Subsidieregeling Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid SWOV 1999

«Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat»

16 juli 1999

DGP/VV/U-99.02688a

Directoraat-generaal Personenvervoer

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 3 en 4 van de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat;

Besluit:

Artikel 1. Algemeen

1. Jaarlijks kan de Minister van Verkeer en Waterstaat (hierna: de minister) een subsidie verlenen aan de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV) als tegemoetkoming in de kosten van het door de SWOV uitvoeren van haar jaarlijkse onderzoeks- en kennisverspreidingsprogramma. Deze tegemoetkoming betreft de personele en aanverwante kosten alsmede op huisvestings-, bureau- en automatiseringskosten.

2. Subsidieverlening geschiedt telkens onder voorwaarde van goedkeuring door de Staten-Generaal van de in de begroting van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat opgenomen subsidie voor het desbetreffende jaar.

3. Het van jaar tot jaar geldende subsidieplafond is vermeld in de subsidiebijlage van de begroting van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat voor het betreffende jaar.

4. De bedoelde begroting voor de subsidie over meerdere jaren uitgetrokken bedragen brengt de minister jaarlijks aan de SWOV ter kennis ten behoeve van het opstellen van de aanvraag tot subsidieverlening. De SWOV kan aan deze kennisgeving geen recht op subsidie ontlenen.

Artikel 2. De aanvraag voor verlening van de subsidie

Jaarlijks, uiterlijk 1 augustus voorafgaand aan het jaar waarop deze betrekking heeft, wordt bij de Directie Kennis van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat een aanvraag voor verlening van de subsidie voor het betreffende jaar ingediend. Bij de aanvraag wordt overgelegd:

1. een gedagtekend en door het bestuur van de SWOV ondertekend schrijven met aanduiding van het bedrag zonder BTW waarvoor subsidieverlening wordt gevraagd;

2. een opgave van te behandelen thema’s, van het daarvan afgeleide meerjarige onderzoeks- en kennisverspreidingsprogramma alsmede van het daarop gebaseerde onderzoeks- en kennisverspreidingsprogramma voor het betreffende jaar, een en ander onder bijvoeging van het verslag van de vergadering van de Programmaraad waarin het onderzoeks- en kennisverspreidingsprogramma voor het betreffende jaar geaccordeerd is;

3. een raming van zowel de kosten als eventuele opbrengsten van de onder 2 bedoelde jaarprogramma’s onderscheiden naar de in Artikel 1, lid 1 genoemde kostensoorten respectievelijk de onderscheiden taken in de positie en missie van de SWOV.

Artikel 3. De beslissing op de aanvraag voor verlening van de subsidie

1. De minister beslist uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

2. De minister kan de aanvraag afwijzen indien deze:

a. niet tijdig is ingediend;

b. niet voldoet aan hetgeen daaromtrent in artikel 2 is bepaald.

3. De beschikking tot subsidieverlening bevat:

a. het bedrag van de subsidie, ten hoogste belopend het bedrag waarvoor subsidie wordt gevraagd;

b. de aanduiding van de in artikel 2 onder 2e bedoelde jaarprogramma’s waarvoor de subsidie wordt verleend.

Artikel 4. Betaling verleende subsidie

1. Het verleende subsidiebedrag voor het betreffende jaar wordt op verzoek van de SWOV betaald in drie termijnen: per 15 februari 35%, per 15 april 50% en per 1 september 15%.

2. Het verzoek van de SWOV als bedoeld in het eerste lid geschiedt uiterlijk 6 weken voor de desbetreffende datum middels inzending van een factuur. De factuur van de SWOV vermeldt onder meer het betreffende termijnbedrag evenals nummer en datum van de betreffende beschikking tot subsidieverlening.

3. De betaling van het desbetreffende termijnbedrag vindt plaats op de eerste werkdag na de desbetreffende in lid 1 genoemde datum of zoveel later als het verzoek van de SWOV na de aanvang van genoemde 6 wekentermijn is ingediend.

