de depositorente van de ECB voor de toepassing van de regeling voor de vergoeding van rente in geval van zekerheidstelling in contant geld in de sfeer van de accijnzen en de belasting van personenauto’s en motorrijwielen, in de periode van 1 februari 1999 tot en met 31 december 2001 vermeerderd met 0,75 procentpunt (artikel 1, tweede lid).
Bevorderd zal worden dat uiterlijk binnen drie maanden na het tijdstip waarop deze regeling in werking treedt - met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst (artikel 2) - een voorstel van wet tot goedkeuring van deze regeling aan de Tweede Kamer wordt gezonden (artikel 18, tweede lid, van de Wet overgang belastingheffing in euro’s).
De Staatssecretaris van Financiën,
W.A. Vermeend.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-1999-19-p10-SC17412.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.