4. Niet in goede orde ontvangen facturen worden niet in behandeling genomen. Het betreffende bedrag wordt uiterlijk 6 weken na ontvangst van de in orde bevonden, gecorrigeerde factuur betaald.

5. Facturen worden ingediend in tweevoud bij het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat, p.a. De Adviesdienst Verkeer en Vervoer, t.a.v. de Stafafdeling Controller, afdeling Financiële Administratie, Postbus 1031, 3000 BA Rotterdam.

Artikel 5. De aanvraag voor vaststelling van de subsidie

Jaarlijks, uiterlijk 1 juli volgend op het jaar waarop deze betrekking wordt bij de Directie Kennis van het Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat een aanvraag voor vaststelling van de subsidie voor betreffende jaar ingediend. Bij de aanvraag wordt overgelegd:

1. een gedagtekend en door het bestuur van de SWOV ondertekend schrijven met aanduiding van het bedrag waarvoor subsidievaststelling wordt gevraagd;

2. een opgave van de daadwerkelijke realisatie van de jaarprogramma’s met de daarvoor gemaakte kosten bedoeld In Artikel 1, lid 1, afgezet tegen de voorgenomen realisatie en geraamde kosten vermeld in de op voet van artikel 2 onder 2 en 3 verstrekte opgave, onder bijvoeging van het verslag van de vergadering van de Programmaraad waarin de daadwerkelijke realisatie van de programma’s beoordeeld is;

3. de vastgestelde jaarrekening en het jaarverslag van de SWOV over het betreffende jaar, opgemaakt , voorzover van toepassing zijnde op stichtingen, conform de voorschriften uit Boek 2, Titel 9 van het Burgerlijk Wetboek en waarin duidelijk de als zodanig geïdentificeerde opgave van kosten als bedoeld onder 2 is opgenomen;

4. de op grond van onder 3e bedoelde voorschriften bij de jaarrekening af te geven accountantsverklaring dient mede uitdrukkelijk aan te geven in hoeverre de door de SWOV ontvangen subsidie is aangewend in overeenstemming met artikel 1, lid 1 en de SWOV ook overigens aan het bepaalde in deze regeling heeft voldaan.

Artikel 6. De beslissing op de aanvraag voor vaststelling van subsidie

1. De minister beslist uiterlijk 1 september bij beschikking op de aanvraag.

2. De beschikking tot subsidievaststelling vermeldt:

a. datum en nummer van de beschikking tot verlening van de subsidie;

b. een aanduiding van de jaarprogramma’s waarvoor de subsidie vastgesteld wordt;

c. het bedrag waarop de subsidie wordt vastgesteld ten hoogste belopend het bedrag waarvoor subsidie verleend is;

d. indien en voorzover de subsidie op voet van het bepaalde in Artikel 4:46 jo. 4:47 van de Algemene wet bestuursrecht op een lager bedrag wordt vastgesteld dan het bedrag waarvoor de subsidie verleend is, de reden(en) daarvoor;

e. ingeval het subsidiebedrag is vastgesteld op voet van d.: de verplichting tot terugbetaling van het verschil binnen vier weken na datum beschikking;

3. De minister stelt de subsidie ambtshalve vast indien de aanvraag tot vaststelling niet tijdig is ingediend, de beschikking tot subsidieverlening of -vaststelling wordt ingetrokken of ten nadele van de SWOV wordt gewijzigd.

Artikel 7. Verplichtingen

1. De SWOV doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de subsidie en de rechtmatige en doelmatige aanwending daarvan.

2. De SWOV verleent medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, verricht namens of in opdracht van de Minister of door de Algemene Rekenkamer. De SWOV zal hiertoe desgevraagd alle inlichtingen verschaffen en boeken en bescheiden overleggen en/of daarin inzage geven.

3. De SWOV zal de subsidie niet aanwenden ter gehele of gedeeltelijke financiering op welke wijze dan ook van activiteiten die andere instellingen of bedrijven op commerciële basis ontplooien of zouden kunnen ontplooien.

4. De SWOV presenteert uiterlijk 1 januari 2002 aan de minister de uitkomsten van een evaluatie-onderzoek naar de mate waarin het onderzoeks- en kennisverspreidingsprogramma is gerealiseerd en de subsidie daarbij functioneel is geweest. Uitgangspunten en aanpak van dit onderzoek zijn onderwerp van nader overleg tussen de SWOV en de minister.

Artikel 8. Overgangsbepalingen

1. Het ministerieel besluit van 20 april 1988, nr. 88/40.582, houdende vaststelling van ’subsidievoorwaarden voor de SWOV’, wordt ingetrokken. Dit besluit blijft echter van toepassing op de afrekening van de aan de SWOV over 1998 verleende subsidie(s).

2. Voor subsidies, verleend op grond van deze regeling over 1999 geldt, in afwijking van de artikelen 2 t/m 4, dat 85% van het verleende subsidiebedrag op verzoek van de SWOV wordt betaald twee maanden nadat de minister heeft beslist over de subsidieverlening. De beslissing over de subsidieverlening wordt genomen binnen één maand nadat de aanvraag daartoe is ontvangen.

Artikel 9. Slotbepalingen

1. Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing voor zover uit bepalingen van deze regeling niet het tegendeel volgt.

2. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 januari 1999.

3. De regeling vervalt met ingang van 1 januari 2003. De regeling vervalt voorts zodra surséance van betaling, faillissement of ontbinding van de SWOV wordt aangevraagd. Artikel 6, lid 3 is in dat geval van overeenkom-stige toepassing.

4. Deze regeling wordt aangehaald als ’Subsidieregeling SWOV 1999’.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,
T. Netelenbos.

Toelichting

De SWOV bestaat sinds 1962 en ontvangt sinds dat moment een financiering vanuit Verkeer en Waterstaat, welke voor een deel is gebaseerd op een doelsubsidie en voor een deel op projectfinanciering (het verrichten van korte termijnonderzoek in de ’markt’ van verkeersveiligheid).

In 1997 is in overleg met Verkeer en Waterstaat een nieuwe missie en positie in een vernieuwd kennisveld van verkeersveiligheid geformuleerd. De nieuwe positie vloeit voort uit de overweging, dat de SWOV in de ’oude’ positie derhalve zowel een publieke taak op het gebied van strategisch onderzoek en kennisverspreiding vervult als korte termijnonderzoek verricht in de marktsector. Het is met name dit laatste aspect geweest om tot een herpositionering te komen. Immers, het opereren als marktpartij en het te gelijker tijd de beschikking hebben van een doelsubsidie van de rijksoverheid wordt vooral door de EG gezien als een vorm van oneerlijke concurrentie. De SWOV trekt zich in de ’nieuwe’ positie derhalve terug uit de markt en zal daardoor geen beleidsonderzoek voor de korte termijn meer verrichten. De SWOV heeft in de nieuwe positie twee pijlers, te weten het doen dan van meerjarig wetenschappelijk onderzoek en generieke kennisverspreiding voor Nederland. Een door de SWOV ingestelde Programmaraad stelt de meerjaren onderzoeksthema’s en -programma’s vast. Deze raad zorgt tevens voor de evaluatie van onderzoeksresultaten en de verspreiding van kennis, waardoor een aansluiting wordt gerealiseerd tussen de programma’s van de SWOV en de wensen van de gebruikers.

Door de herpositionering ontstaat er een nieuwe subsidierelatie tussen de SWOV en V&W. De oorspronkelijke subsidievoorwaarden uit 1988 zijn voor de bekostiging middels een subsidie voor de nieuwe positie en missie van de SWOV minder geschikt. Bovendien zijn deze onvoldoende in overeenstemming met de thans vigerende regelgeving met betrekking tot subsidies in Titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht. alsmede de Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat. Dit maakt een nieuwe subsidieregeling noodzakelijk. Deze nieuwe regeling heeft een geldigheidsduur van vier jaar met ingang van 1 januari 1999 en schrijft een evaluatie van de subsidie voor na drie jaar. De uitkomsten van deze evaluatie zijn mede bepalend voor het verstrekken van een subsidie na ommekomst van de bedoelde periode van vier jaar.

Naar boven